Home

Automatische prijscompensatie zou de inflatie verder opjagen. Waarom doet het dat in België dan niet?

De FNV zou het graag zien: lonen die automatisch evenveel stijgen als de prijzen. Kan niet, zeggen werkgevers, dat jaagt de inflatie verder op. Maar in België gebeurt het wel en zijn de prijsstijgingen de laagste in de eurozone. Hoe kan dat?

Van automatische prijscompensatie wordt een mens niet rijker, het dient alleen om de koopkracht op niveau te houden – dat is een steeds terugkerende opmerking van Marc Leemans. Als voorzitter van het ACV, de grootste vakbond van België, voelt hij de pijn van zijn achterban als de inflatie hoog is. Het kan soms maanden duren voordat zij een zekere correctie krijgen op de stijgende prijzen, zei hij vorig jaar tegen de Vlaamse zakenkrant De Tijd. ‘Intussen zijn hun lonen te laag.’

Dat probleem zouden veel Nederlandse werknemers maar al te graag hebben. Het zou betekenen dat hun loon uiteindelijk genoeg zal stijgen om de hoge inflatie te compenseren. Automatische prijscompensatie is een zeldzaamheid in Nederland. Het is onder meer te vinden in de cao’s van de haven- en schilderssector, maar om meer dan een paar duizend werknemers gaat het niet. De grootschalige toepassing ervan verdween in 1982 met het Akkoord van Wassenaar, dat loonmatiging instelde in ruil voor arbeidsduurverkorting.

Over de auteur
Daan Ballegeer is economieverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over financiële markten en centrale banken.

Het gevaar van automatische prijscompensatie is duidelijk. Als lonen stijgen omdat prijzen stijgen omdat lonen stijgen, dreigt er een loon-prijsspiraal te ontstaan en dus hoge inflatie. Zeker als werkgevers en werknemers proberen om koopkrachtverlies op elkaar af te wentelen dat is ontstaan na een externe schok. Denk bijvoorbeeld aan de inval van Rusland in Oekraïne, die de energieprijzen omhoogjoeg.

Om dat haasje-overeffect te doorbreken, moeten ofwel werknemers, ofwel werkgevers, ofwel beiden accepteren dat ze wat armer zijn geworden. De president van De Nederlandsche Bank, Klaas Knot, haalde zich in mei de woede van de vakbonden op de hals door te focussen op loonmatiging door werknemers. Later stuurde DNB die boodschap bij door te benadrukken dat ook ondernemingen een deel van de pijn moeten slikken door hogere lonen te aanvaarden, en dus ook een wat lagere winst.

Volgens bovenstaande logica zou België nu met een knoert van een probleem moeten zitten. De zuiderburen hebben immers die automatische prijscompensatie bij de loonvorming. Bedrijven die hun winstmarges willen beschermen, moeten hun prijzen verhogen, wat dus leidt tot nog hogere lonen.

Toch is de inflatie in België opmerkelijk laag. In juli is die teruggevallen tot 1,6 procent, het laagste van alle landen in de eurozone, dat een gemiddelde heeft van 5,3 procent. Dat is vooral te danken aan de scherpe daling van de energieprijzen, vertelt Peter Vanden Houte, hoofdeconoom van ING België. In de berekening van het Europese statistiekbureau Eurostat hebben die voor België een groter gewicht dan voor pakweg Spanje, waar huishoudens in de winter bijvoorbeeld minder uitgeven aan verwarming.

Zijn er dan helemaal geen tekenen van een loon-prijsspiraal? Toch wel. Vanden Houte verwijst naar de kerninflatie, een maatstaf die geen rekening houdt met de volatiele voedsel- en energieprijzen. Voor België bedroeg die in juli 6,1 procent, beduidend meer dan het gemiddelde van de eurozone van 5,5 procent. ‘Daar zie je de loon-prijsspiraal dus wel voor een stukje.’

De ING-econoom ziet zich gesterkt door ramingen van de Nationale Bank van België. De centrale bank gaat voor dit jaar uit van een inflatie van 1,9 procent. In 2024 loopt dat op naar 4,1 procent, terwijl voor de eurozone slechts een inflatie van 3 procent wordt verwacht.

FNV-voorzitter Tuur Elzinga kijkt ondertussen al vooruit naar een volgende externe schok, zoals de oorlog in Oekraïne er dus een was. ‘Hoe verdelen we dan de pijn?’, wierp hij onlangs op in Het Financieele Dagblad. Het antwoord is: idealiter niet. FNV ijvert er namelijk voor dat de automatische prijscompensatie wordt opgenomen in alle nieuwe cao’s.

