Opeens gebeurt het weer. David, een blakende baby van drie maanden, laat een boertje en tegelijkertijd schiet zijn rechterarmpje in een kramp naar achteren. Hij kreunt. Zijn gezichtje wordt knalrood. Zijn ogen beginnen snel heen en weer te schieten. ‘Neem het op, neem het op!’, roept zijn moeder Anne, die samen met haar ouders in de woonkamer in de eengezinswoning in Badhoevedorp zit.
Het kind op haar arm trilt en schokt. Vader Edwin, die boven aan het werk is, komt naar beneden gerend. De oma van David grijpt haar telefoon en maakt snel een filmpje. Het duurt zo’n drie minuten. Dan is de aanval voorbij. De opname sturen de ouders direct naar de afdeling neurologie van het Erasmus MC in Rotterdam.
Binnen anderhalf uur gaat de telefoon. ‘We hebben hier overlegd en we weten vrijwel zeker dat dit een epileptische aanval was’, klinkt het. Morgen worden ze verwacht voor een EEG van de hersenen. ‘Ga zo snel mogelijk medicijnen halen om de aanvallen te onderdrukken’, adviseert de arts. ‘Helaas moeten jullie daarvoor naar België of Duitsland, want in Nederland is het niet beschikbaar.’ Ze benadrukt de ernst van de situatie: ‘Ik bedoel dit letterlijk: begin liever vandaag dan morgen met de medicatie.’
Het is 14 december, half vier op een woensdagmiddag. Nog maar een paar dagen eerder, op 8 december, hebben Edwin Praat (42) en Anne Füchte (37) in het Erasmus MC te horen gekregen dat David het Tubereuze Sclerose Complex heeft, afgekort TSC. Bij deze zeldzame, ernstige aandoening duiken er overal in het lichaam kleine, goedaardige gezwellen op. In de hersenen vormen zich tubers, kleine verdikkingen. Hierdoor ontwikkelen negen van de tien kinderen epilepsie en velen van hen ook nog autisme en gedrags- en leerproblemen. Er is maar één medicijn dat de epileptische aanvallen bij TSC effectief kan onderdrukken: vigabatrine. Op de markt is het als merkgeneesmiddel beschikbaar onder de naam Sabril. Maar nu is het er niet.
Al in 2016 trekt apothekersorganisatie KNMP aan de bel over een ‘alarmerende stijging van medicijntekorten’. Het gaat dan nog over 625 middelen. Meer dan 40 procent van de in Europa verhandelde medicijnen komt van buiten de EU. De productie van die grondstoffen ligt bij een steeds kleinere groep fabrieken in lagelonenlanden als China en India.
Eén productiefoutje in één fabriek – of een coronapandemie – kan leiden tot een wereldwijd tekort. Voor veel leveringsproblemen is een alternatief medicijn beschikbaar met dezelfde werkzame stof, of iets dat erop lijkt. Dat geldt bijvoorbeeld voor bloeddruk- en cholesterolverlagers, antidepressiva, maagzuurremmers, ontstekingsremmers en bloedverdunners. Maar bij vigabatrine speelt een ander probleem: een grondstoffentekort.
In september 2020 keurt het Europees Parlement een resolutie goed die de EU zelfredzamer moet maken ‘door voorraden veilig te stellen, de lokale productie van geneesmiddelen te herstarten en een betere EU-coördinatie te verzekeren tussen de diverse nationale gezondheidsstrategieën’. Plannen zijn er genoeg: nieuwe medicijnfabrieken in Europa opstarten, een Europese noodapotheek oprichten en het transport van geneesmiddelen tussen EU-lidstaten versoepelen. Toch luiden apothekers drie jaar later opnieuw de noodklok. In heel 2022 werd een schrikbarend aantal van 1.514 tekorten genoteerd door apothekersorganisatie KNMP – halverwege dit jaar staat de teller al op bijna 1.200.
In Badhoevedorp, die woensdagmiddag om half vier, is de stress hoog. Edwin Praat belt zijn vader in Den Haag en geeft instructies: ‘Rijd nu naar België. Ik bel ondertussen met apothekers vlak over de grens. Als ik er een vind die Sabril heeft, dan bel ik je en dan ben jij alvast in de buurt.’ Praat belt tien apotheken in België. Daar kan een apotheker het middel bestellen, maar alleen in tabletvorm: niet geschikt voor een baby. Van de tabletten kan de apotheker een siroop maken, maar pas de volgende dag. Edwin Praat belt zijn vader. Rijd maar weer terug, vertelt hij hem. Vandaag gaat het niet meer lukken. De woorden van de arts klinken nog na in zijn hoofd: ‘Haal als het kan vandaag nog vigabatrine. Bel 112 als de aanval vijf minuten duurt.’
In 2022 waren er bij het CBG meer dan vijfduizend meldingen van verwachte leveringsproblemen, waarbij een zoektocht begon naar alternatieven. ‘Uiteindelijk resulteerde dit in zes tekorten waarbij er voor patiënten met ernstige aandoeningen geen alternatief beschikbaar was’, zegt CBG-voorzitter Ton de Boer. Individuele gevallen kunnen schrijnend zijn, meldt het CBG, en reden om ‘ons tot het uiterste in te spannen’.
