Home

Voor ze zelf neemt, houdt het meisje in de trein ons een pak chocoladerepen voor

En daar gaan we, koplopers van een slinger paniekerige reizigers, over Milano Centrale, richting de trein die verderop klaarstaat, daar waar het dak ophoudt en het perron nog eindeloos doorloopt. Met reizen – zelfs reizen in het kader van de vakantie – komt de verwildering. Je hoeft er niet eens voor naar een eiland waar alles brandt, of naar een camping waar de schuivende aarde met je caravan aan de haal gaat. Er borrelt vanzelf iets primitiefs op bij mensen die eindeloos uitkijken naar een boot die niet vaart, of uren op een heet station de aankomst van een trein afwachten.

De ander, de medereiziger, wordt een tegenstander, een hindernis waar je langs moet. Deze zomer heb ik een man zijn koffer over de voeten van een peuter zien rijden omdat hij per se met een bepaalde bus mee moest, en iemand drie keer ‘Das kann doch nicht sein!’ horen roepen tegen nietsvermoedende spoorwegbeambten – verder hebben we ons redelijk gedragen. Op reis ondervinden wij meer last van de ander dan de ander van ons. Ik vrees dat iedereen zo denkt, zodat je je kunt afvragen of het wel klopt.

‘Er zitten al mensen.’

‘Shit.’

Over de auteur
Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

We delen onze krappe vierzitter met een jongen en een meisje. De jongen is groot en ziet er ouder uit dan hij vermoedelijk is, het meisje is klein, ze is hoogstens veertien. Hun bagage bestaat uit een kleine rugzak en een plastic tas met stationseten. Op het tafeltje liggen twee A4’tjes, identiek aan de papieren die wij bij ons hebben, de reserveringen voor onze zitplaatsen. Net als wij gaan ook zij helemaal naar Parijs, de komende zeven uur zullen we naast elkaar doorbrengen. De jongen helpt onze koffers in de bagagerekken te tillen, het meisje houdt haar blik gevestigd op haar telefoon. Ze speelt een soort bowlingspelletje. Af en toe kijkt ze naar buiten, waar niets gebeurt. De jongen scrollt een paar minuten door Instagram, en begint dan aan een potje online dammen.

De trein is nog maar net vertrokken als zij een pakje Kinder-chocoladerepen tevoorschijn haalt. Voor ze zelf neemt, houdt ze eerst ons het pak voor. We weigeren, weigeren nog eens en tasten dan alsnog toe. De reep kleeft aan de verpakking. We likken de gesmolten chocola van het plastic. Er blijft één reep over. Voorbij Turijn bieden wij onze snack aan: een pakje aangrijpend saaie rijstwafels in chipsvermomming. Uit beleefdheid neemt zij er eentje, die ze met lange tanden opeet.

Ter hoogte van de Italiaans-Franse grens komen twee douaniers de coupé binnen. Iedereen begint in tassen naar identiteitsbewijzen te zoeken. Wij, gruwelijke braveriken, hebben de onze al klaargelegd.

Passports?’ Steeds controleert de vrouw kort of de foto correspondeert met het hoofd van de reiziger, daarna geeft ze hem terug. ‘Merci.’

De jongen naast ons overhandigt haar de tickets.

De douanier schudt het hoofd. Een paspoort wil ze. Spreekt hij Frans, Italiaans, Engels? Hij schudt zijn hoofd. Het meisje heeft haar ogen dicht.

Waar komt hij vandaan? Nigeria, Somalië?

Hij knikt. Ja, Somalië, ja.

Of ze even willen meelopen. Ja, zij ook. En neem je spullen maar even mee.

De trein staat nog een paar minuten stil, en trekt zich dan zonder aankondiging op gang. Op het beeldscherm boven het gangpad vervolgt het rode pijltje zijn weg richting Chambéry. De railcatering passeert, een man giechelt om iets wat hij op zijn telefoon ziet en alleen de laatste Kinder-reep ligt er nog.

Source: Volkskrant

Previous

Next