Home

Frietkot wordt monument: ‘Zo beschermen we de ruimtelijke wanorde van Vlaanderen’

Voor hem ís dit al een monument, vertelt Joris Van De Walle. Als kind kwam hij al friet halen op de Korenmarkt in Mechelen, samen met zijn vader. ‘Toen soms wel een paar keer per week’, vertelt de 79-jarige man terwijl hij een briefje met zijn bestelling overhandigt (friet met mayonaise en een curryworst). ‘Maar nu is dat minder hoor, ik moet wel een beetje op mijn gezondheid letten.’

Zo’n frietkraam als hier, een klein gebouwtje op een plein of langs de weg waar rond etenstijd een lange rij mensen staat te wachten op een puntzak, daar zijn er zelfs in België niet zoveel meer van. En we moeten niet wachten tot de laatste is verdwenen, besloot Matthias Diependaele, Vlaams minister van Onroerend Erfgoed. ‘Ze maken deel uit van ons erfgoed, bepalen het straatbeeld van onze dorpen en steden’, vertelt hij. ‘Het is daarom niet meer dan logisch om ze te beschermen.’

Behalve kerken en kastelen krijgt een handvol Vlaamse frietkoten daarom binnenkort de monumentenstatus. Deze zomer worden de mooiste uitgezocht, zegt Diependaele. Zowel gemeenten als burgers kunnen een kot voordragen, en daarna wordt een aantal gebouwtjes geselecteerd. Architectuur, smaak of ligging, het speelt allemaal mee. Voorwaarde is wel dat de frituur al voor 1985 is begonnen. ‘Het gaat erom dat we de mooiste verhalen vastleggen’, aldus de minister. ‘De herinnering van frieten halen met je ouders.’

Over de auteur
Sacha Kester schrijft voor de Volkskrant over België, Israël en het Midden-Oosten. Eerder was ze correspondent in India, Pakistan en Libanon.

Voor Bernard Lefèvre, voorzitter van het Nationaal Verbond van Frituristen, is het ‘wereldnieuws’. ‘Nog niet zo lang geleden was de boodschap dat die frietkoten alleen maar in de weg stonden’, vertelt hij aan de telefoon. In de jaren tachtig en negentig vond er een ware slachting plaats: telkens als een plein opnieuw werd ingericht, moest het frietkot weg. In Antwerpen is hierdoor geen enkele vrijstaande kraam meer over, in Leuven zijn het er nog vier. ‘De ambtenaren bij de openbare diensten vonden het maar een vies ding dat het straatbeeld verpestte.’

Terwijl het typisch Belgisch is. Waarschijnlijk werd de eerste frietkraam in 1883 geopend op de kermis in Luik, en de volgende eeuw verspreidden ze zich over het hele land. Onooglijke houten barakken met een paar plastic tuinstoelen ervoor, of een plakkerige caravan met een luifel. ‘Ach, wij Belgen houden van zaken die andere mensen lelijk vinden’, zegt Lefèvre lachend. ‘Kijk maar naar onze huizen of onze kleding.’

Dankzij een stevige lobby heeft het Nationaal Verbond voor Frituristen het tij weten te keren, en in 2014 werd het frietkot in Vlaanderen uitgeroepen tot cultureel erfgoed. Twee jaar later volgde Wallonië, en in 2018 ook Duitstalig België en Brussel. En nu worden een aantal gebouwtjes dus voor de eeuwigheid bewaard.

Het kot op de Korenmarkt in Mechelen komt zeker in aanmerking: een donkergroen hokje met groen-witte gordijntjes, vriendelijk bungelende lampjes en twee enthousiaste dames die staan te bakken. ‘Het heeft ook nadelen hoor, zo’n ouderwetse kraam’, vertelt een van hen. ‘Als we ’s avonds de boel schoonmaken, warmen we water uit een aantal bidons op in de waterkoker, want er is geen kraan.’ Maar als ze vertelt dat ze hier met liefde bakt, roept een klant uit de rij, dat hij de frieten met liefde eet.

In de oorlog werden op de Korenmarkt al frieten verkocht vanuit een kruiwagen, en begin jaren zestig verrees de eerste kraam. Het enige wat hier wel nieuw is, zijn de eigenaars, Christophe Nijs (44) en Kathleen Peeters (36). ‘We hebben al jaren een zaak op de Veemarkt, waar het oude vrijstaande kot trouwens ook moest wijken door de heraanleg van het marktplein, en vorig jaar hebben we de kraam op de Korenmarkt overgenomen’, vertelt Nijs. ‘Het is pure nostalgie. Een prachtige plek, die in ere moet worden gehouden.’

Zelf zit Nijs ‘pas’ zeventien jaar in het vak, maar Peeters komt uit een echte frietfamilie: haar oma van 96 stichtte de zaak op de Veemarkt in 1956, en de recepten van deze dame, die nog regelmatig komt proeven of de frieten goed gebakken zijn, staan nog steeds op het menu. Haar stoofvlees bijvoorbeeld, maar ook de pekelharing. ‘Dat is iets van vroeger’, vertelt Nijs lachend. ‘Het werd door de oudere generatie gegeten als ze op stap gingen. Pekelharing legt een vettig filmpje in je maag, waardoor je meer kunt drinken.’

En natuurlijk komt de erkenning ook met een aantal nadelen, want een monument mag je niet zomaar verbouwen als je de zaak zou willen vernieuwen, maar daar maakt Nijs zich niet zoveel zorgen over. ‘Voor alles is een oplossing. Goede dingen moet je niet veranderen, maar als het echt nodig is, gaan we wel in overleg.’ Ook minister Diependaele wuift het bezwaar weg. ‘Daar staat heel wat tegenover. De eigenaar weet dat we het kot altijd zullen beschermen, en zelfs bijdragen in de kosten als er onderhoud nodig is.’

Nijs heeft de aanvraag dan ook al ingediend, en ergens tussen 6 en 12 november, in de Week van de Friet (jawel, die bestaat in België) wordt bekendgemaakt welke koten de gelukkige zijn geworden.

‘U zult er in Nederland wel om moeten lachen’, zegt Lefèvre, ‘want een frietkot als monument heeft toch iets surrealistisch. Maar we zijn een surrealistisch land, en dat is precies een van de eigenschappen die we moeten behouden. Het onderscheidt ons, en daar mogen we fier op zijn. Door onze geliefde frietkoten tot monument te verheffen, beschermen we de ruimtelijke wanorde van Vlaanderen.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next