Home

Een leven zonder postcovid ietsje dichterbij? Amsterdamse wetenschappers zitten op een spoor

Als zich in het lichaam afspeelt wat de Amsterdamse immunoloog René Lutter onder zijn microscoop heeft gezien, dan zijn de ernstige klachten van patiënten met het postcovidsyndroom aan te pakken met een experimenteel kankermedicijn. Lutter herinnert zich het moment waarop hij in zijn lab de opzienbarende beelden zag: de stofjes die de bloedcellen van patiënten tot een soort collectieve zelfmoord dreven, waren na toediening van het medicijn nog maar nauwelijks te traceren. Het palet van paarse en rode kleuren was vervaagd. En dat al na acht dagen.

Wat kwam er in hem op? ‘Wow, dit zou weleens heel belangrijk kunnen zijn.’

Hij dacht meteen aan zijn collega, de jonge vrouw in zijn onderzoeksgroep die lange tijd kampte met de heftige naweeën van een corona-infectie. ‘Opeens kon ze geen grafiek meer lezen, ze begreep niet wat er stond. Dat vergeet ik nooit meer. Ze ging thuis naar buiten en wist niet meer door welke deur ze terug naar binnen moest.’

Over de auteur
Ellen de Visser is medisch redacteur op de wetenschapsredactie van de Volkskrant en auteur van de bestseller Die ene patiënt, waarin zorgverleners vertellen over een patiënt die hun kijk op het vak veranderde.

Lutter behoort met zijn onderzoeksgroep tot een kleine internationale voorhoede die biomedisch onderzoek doet naar het postcovidsyndroom en in het lichaam van patiënten op zoek gaat naar een verklaring voor hun klachten. Het is een puzzel die artsen en wetenschappers wereldwijd hoofdbrekens bezorgt: hoe kan het dat zo veel patiënten na een vaak milde infectie ernstige gezondheidsproblemen houden? Alleen al in Nederland gaat het om tienduizenden mensen, die kampen met een scala aan klachten: extreme vermoeidheid, spierpijn, hoofdpijn, duizeligheid, hersenmist en nog veel meer. Duizenden van hen zijn arbeidsongeschikt verklaard.

Wetenschappers onderzoeken tal van hypotheses. De sterkste aanwijzingen betreffen het immuunsysteem. Daar gaat vermoedelijk iets fout, maar wat precies? Zolang zicht op de oorzaak ontbreekt, is het lastig zoeken naar een behandeling.

Na twee jaar onderzoek denken immunoloog Lutter en zijn collega’s van het Amsterdam UMC bewijs te hebben gevonden voor wat er in het lichaam van patiënten gebeurt. In een van de werkkamers in het ziekenhuis tekent hij de reeks stofjes die na een corona-infectie bij hen ontstaat, en waarvan de productie – dat is de belangrijkste bevinding – tot stilstand kan worden gebracht: met een medicijn dat in ontwikkeling is tegen kanker. Eind juli verscheen hun onderzoeksverslag in vakblad The Lancet.

De reacties zijn lovend. ‘Ik ben er enthousiast over’, reageert de Nijmeegse emeritus-hoogleraar interne geneeskunde Jos van der Meer, niet betrokken bij het onderzoek. ‘De studie is goed uitgevoerd, de boodschap is ijzersterk.’ Het zou volgens hem ‘zeer goed kunnen’ dat de Amsterdamse wetenschappers een centrale factor hebben gevonden voor het ontstaan van het postcovidsyndroom. ‘Het is in ieder geval een aanknopingspunt voor verder onderzoek.’

In Amsterdam willen ze waken voor valse hoop. Arts-onderzoeker Brent Appelman, een van de wetenschappers in Lutters team, vertelt dat hij alle patiënten kent die aan het onderzoek hebben meegedaan, hij weet hoe slecht het met ze gaat en hoe wanhopig ze zijn. Daarom moet er snel duidelijkheid komen: kunnen ze bij patiënten voor elkaar krijgen wat ze in het lab hebben zien gebeuren?

Er is alleen een probleem: daarvoor is dat medicijn nodig.

In het bloed, in de hersenen, in de longen, in het hart: als de Amsterdamse onderzoekers organen van overleden covid-patiënten onder de microscoop bestuderen, vinden ze in de loop van 2021 overal het enzym IDO-2. En niet zomaar een beetje, nee ‘een waanzinnige hoeveelheid’, vertelt Lutter.

Tot dan toe hebben immunologen zich in hun onderzoek naar het postcovidsyndroom vooral gericht op IDO-1, een enzym dat door het lichaam wordt aangemaakt om een virus te bestrijden. Zodra het virus is verslagen, wordt de productie van dat IDO-1 gestaakt. De Amsterdammers ontdekken dat cellen in reactie op het coronavirus nóg een enzym aanmaken, IDO-2. Waarom dat zo is, weten ze niet, maar duidelijk is wel dat IDO-2 blijft doorrazen.

Bij de overleden patiënten zien ze de gevolgen: het enzym heeft de productie in gang gezet van een reeks stoffen die cellen zo hebben beschadigd dat ze dood zijn gegaan of niet meer goed functioneren. In december 2021 publiceren de onderzoekers hun bevindingen in een internationaal vakblad voor pathologen.

Dat IDO-2 intrigeert ze: zou het enzym ook overactief zijn bij patiënten met het postcovidsyndroom? Voordeel is dat arts-onderzoeker Appelman op de postcovid-poli van het Amsterdam UMC dan al ruim een jaar patiënten ziet en heeft besloten om bloed van hen op te slaan. Het is die patiëntengroep waarmee de onderzoekers aan de slag gaan. De klachten van de patiënten zijn in kaart gebracht, hun medische voorgeschiedenis is bekend, ze waren voorheen allemaal gezond en nu ernstig beperkt. En hun bloed is afgenomen vanaf 6 maanden tot soms wel 2 jaar na de eerste corona-infectie.

Zo’n strenge patiëntenselectie is van groot belang, zegt Appelman. In het onderzoek naar postcovid ziet hij soms onterechte claims voorbijkomen, gebaseerd op uitkomsten bij een te wankele onderzoeksgroep van patiënten. Een ziekenhuisopname kan bijvoorbeeld ook langdurige klachten veroorzaken, de vraag is in hoeverre hun problemen aan postcovid zijn toe te schrijven.

Subsidie is er niet, immunoloog Lutter en zijn collega’s gebruiken hun eigen onderzoeksgeld en werken in hun vrije tijd. Met een verrassend resultaat: bij de vijftien postcovidpatiënten van wie ze bloed analyseren vinden ze in alle bloedcellen IDO-2. Terwijl dat enzym bij andere luchtweginfecties nauwelijks wordt aangemaakt, weet Lutter. De analyses die ze doen, komen steeds op hetzelfde uit: na een corona-infectie maken patiënten allemaal dat enzym aan, maar bij slechts een deel ontspoort het proces zodanig dat ze er lichamelijk schade van ondervinden.

Als ze de immuuncellen van negen patiënten nader onderzoeken, ontdekken ze bijvoorbeeld dat de energiefabriekjes in die cellen minder goed functioneren. Het past bij wat Appelman bij zijn patiënten ziet gebeuren: ‘Elke vorm van inspanning, zowel fysiek of cognitief , kan een terugval veroorzaken.’

De productie van IDO-2 komt op gang doordat een receptor, een antenne in de cel, een seintje krijgt. Iedere cel heeft ook een handrem, waardoor de aanmaak weer kan worden geremd. Bij postcovidpatiënten is die rem kennelijk onklaar gemaakt en de Amsterdamse wetenschappers denken te weten hoe.

IDO-2 zet aan tot de productie van een andere stof die de antenne blijft activeren waardoor er almaar nieuw enzym wordt gemaakt. Zo ontstaat een vliegwiel, een proces dat zichzelf in stand houdt. ‘Dat verklaart, denken we, waarom de klachten blijven aanhouden’, zegt Lutter.

Dat is niet zomaar een ontdekking, verduidelijkt arts-onderzoeker Appelman. Daarmee is er voor het eerst een duidelijk aangrijpingspunt voor een behandeling: als in de cellen van postcovidpatiënten die rem kan worden gerepareerd, kan dat mogelijk hun klachten verminderen.

Zo’n reparatiemiddel is er, ontdekte Lutter na een zoektocht in de medische literatuur: het gaat om een stof die momenteel door een aantal farmaceuten wordt getest bij kankerpatiënten. Hij koopt er een beetje van en ontdekt het krachtige effect als hij in het lab het spul aan het bloed van zes patiënten toevoegt. Bij allemaal neemt de hoeveelheid van het enzym in de cellen sterk af. Met als onmiddellijk gevolg dat er veel minder schade aan de cellen optreedt.

Zes patiënten, dat zijn er niet veel, erkent Lutter. ‘Maar het effect is zo duidelijk dat we ermee verder moeten.’

De studie-opzet voor onderzoek bij patiënten ligt klaar, de aanvraag voor overheidssubsidie is ingediend. De onderzoekers willen vier verschillende doses uitproberen bij 36 patiënten, bij de groep die ze al kennen van de polikliniek.

Er is alleen één probleem: voor het labonderzoek kon Lutter nog vrij eenvoudig aan een beetje medicijn komen, maar nu hij onderzoek wil doen bij patiënten zijn de farmaceuten terughoudend.

Zes farmaceutische bedrijven hebben het middel op de plank liggen, waaronder ook een klein Nederlands bedrijf. Het middel moet kankercellen kwetsbaarder maken zodat ze makkelijker door het eigen afweersysteem kunnen worden opgeruimd. De grote farmaceuten Bayer en Brystol Myers Squibb (BMS) zijn het verst, zij doen al onderzoek bij patiënten.

Al anderhalf jaar doet Lutter pogingen om de bedrijven te bewegen hun medicijn beschikbaar te stellen, vooralsnog zonder resultaat. ‘Wij leveren regelmatig onze middelen aan andere partijen in allerlei vormen van samenwerking, maar wij kunnen dat niet altijd doen’, aldus een woordvoerder van BMS. Ze wil geen antwoord geven op de vraag waarom samenwerking in dit geval door het bedrijf wordt afgehouden, ‘omdat het over een specifiek middel’ gaat. Farmaceut Bayer laat, ondanks herhaalde verzoeken om commentaar, niets van zich horen.

Lutter snapt dat er commerciële overwegingen meespelen. ‘Stel dat er in ons onderzoek vervelende bijwer Source: Volkskrant

Previous

Next