Home

Nijpend wordt het als je geen prioriteiten hebt, of erger, als je je prioriteiten niet wilt kennen

De vakantie had ons naar Putney verdreven, een dorp in het zuiden van Vermont met tweeduizend inwoners, een benzinestation en een supermarkt. Veel muggen, ook dat. In Putney begon de koorts met bijbehorende dromen die ik helaas vrijwel allemaal vergeten ben.

In Putney begon ook de zindelijkheidstraining, een gevecht dat ik het liefst meteen had willen opgeven, maar tussen de ijldromen door riep de plicht. We zijn maar een betrekkelijk korte periode zindelijk, zo’n periode gun je je eigen kind.

We sleepten het potje overal naartoe, van de tuin naar de keuken naar de boom waaraan de schommel hing. Dat is vrijheid: met een potje achter de toekomst aanlopen omdat die niet vastligt. Bij de schommel herinnerde ik me dat ik had gedroomd over een wit doodskleed.

Achter het huis stond een rode tuinstoel, op zo’n stoel kon je in het wit gekleed op de toekomst wachten.

Het kind ging in het potje staan. Om het niet te bont te maken zei ik: ‘Dat is om op te zitten, niet om in te staan.’

Een kennis mailde me: ‘Is de dood van Martin Walser je ontgaan?’

Wat bedoelde hij? Had ik over Walser moeten schrijven? Hoe dan ook, die dood was me ontgaan. Er gaan te veel schrijvers dood. Ik had vrijwel niets van Walser gelezen. Het was niet te laat, maar ik had andere prioriteiten. Veel meer hoef je overigens over jezelf niet te weten: wat zijn je prioriteiten? Nijpend wordt het als je geen prioriteiten hebt, of erger, als je je prioriteiten niet wilt kennen. (Mijn prioriteit is moord.)

De buurman kwam half ontkleed langs. Hij ging bomen kappen. ‘Het is nu of nooit’, zei hij. Het kind liep met de buurman mee.

Uit plichtsbesef begon ik een necrologie over Martin Walser te lezen. De muggen staken me vrijwel overal.

Source: Volkskrant

Previous

Next