Home

Het dorpscafé moet het Franse platteland weer leefbaar maken: ‘De mensen hier lijden’

Een pichet rosé, een bakje pinda’s en iemand die je even in de oren kriebelt – soms is dat alles wat een mens verlangt. En het mooie is, Jean-Marc Marquet hoeft er niet eens meer om te vragen. Iedere dag om 18 uur precies schuift hij met zijn zus Sylvie aan op hun vaste plek in café Re-Naissance, de dorpskroeg van Sommecaise. Zonder een woord te wisselen weet uitbater Karine Gaigé wat ze moet doen: karaf rosé op tafel, twee glazen erbij en hup, ze staat achter haar stamgast met haar vingers in zijn oren. Lachend: ‘Alleen ik weet hoe je Jean-Marc moet aanpakken.’

Zwijgend drinken broer en zus Marquet hun glas. Sinds Jean-Marc een beroerte kreeg, heeft hij moeite met spreken. Het kriebelen van Gaigé is een manier om desondanks contact met hem te kunnen leggen. ‘Sinds de opening hebben ze nog geen dag gemist’, bezweert de hartelijke Gaigé, die van iedere vaste gast precies weet wat hij verlangt. ‘Behalve als het sneeuwt.’

Ruim een jaar geleden opende Gaigé – grijs joggingvest, het haar in een kuif naar achter gebonden – hier haar café. En dat is best bijzonder voor een plek als Sommecaise. Met nog geen vierhonderd inwoners is het zo’n typisch Frans dorp waar in de afgelopen jaren vooral steeds meer verdween: de bakker, het postkantoor, de huisarts – en tot op een jaar geleden ook het dorpscafé. Daarmee verdween ook het leven uit Sommecaise, zeggen de dorpsbewoners er steevast achteraan. Waar moesten ze elkaar dan nog ontmoeten?

Over de auteur
Eline Huisman is correspondent Frankrijk voor de Volkskrant. Ze woont in Parijs.

En kijk nu: zomaar op een doordeweekse avond is het een komen en gaan van gasten en stamgasten in Re-Naissance, een helder verlicht lokaal onder een oud plafond van originele houten balken. Ze komen uit Sommecaise zelf, maar ook uit omliggende dorpen, op zoek naar gezelschap, sigaretten of een pak melk. Want de voormalige boerderij fungeert behalve als café en restaurant ook als kruidenierswinkel, postpakketpunt en tabakszaak. Er is een wifi-verbinding, en wie een dag op voorhand zijn bestelling doorgeeft kan ’s ochtends rekenen op een verse croissant.

In 2019, terwijl Frankrijk zijn wonden likte na de gele-hesjes-protesten die het land maandenlang in zijn greep hadden gehouden, werd met steun van de Franse overheid het initiatief ‘1000 cafés’ gelanceerd. Het plan: in duizend dorpen van minder dan 3.500 inwoners moest weer een dorpscafé worden geopend (32 procent van de Fransen woont in zo’n gemeente, becijferde statistiekbureau INSEE). Zo zou leven en saamhorigheid terugkeren op plekken waar tot dan toe onvrede en een gevoel van verlatenheid heersten.

Het idee voor de duizend cafés kwam van Groupe SOS, een non-profitorganisatie die verschillende sociale ondernemingen runt. De organisatie krijgt geld van zowel de Franse overheid als bedrijven zoals Coca-Cola en Orange. Voor het project ‘1000 cafés’ dragen de uitbaters van aangesloten dorpscafés een premie af, in ruil voor onder meer administratieve en juridische hulp bij het runnen van het bedrijf. Samenwerking met het lokale dorpsbestuur is essentieel: de gemeente zorgt voor een locatie tegen schappelijke huur, en helpt in de promotie. Al gaat dat laatste in Sommecaise vanzelf: ook de gasten van buiten het dorp kennen ‘Karine’ van horen zeggen.

Zo ook Camille Brienne, een pensionado met legerpet en imposante snor, voor wie de komst van café Re-Naissance ‘alles heeft veranderd’. Voor hem op tafel ligt de Yonne républicaine, het regionale dagblad. ‘Voorheen deed ik niet veel meer’, zegt Brienne, ‘al helemaal niet buiten het jachtseizoen. Nu kom ik iedere dag naar Re-Naissance voor een kop koffie en de krant.’

Brienne ziet veel Nederlanders die zich vestigen in de Yonne, het departement waarvan Sommecaise deel uitmaakt. ‘Ze kopen graag een oud huis of chateau om op te knappen’, zegt hij. ‘Dat is belangrijk voor het leven in de streek. De mensen hier lijden: er is geen school, jongeren vinden hier geen werk, het is een medische woestijn met weinig gezondheidsvoorzieningen.’ Sylvie Marquet valt hem bij: ‘Voor een tandartsafspraak moet je hier acht maanden wachten.’ Aan de komst van al die Nederlanders kleeft wel een nadeel, zegt Brienne: ‘Ze nemen al hun eigen boodschappen mee.’

Inmiddels zijn in ongeveer tweehonderd dorpen verspreid door Frankrijk vergelijkbare buurtkroegen geopend. Met wisselend succes; de coronacrisis deed veel kersverse uitbaters de handdoek in de ring gooien. Andere cafés moesten sluiten bij gebrek aan klandizie of mankracht. Het café van Karine Gaigé is ruim een jaar na de opening rendabel, maar er is ook dat briefje op de deur naar het winkelgedeelte: ‘Onze openingstijden zijn ingeperkt in verband met uitputting.’

Meer woorden hoeft Gaigé daar verder niet aan vuil te maken. Liever hopt ze van tafel naar tafel om gasten welkom te kussen en gesprekken op gang te brengen. ‘Dan zoek ik naar een manier om het gesprek aan de ene tafel te verbinden met iets waar de gasten aan de andere tafel het ook over hebben’, legt ze uit. ‘Want dat is mijn missie: dit moet een café van alle generaties zijn, waar iedereen kletst met iedereen.’ En voor waar dat niet lukt, is er Poupoune: de pluizige hond des huizes die zonder woorden van schoot tot schoot gaat in de dorpskroeg.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next