Ook voor mensen die wel een alternatief kunnen vinden, kan de zoektocht daarnaar veel logistieke stress opleveren. De Boer: ‘Het ligt bij het ministerie van Volksgezondheid (VWS) om samen met Europa structurele oplossingen te zoeken.’ Ook de NZA, die als toezichthouder verantwoordelijk is voor toegankelijke en betaalbare zorg voor alle inwoners van Nederland, meldt dat de regie ligt bij het ministerie van VWS.
Europees gezien is Nederland een lageprijzenland: de overheid houdt de hand ferm op de knip bij de geneesmiddelenprijzen. Fabrikanten verkopen een zeldzaam medicijn daardoor liever aan landen die er meer voor willen betalen. Bovendien gelden er in Nederland allerlei restricties en regels, waardoor apothekers aan handen en voeten gebonden zijn, leert navraag bij Aris Prins, voorzitter van de KNMP. ‘Apothekers mogen bijvoorbeeld niet aan elkaar leveren, of geneesmiddelen zelf uit het buitenland importeren. Dat mag je alleen doen als je een groothandelsvergunning hebt. Dus als een apotheker een middel niet heeft en een collega wel, dan mogen ze onderling niet iets met elkaar regelen: dat valt officieel onder illegale handel in geneesmiddelen.’
Ook al mag het niet, apothekers kunnen soms niet anders, zegt Prins. ‘Het klinkt ernstig, maar apothekers overtreden dagelijks wet- en regelgeving. We worden ertoe gedwongen, zodat we patiënten kunnen helpen en aan onze verantwoordelijkheid als zorgverlener kunnen voldoen.’
Op donderdagochtend 15 december is de EEG van David gepland. Die ochtend heeft hij twee aanvallen van elk drie minuten. In het gesprek na de EEG schiet Davids armpje omhoog. Wat volgt, is wat zijn vader later beschrijft als zijn ergste aanval ooit: ‘Rood, kreunen, verkrampt, moeilijk ademen, grommen, ogen die heen en weer schieten, zijn arm die heen en weer schiet. En dat is dan je zoon.’
Net voor het kritieke punt van vijf minuten stopt de aanval. De neuroloog kijkt de ouders aan: ‘We laten jullie zo niet naar huis gaan.’
David krijgt direct een shot vigabatrine in zijn mond en een kamer in het Sophia Kinderziekenhuis, onderdeel van het Erasmus MC. Zo kunnen de artsen hem in de gaten houden en hem instellen op de medicatie die het ziekenhuis nog beschikbaar heeft voor opgenomen patiëntjes: vigabatrine in granulaatvorm. Dat zijn oplosbare korrels, het meest geschikt voor baby’s. Die nacht heeft David nog twee keer een heftige, maar korte aanval. Een paar dagen gaat alleen zijn armpje nog even omhoog. Daarna blijven de aanvallen weg.
Weer thuis komt een vriend van het gezin een voorraadje medicijnen brengen uit een apotheek in België: een drank gemaakt van vijftig tabletten en nog eens vijftig tabletten in een gesealde verpakking. Voor de herhaalrecepten kunnen ze terecht bij hun eigen apotheek. In de maanden januari en februari lukt dat ook. Granulaat is er dan al niet meer, maar er zijn wel tabletten. Daarvan kan de apotheek een siroop maken. De drank is na bereiding maar een maand houdbaar. Daarom moeten de ouders de herhaalmedicatie steeds opnieuw aanvragen. Om de paar weken, ruim van tevoren, staat de besteldatum in hun agenda. Het gezin komt in rustiger vaarwater. Denken ze.
Begin maart gaat de telefoon. Het is de apotheek: ‘Helaas is vigabatrine opnieuw niet leverbaar in Nederland.’ Praat vraagt: ‘Kunnen jullie dan niet van die vijftig gesealde tabletten uit België een drank maken?’ Dat kan niet, hoort hij. Ook al is het een schone, gecontroleerde en gesealde restvoorraad: de apotheker mag er niets mee doen. Dan is hij strafbaar. Alleen tabletten die rechtstreeks van de producent of de groothandel komen, mogen ze gebruiken. Dit kan niet waar zijn, denkt Praat. Opnieuw slaat de stress toe. Hoe kan hij zijn kind beschermen? De klok tikt: over een paar dagen zijn de medicijnen op.
Eind september vorig jaar heeft de overheid toestemming gegeven aan apotheken om vigabatrine uit het buitenland te importeren. Maar individuele apotheken mogen dat niet zelf doen: daarvoor zijn ze afhankelijk van twee farmaceutische groothandels in Nederland, Orly Pharma en Added Pharma. Als het middel daar niet verkrijgbaar is, kunnen apothekers weinig uitrichten. Sinds januari van dit jaar zijn handelsvergunningshouders en groothandels in geneesmiddelen verplicht om een zogeheten ‘ijzeren voorraad’ aan te leggen. Zo moet het mogelijk zijn om bij geneesmiddelentekorten zeker zes weken te kunnen overbruggen. Toch zijn er opnieuw geen medicijnen voor David.
Juridisch gesproken heeft de apotheker de plicht om geneesmiddelen te leveren. Maar als er sprake is van overmacht, moet de zorgverzekeraar bemiddelen, zegt Martin Buijsen, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Erasmus Universiteit. ‘Zij moeten ervoor zorgen dat hun klanten toegang hebben tot geneesmiddelen die binnen de basisverzekering vallen. Als de Inspectie apothekers toestemming heeft gegeven om zo’n geneesmiddel uit het buitenland te halen – dat was in het geval van Sabril ook zo – dan moet de apotheek dat ook regelen.’
Maar Source: Volkskrant