Werknemers hebben de pijn al gevoeld, vindt Elzinga, nu is het aan de werkgevers. ‘Het afgelopen jaar hebben ondernemers hun winstmarges weten te vergroten door hun prijzen te verhogen’, zegt hij tegen de Volkskrant. ‘De pijn is eenzijdig bij de werknemers komen te liggen. Wij beginnen daardoor aan loononderhandelingen met een 1-0-achterstand. Dat is uitermate onredelijk.’

Het risico van een externe prijsschok valt, als de FNV haar zin krijgt, straks dus helemaal voor rekening van de werkgevers. ‘Zo hoort het ook. Het nemen en lopen van risico’s hoort primair bij ondernemen. Opnieuw: bedrijven maken nog altijd winst, en toch laten ze hun personeel koopkrachtverlies lijden.’

Toch staan niet alle ondernemingen er even florissant voor. Sommige hebben niet genoeg financiële ruimte om hun werknemers een loonsverhoging te geven die de inflatie compenseert. ‘Als je je bedrijf enkel overeind kunt houden door de koopkracht van de mensen die het werk doen jaar in jaar uit te laten achteruit hobbelen, moet je je afvragen of je nog wel een economisch levensvatbaar verdienmodel hebt’, zegt Elzinga.

Een van de angsten van Nederlandse werkgevers is dat werknemers een automatische prijscompensatie al snel normaal gaan vinden, en dat onderhandelingen over cao’s straks enkel nog gaan over welke schep er bovenop kan. Herkenbaar, zegt Vanden Houte. ‘Hoewel zowel werknemers als uitkeringsgerechtigden in België bijna perfect beschermd zijn tegen hogere prijzen, hoorde je hier het afgelopen jaar precies dezelfde noodkreten over koopkrachtverlies als in andere landen.’ Hoe verklaart hij dat? ‘Als een loonindexatie automatisch gaat, valt die niet meer op.’

Voorlopig moeten de Belgen niet rekenen op nog meer koopkracht. In België sluiten werkgevers en vakbonden om de twee jaar een akkoord af over de loon- en arbeidsvoorwaarden. Eind 2022 is daarbij vastgelegd dat de loonstijgingen in 2023 en 2024 beperkt blijven tot de automatische indexatie. ‘Toch is een Belgische werknemer door de indexering naar schatting 5,7 procent duurder geworden voor zijn werkgever dan in de buurlanden’, zegt Vanden Houte.

Om dat verlies aan internationale concurrentiekracht ongedaan te maken, zullen de loonstijgingen in België ook na 2025 nog een tijd beperkt moeten blijven, merkt hij op. De vraag is of vakbonden zich daarbij zullen neerleggen. Vanden Houte betwijfelt het.

Een automatische prijsindexatie hoeft niet te betekenen dat werknemers altijd hogere lonen zullen krijgen. Er zijn verschillende varianten van het systeem denkbaar. Zo is in de collectieve arbeidsovereenkomst van de Belgische bankensector vastgelegd dat de lonen elke twee maanden worden aangepast aan de ontwikkeling van de gezondheidsindex (het inflatiecijfer zonder de prijzen van producten die geacht worden schadelijk te zijn voor de gezondheid, met name benzine, diesel, alcohol en tabak). Vanden Houte: ‘De laatste keer is mijn loon een paar euro gedaald omdat de aardgasprijzen zo sterk waren gezakt.’

Wat vindt de FNV van deze mogelijkheid? ‘Je kunt afspreken dat je loon in dat geval gelijk blijft of dat je bij een volgende keer, als de prijzen wel weer zijn gestegen, de eerdere prijsdaling verrekent’, aldus Elzinga.

Vooralsnog blijft de index een heilige koe in België, wat aanpassingen moeilijk maakt. Zo wou ACV-voorzitter Marc Leemans niets weten van een systeem waarbij de lage lonen wat meer krijgen, en hoge wat minder. ‘Als je een index voor de armen maakt, dan verlies je alle steun van de betere inkomens om het mechanisme overeind te houden. Dan zullen die mensen zeggen: ‘We moeten die index niet meer hebben, we zullen zelf wel gaan onderhandelen.’ En dan ben je het kwijt.’

Source: Volkskrant

Previous

Next