Eens in de zoveel tijd duiken er berichten op dat er een nieuw conservatisme rondwaart onder jongeren. Zo zouden jongere generaties niet meer geloven in de liberale democratie, lijken zij minder permissief op moreel-ethische thema’s zoals abortus en euthanasie dan de generatie van hun ouders, en zou het christelijke- en rechts-conservatieve gedachtengoed van partijen als de SGP en Forum voor Democratie populair zijn onder (vooral hogeropgeleide) jongeren.
Over de auteur
Paula Thijs is senior onderzoeker bij Atria en deed aan de Universiteit van Amsterdam onderzoek naar democratische waarden bij middelbare scholieren. Ze promoveerde aan de Radboud Universiteit op een onderzoek naar veranderingen in cultureel conservatisme.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Deze geluiden van een nieuw conservatisme onder jongeren behoeven enige nuancering. De generatie geboren tussen 1990 en 1999 lijkt weliswaar wat minder permissief op moreel-ethische thema’s dan de babyboomgeneratie, maar het is nog niet duidelijk of deze trend zich voortzet. Hoewel Forum voor Democratie en JA21 ook op steun van jongeren konden rekenen, stemmen jongeren gemiddeld genomen nog steeds vaker dan oudere kiezers op progressieve partijen zoals GroenLinks, D66 en Volt.
Bovendien waren de afgelopen jaren scholieren een drijvende kracht achter de mondiale klimaatbeweging en ook in Nederland liepen jongeren voorop in de klimaatstakingen. En het is zeker niet zo dat jongeren de liberale democratie en haar bijbehorende waarden omver zouden willen werpen. De alarmerende berichten dat jongere generaties geen belang meer zouden hechten aan de liberale democratie zijn meermaals ontkracht. Een grote meerderheid van de Nederlandse jongeren steunt de democratie als bestuursvorm en waarden als gelijkheid en vrijheid van meningsuiting.
Wel zijn er ingrediënten aanwezig die het conservatisme onder jongeren kunnen voeden. Crises op meerdere fronten (klimaatcrisis, stikstofcrisis, huizencrisis, afgebrokkelde verzorgingsstaat, vergrijzing, oorlog in Oekraïne, lange wachtlijsten in de ggz en tijdelijke arbeidscontracten) maken dat jongeren een onzekere toekomst tegemoet zien. In 2021 constateerde de Sociaal-Economische Raad (SER) dat de positie van jongeren op veel gebieden in de afgelopen twee jaar niet is verbeterd en in een aantal gevallen zelfs is verslechterd.
Jongeren maken zich hier zorgen over, maar voelen zich niet gehoord en gerepresenteerd, aldus Ron van Wonderen eerder in deze krant (O&D, 3 augustus). Dit verklaart mogelijk waarom een deel van de jongeren bereid is te kiezen voor niet-democratische oplossingen voor urgente en complexe problemen.
Bovendien zijn jongere generaties opgegroeid met de ‘participatiesamenleving’: het individu is verantwoordelijk voor het eigen succes, en dus ook voor het eigen falen. Zo is maatschappelijke ongelijkheid steeds meer tot een individueel probleem gemaakt, terwijl de kansenongelijkheid onder jongeren toeneemt. Hierdoor wordt het gat tussen middelen en doelen van jongeren steeds groter.
Onzekerheid, frustratie en onvrede over de politiek die geen toekomstperspectief weet te bieden, kan ertoe leiden dat een deel van de jongeren op zoek gaat naar krachtig leiderschap, orde en structuur en een versimpeling van de werkelijkheid. Radicaal rechts-conservatieve partijen spelen hier handig op in door kiezers te paaien met simpele oplossingen voor complexe problemen en een terugkeer naar traditionele waarden. En via influencers als Andrew Tate komt extreem conservatief gedachtengoed ook de wereld van Nederlandse jongeren binnen.
Omgaan met onzekerheid en complexiteit moet je leren. En ook hoe de democratie werkt, hoe je daar invloed op kunt uitoefenen en dat je niet zomaar de rechten en vrijheden van anderen kunt inperken als je dat beter uitkomt. Het onderwijs speelt hierbij een belangrijke rol, juist omdat via het onderwijs alle jongeren kunnen worden bereikt. En daar gaat het mis.
Niet alleen leren Nederlandse leerlingen relatief weinig over de rechten en vrijheden van de democratische rechtsstaat en hebben zij minder burgerschapscompetenties dan leerlingen in andere landen, er is ook een sterke opleidingskloof. Leerlingen op het vmbo hebben minder vertrouwen in ambtsdragers, minder burgerschapskennis, minder steun voor gelijke rechten voor mannen en vrouwen en voor verschillende etnische groepen en zijn minder geneigd om te gaan stemmen dan leerlingen op het vwo.
Deze verschillen bestaan al in het eerste jaar van de middelbare school en lijken niet kleiner te worden. Dit duidt erop dat de achtergrond van jongeren en wat zij van huis uit meekrijgen een grote rol speelt. En dat (burgerschaps)onderwijs vooralsnog weinig in staat is om verschillen te overbruggen. Leerlingen op het vwo krijgen meer mogelijkheden om democratische kennis en vaardigheden te ontwikkelen, onder andere door verschillen in het curriculum en dankzij discussies in de klas. Daarnaast komen jongeren van verschillende schooltypes steeds minder met elkaar in aanraking door het verdwijnen van brede scholen, waardoor jongeren minder leren omgaan met verschillen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden