Home

Je denkt: een arm verliezen verandert je leven voorgoed, maar de volgende ochtend word je weer gewoon wakker met zin in een croissantje

Terwijl de oorlog in Oekraïne iedere dag nieuwe slachtoffers maakt, hebben we het er steeds minder vaak over. Niet dat er geen nieuws van het front meer is, maar ik betrap mezelf er regelmatig op dat ik gretig doorblader naar het deel van de krant waarin men de interviewkwaliteiten van Theo Maassen beoordeelt. Om eerlijk te zijn, soms vrees ik dat de enige reden dat ik nog iets van de oorlog meekrijg het feit is dat ik verkering heb met een journalist die er voor NRC de verslaggeving van verzorgt.

Dit weekend beschreef ze hoe in Rusland een ware doodseconomie is ontstaan. Nu het initiële enthousiasme is opgedroogd, lukt het Poetin alleen nog maar voor verse manschappen te zorgen door deze flink te betalen. Zo verdient een soldaat omgerekend zo’n 1.900 euro per maand — terwijl het gemiddelde salaris voor een ‘gewone’ baan rond de 400 euro ligt. Daar komt bij dat deze soldaat, mocht hij sneuvelen, zijn familie een grote smak geld oplevert: nabestaanden kunnen anderhalve ton aan uitkeringen en tegemoetkomingen verwachten. De dood is een lucratieve baan, helaas wel per definitie fulltime.

Grote Russische bedrijven hogen de soldij ook nog eens flink op, en deze bedrijven staan niet altijd op sanctielijsten, zo berichtten onderzoeksjournalisten van Investico. Gasbedrijf Novatek betaalt huurlingen twee keer zoveel als het ministerie van Defensie, maar de Europese Unie deed handel met hen niet in de ban, omdat we nu eenmaal langetermijncontracten hebben afgesloten. We zien oorlog graag als een uitzonderlijke situatie, een laatste redmiddel wanneer alle andere wegen bewandeld zijn – wat deze berichten me zeggen is dat oorlog vooral business as usual is.

Een jaar geleden werd mijn arm geamputeerd wegens botkanker. Sindsdien verbaas ik mij erover hoe dat een heel heftige gebeurtenis was alsook het meest banale wat ik ooit heb meegemaakt. Er zijn in de geschiedenis van de mensheid natuurlijk miljoenen ledematen gesneuveld: in krankzinnige werktuigongelukken, bij de dokter wegens gangreen, in een mijnenveld… Je denkt: zoiets verandert je leven voorgoed, er moet een soort schisma plaatsvinden, maar de volgende dag word je weer gewoon wakker met zin in een croissantje. Het is alleen heel makkelijk te vergeten dat dit zo werkt, hier en nu is het al heftig als de vaatwasser er opeens mee ophoudt. In vredestijd is het alledaagse vreselijk en in oorlogstijd het vreselijke alledaags. Met de Stalinterreur in het dna en de Afghaanse oorlog nog op het netvlies weet Rusland als geen ander dat dit laatste zo is — daarom kunnen ze opnieuw duizenden jonge mannen het graf in sturen.

De redenering ‘Rusland heeft al veel manschappen verloren, ze zullen nu wel gauw de oorlog staken’ is dan ook naïef. Verlies maakt het in de praktijk vaak makkelijker om nog meer te verliezen: hoe meer je verliest, hoe meer dit verlies je tweede natuur wordt. Er is eigenlijk maar één groep voor wie dit gegeven er niet toe leidt dat je op dezelfde doodlopende weg door blijft ploeteren: de nabestaanden. In hun hopeloosheid ligt hoop besloten, want pas wanneer het állerbelangrijkste je is afgenomen, kun je zomaar roekeloos een andere afslag kiezen. Met iedere zoon of echtgenoot die wordt afgeslacht, groeit de groep mensen die bereid zou kunnen zijn aan Poetins tirannie een eind te maken. Een croissantje zal voor hen nooit meer hetzelfde smaken, ook niet met anderhalve ton op zak.

Over de auteur
Lieke Marsman is dichter en schrijft deze zomer columns voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Source: Volkskrant

Previous

Next