Nee, ik wilde geen ananas. Het enige wat ik wilde was deze vloer leggen. Ik zat op mijn knieën in wat ooit de werkkamer moet worden. Ik had twee vloerdelen aan elkaar gelegd, maar nu wilde het derde deel niet aansluiten, wat ik ook deed, hoeveel kracht ik ook zette, in welke hoek ik de planken ook tilde, het lukte niet, het lukte niet, het lukte godverdegodverdegodver niet. ‘Kom je anders even wat ananas eten?’, vroeg mijn moeder, die bezig was de badkamer schoon te maken. ‘Nee, mam’, gromde ik, ‘ik wil gewoon even dat dit lukt.’
Mijn vader was in een andere kamer bezig, ook met de vloer. En ook hem lukte het niet. Hij liet een harde boer. ‘Pap!’, riep ik. ‘Laat hem’, zei mijn moeder. ‘Hij laat boeren, jij scheldt.’ Daar had ze een punt. ‘Kom’, zei ze, ‘even wat ananas eten.’ ‘Nee’, zei ik, ‘laat me nou even.’ Ik probeerde nu andersom te werken, de vloerdelen van rechts naar links te leggen, in plaats van links naar rechts. Ook dat ging voor geen reet, echt voor geen ene hol. Met alles wat ik had zette ik kracht, mijn knieën schoven over de vloer. ‘Ik blijf maar spleten houden!’, riep ik wanhopig. ‘Ach’, antwoordde mijn moeder, ‘het leven zit vol met spleten.’ Zij kan het weten, als seksuoloog. ‘Kom nou maar even wat ananas eten.’ Dit keer ging ik overstag.
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Op de keukentafel stond een plastic bakje met stukken ananas. ‘Speciaal voor jou meegenomen, je vindt dat toch zo lekker?’ Vol chagrijn werkte ik een paar stukken naar binnen en vertelde dat ik er zo van baalde dat het niet lukte met de vloer, dat ik één ding – één godvergeten ding – in deze verbouwing zelf wilde doen en dat zelfs dat niet lukte. Terwijl ik woest op de ananas kauwde, pakte ik mijn telefoon en plaatste een advertentie op een kluswebsite, waarin ik schreef dat ik met spoed op zoek was naar iemand die (wel) een vloer kon leggen.
In afwachting van de reacties besloot ik nog een laatste poging te wagen, met moed even nieuw en dun als ijs na de eerste nachtvorst. Ik duwde en ik trok, zaagde en sloeg en warempel, de spleten verdwenen. Aan het eind van de avond was de kamer klaar. Toen ik thuis mijn broek uittrok, zag ik dat de vellen van mijn knieën hingen. Maar de volgende dag ging ik verder en legde de vloer in een andere kamer. Ik betrapte mezelf erop dat ik tijdens het leggen If I Had a Hammer zat te zingen. De dag erna legde ik de vloer in weer een andere kamer. Geen spleet te bekennen, nergens. En het mooiste: ik begon er zowaar schik in te hebben. (Nee hoor, natuurlijk niet.)
Source: Volkskrant