Dat Halsema 15 augustus niet naar de herdenking op de Dam komt, heeft alles te maken met een andere naam op de sprekerslijst: Palmyra Westerling, de dochter van de omstreden Knil-commandant Raymond Westerling. Zij zou willen pleiten voor eerherstel van haar vader. In een verklaring noemt Halsema dat ‘pijnlijk’ en ‘zeer ongepast’.
Kapitein Westerling gaf tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog (1945-1949) leiding aan massale executies van Indonesiërs. Hij werd daarvoor nooit veroordeeld, maar zijn naam staat inmiddels symbool voor het gewelddadige optreden van de Nederlandse overheid tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd.
De organisatie van de alternatieve herdenking, Indisch Platform 2.0, noemt het ‘kolder’ dat Halsema niet wil komen spreken. Maar emeritus hoogleraar koloniale en postkoloniale geschiedenis Gert Oostindie (68) heeft alle begrip voor het besluit van de burgemeester. In zijn onlangs verschenen boek Rekenschap beschrijft hij het Nederlandse koloniale verleden en hoe de samenleving daarmee omgaat.
‘Ik begrijp heel goed dat Halsema heeft afgezegd’, zegt hij. ‘De vraag is eerder: hoe is het mogelijk dat zij niet van tevoren goed is geadviseerd door haar staf? Er is namelijk een nationale herdenking, een herdenking waar de minister-president en de koning bij aanwezig zijn. Dan moet je als gezagsdrager wel zeer goede redenen hebben om aan een alternatieve herdenking, anti-Indonesisch en doordrongen van andere controversiële standpunten, te willen meedoen.’
‘Indisch Platform 2.0 is een organisatie van Indische Nederlanders die vinden dat hun leed onvoldoende erkend is en dat ze nog recht hebben op compensatie. Onder meer van gederfde salarissen en pensioenen tijdens de Japanse bezetting.
‘Die groep is een alliantie aangegaan met radicaal-rechtse veteranen – dat zijn overigens vrijwel geen Indië-veteranen meer – die vinden dat ten onrechte de nadruk wordt gelegd op het extreme geweld dat de Nederlandse krijgsmacht in Indonesië heeft toegepast. En dat de Indonesiërs te veel als slachtoffers worden neergezet.’
‘Ja. Hun argument is dat Raymond Westerling orde op zaken stelde na de Bersiap. Dat was een periode vlak na de capitulatie van Japan, waarin Indonesische jonge revolutionairen zwaar geweld uitoefenden tegen iedereen die zij associeerden met het Nederlandse kolonialisme. Zij vinden Westerling daarom een held.’
‘Maar dat had natuurlijk wel moeten gebeuren. Westerling heeft in zijn memoires en in interviews veel van zijn daden toegegeven. Hij was er zelfs trots op. Dat is veel belangrijker in deze discussie. ‘Dit moesten we doen’, zei hij.’
‘Ik vind het volkomen achterhaald en ik twijfel of het platform daarmee voor alle veteranen spreekt. Ik zie dit echt als een achterhoedegevecht.’
‘Dat zie je vaker. De koloniale geschiedenis heeft Nederlanders op allerlei manieren hard geraakt. En sinds er meer aandacht voor is, zeggen mensen: ‘Hé, maar ik dan? Mijn verhaal is nog niet bekend.’ Ze willen erkenning krijgen, maar gelijktijdig blijkt dat heel lastig. De reflex is: ‘Je moet eerst naar mijn verhaal luisteren, de rest interesseert me niet.’
‘Voor de duidelijkheid: ik veroordeel dat niet. Ik snap best dat er mensen uit de Indische gemeenschap zijn die zeggen: ‘Het leed wat ons is aangedaan in die Jappenkampen en daarna in de Bersiap-periode is zo verschrikkelijk, luister daar nou eens naar.’
‘In algemene zin zie je altijd dat het voor mensen ontzettend moeilijk is om ruimte te hebben voor andermans geschiedenis, zo lang ze zelf nog geen erkenning hebben gehad. Ga eens naar een herdenking van de Molukse geschiedenis toe. Daar zie je alleen Molukkers en witte Nederlanders. Bij Ketikoti zie je vooral Surinamers, misschien wat Antillianen, een paar witte Nederlanders, maar zeker geen Hindostanen of Indische Nederlanders.’
‘Rondom 1 juli (viering van de afschaffing van de slavernij, red.) zag je het ook. Sommige Hindostaanse Surinamers klaagden erover dat het altijd maar over Afro-Surinamers ging. Dus daar hoorde je die roep ook: ‘Luister ook naar ons!’ En grappig genoeg ontstond dat sentiment, van een groep die zich altijd heel stil had gehouden, pas toen er aandacht kwam voor de verhalen van de ander.’
‘De afgelopen jaren hebben we natuurlijk veel stappen gezet om wél te luisteren naar de verhalen van allerlei groepen. Toch zie je dat, ondanks die aandacht, die gemeenschappen nog steeds verdeeld zijn. Dat is voor de lange termijn niet wat je wilt. Als je het hebt over inclusief herdenken, dan zou je toe moeten naar een herdenking waarin voor al die verhalen een plek is.’
‘Nee. We moeten blijven spreken over al die onderling verschillende, botsende en schurende ervaringen van die koloniale geschiedenis, die haaks staat op ons rooskleurige zelfbeeld. Maar als mensen dat aangrijpen om te zeggen dat Westerling een held was, dan moeten we wat mij betreft een grens trekken. Dat was hij namelijk niet. Althans, niet volgens de normen en waarden die wij in deze samenleving belangrijk vinden.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden