16 jaar was Robbie Robertson pas toen hij opgenomen werd in de band van rocker Ronnie Hawkins en zo zijn intrede deed in de popgeschiedenis die hij in de jaren zestig en zeventig op diverse manieren mede naar zijn hand zou zetten.
De in Toronto, Canada geboren Robertson was het kloppend hart van The Band, een vijftal muzikanten dat eigenlijk maar acht jaar bij elkaar was maar een paar albums maakte die de grondslag vormden voor wat we nu ‘americana’ noemen.
Over de auteur
Gijsbert Kamer is sinds 1992 muziekjournalist. Hij schrijft voor de Volkskrant recensies, interviews en beschouwingen over pop en jazz.
Op de albums Music From Big Pink (1968) en The Band (1969) stonden vooral door Robertson geschreven liedjes waarin country, folk, rock-’n-roll en blues samenkwamen zoals dat nooit eerder was gebeurd. In een tijd waarin de psychedelische rockexperimenten hoogtij vierden, kwam The Band met bijna archaïsche liedjes die hoewel volkomen nieuw, de indruk wekten alsof ze er altijd al waren en door Robbie Robertson (gitaar), Richard Manuel (piano), Rick Danko (bas), Garth Hudson (orgel en accordeon) en Levon Helm (drums) werden afgestoft.
Cruciaal in de vorming van wat een van de beste, meest invloedrijke rockbands uit de popgeschiedenis zou worden, was de ontmoeting met Bob Dylan die Robertson in 1965 vroeg voor zijn begeleidingsband. Robertson wilde alleen meedoen samen met de andere leden van wat na het vertrek van Ronnie Hawkins Levon and the Hawks was gaan heten. Zo geschiedde. De latere The Band zou Dylan begeleiden op diens roemruchte tournee waar hij avond aan avond werd uitgejouwd omdat hij deels snoeihard elektrisch speelde.
Dylan nodigde de mannen na die slopende tour uit om bij hem in Woodstock uit te rusten en aan nieuw materiaal te gaan werken. Ze vonden een roze geverfd huisje in de buurt waar ze al dan niet met Dylan werkten aan nieuwe liedjes.
Ze speelden er veel oude traditionals en Robertson schreef er zijn eerste echte klassieker The Weight. Pas toen kwamen ze er achter dat ze niet alleen geweldig konden samenspelen maar dat ze in Richard Manuel en Rick Danko ook twee excellente zangers hadden. Drie zelfs toen Levon Helm zich, nadat de Dylan-tour hem even teveel was geworden, weer bij de mannen meldde.
De traditioneel klinkende, maar toch vernieuwende muziek sloeg aan. The Band speelde op het Woodstock-festival en groeide uit tot een van de beste livebands van het land.
Maar halverwege de jaren zeventig raakten diverse Bandleden te veel onder invloed van heroïne en was Robertson het zat om alleen de kar te blijven trekken.
Hij stelde een adempauze voor, niet nadat The Band een groots afscheidsconcert zou geven. The Last Waltz, met veel gastbijdragen van onder meer Neil Young, Joni Mitchell en Van Morrison, werd legendarisch. Dit concert van Thanksgiving-avond 1976 zou dankzij de filmregistratie van Martin Scorsese een van de beste muziekfilms uit de pophistorie worden.
Maar in weerwil van Robertsons eerdere wens was het ook het einde van The Band, al zou die in wisselende bezettingen zonder Robertson nog een paar platen uitbrengen.
Robertson had inmiddels een nieuwe roeping gevonden: filmmuziek. Hij zou als ‘musical supervisor’ van Scorsese verantwoordelijk worden voor de muziek in onder meer Raging Bull, Casino, Gangs of New York, The Irishman en het nog te verschijnen Killers of the Flower Moon.
Optreden deed hij niet meer. Platen maken wel, maar eigenlijk was alleen Robbie Robertson uit 1987, zijn eerste van vijf solo-albums, echt succesvol. Het leverde Robertson met Somewhere Down The Crazy River zelfs zijn enige Nederlandse Top 10-hit op.
De laatste jaren dook hij steeds meer in de geschiedenis van The Band. Hij schreef een sterk eerste deel van zijn memoires (Testimony, 2016), werkte mee aan de jubileumuitgaven van Band-albums waar hij naar eigen zeggen veel tijd aan kwijt was. En hij vertelde in de documentaire Once Were Brothers (2020) gepassioneerd over The Band en de broederlijke vriendschap die hij altijd is blijven voelen met de mannen van wie alleen Garth Hudson (86) nog in leven is.
Vooral met drummer Levon Helm (overleden in 2012) voelde hij een sterke band, al was de relatie de laatste jaren stroef. ‘Levon heeft me destijds het rock-’n-roll leven ingesleurd’, vertelde hij in 2020 tegen de Volkskrant. ‘Jarenlang waren we soulmates totdat die ellendige dope alles verpestte. Hij beschuldigde me van diefstal van zijn auteursrechten en bleef dat tot aan zijn dood doen.’
Maar Robertson heeft hem toch nog opgezocht. ‘’Toen ik bij hem kwam, was hij al buiten bewustzijn. Ik heb zijn hand vastgehouden en gezegd: ‘Levon, ik zie je aan de andere kant.’
Drie van Robbie Robertsons beste liedjes:
The Weight (1968)
Eerste liedje van The Band, geschreven door Robertson en ook het nummer dat duidelijk maakte dat er drie uitmuntende zangers in de groep zaten. Drummer Levon Helm doet de lead vocals maar de begeleidingszang van Richard Manuel en Rick Danko maken het nummer nog altijd bloedstollend.
Acadian Driftwood (1975)
Een van de weinige Robertson-liedjes die direct over zijngeboorteland Canada gaan. In de nadagen van The Band een vocaal hoogstandje waarin Helm, Danko en Manuel zowel solo als in samenzang zichzelf overtreffen.
Somewhere Down The Crazy River (1987)
Robertson zong nauwelijks in The Band, dat was met zulke kanonnen om hem heen ook niet nodig. Maar dit prijsnummer van zijn eerste soloplaat is mede dankzij zijn vocalen onvergetelijk geworden.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden