Het verhaal van Circuit Zandvoort - de huidige naam - begon kort na de Tweede Wereldoorlog en is ontstaan uit een succesvolle straatrace in de badplaats in 1939. Naar aanleiding van die wedstrijd kwamen er plannen om een permanent circuit aan te leggen. Sammy Davis, de winnaar van de 24 uur van Le Mans in 1927, werd in 1946 als adviseur aangetrokken en maakte daarbij handig gebruik van bestaande wegen die door de Duitsers in de oorlog waren aangelegd. Het in orde maken van de baan kostte natuurlijk tijd, maar op 7 augustus 1948 raceten voor het eerst auto's over het circuit.
De baan zag er in die tijd heel anders uit dan nu. Davis adviseerde lange rechte stukken en zo weinig mogelijk trage bochten, zoals op de lay-out te zien was. De bochten die wel aanwezig waren, kregen namen die we nog steeds kennen: Tarzanbocht, Gerlachbocht, Hugenholtzbocht en ga zo maar door. De eerste wedstrijd in Zandvoort werd gewonnen door een koninklijk persoon: Prins Bira van Siam uit Thailand scheurde in zijn Maserati naar de zege in de Prijs van Zandvoort. In 1949 werd de naam van de wedstrijd veranderd naar de Grote Prijs van Zandvoort. Dit keer ging de zege naar Ferrari-coureur Luigi Villoresi.
B. Bira viert de overwinning in Zandvoort.
In 1950 werd de Formule 1 een officieel wereldkampioenschap. Circuit Zandvoort was onderdeel van de kalender, maar de uitslag in de badplaats telde niet voor het kampioenschap bij de coureurs. Een jaar later was dit ook het geval. Beide wedstrijden werden gewonnen door Louis Rosier. In 1952 was het dan zover: de Grand Prix van Nederland werd onderdeel van het officiële wereldkampioenschap. Alberto Ascari kwam in zijn Ferrari in 1952 en 1953 als eerste over de lijn. Een jaar later reisden de F1-coureurs niet naar Nederland af. Geldproblemen zorgden ervoor dat er niet gereden werd. Nóg een jaar later waren de problemen voorbij en kon er weer geracet worden. In 1956 en 1957 gooide de Suez-crisis roet in het eten. Dit keer stond de F1-race in Zandvoort dus twee jaar niet op de kalender.
Vanaf 1958 waren de financiële problemen lange tijd over. De koningsklasse wist het circuit tot en met 1971 elk jaar te vinden. Grote namen wonnen in de badplaats, onder meer Stirling Moss, Jack Brabham, Graham Hill, Jim Clark en Jacky Ickx. In 1960 kwam een toeschouwer om het leven nadat Dan Gurney crashte. Piers Courage overleed in 1970 nadat een wiel losvloog en hem vervolgens op het hoofd raakte. De auto vloog vervolgens in de fik en brandde helemaal af, met Courage nog in de wagen. In 1972 sloeg F1 Zandvoort over. De rijders hadden geklaagd over de verouderde faciliteiten op de baan. Deze pasten volgens hen niet bij de racerij in die tijd.
De auto van Roger Williamson in de brand.
Foto: Sutton Images
Reden genoeg voor de organisatie om de schop in de grond te steken. De lay-out van de baan werd lichtjes aangepast, maar leek veel op het circuit waar tot en met 1971 op geracet werd. Er kwamen nieuwe pitgebouwen en er werd vlak voor Bosuit een chicane geplaatst. In 1973 had iedereen een glimlach van oor tot oor. Toch gaat de 1973-editie van de Dutch Grand Prix de boeken in als een zwarte dag. Wat een goed georganiseerde GP leek, bleek niet zo goed te zijn. Roger Williamson schoot hevig van de baan tijdens de race, waarbij zijn auto in de brand vloog. De Brit, die nog maar zijn tweede F1-race reed, kwam vast te zitten. Hulp van de gestopte David Purley mocht niet baten. De marshals naast de baan hadden geen brandveilige overalls aan en durfden door de intense hitte niet dicht in de buurt te komen van de auto. De wedstrijdleiding dacht dat de auto van Purley was gecrasht en dat de coureur ongedeerd was. De marshals begonnen vervolgens ook nog in de weg te lopen, terwijl Purley probeerde Williamson te redden. Williamson stikte en overleed. Jackie Stewart won, maar gevierd werd het niet. Het was een zwarte dag in de historie van de autosport.
De Formule 1 kwam een jaar later wel terug en bleef er tot en met 1985. Begin jaren tachtig had het circuit weinig te besteden. De baan leed verlies met F1 en hield het uiteindelijk niet lang vol. Bernie Ecclestone, voormalig F1-baas, betaalde een aantal wedstrijden uit eigen zak. De Brit wilde wel dat er geïnvesteerd werd in faciliteiten, maar door geldgebrek was dat onmogelijk. De gemeente en overheid sprongen ook niet bij. Na 1985 kwam er een einde aan de Formule 1 op Zandvoort. Tot aan de laatste F1-race in 1985 was de lay-out nauwelijks veranderd. Pas na het verdwijnen van F1 zag de gemeente Zandvoort plots het belang in van de baan, maar moest dit wel samengaan met andere doeleinden, zoals bijvoorbeeld een vakantiepark.
In 1990 ging de baan flink op de schop en verdween een groot gedeelte van de lange rechte stukken. Deze moesten plaatsmaken voor een korter circuit, met meer en langzamere bochten. Een interim-circuit. In 1998 kwam er een groen licht om de écht boel grondig aan te pakken, dat gebeurde. Meteen kwam de vraag of F1 weer terug kon naar Nederland, maar dat bleek financieel niet haalbaar. Er zijn in die tijd gesprekken geweest met sponsoren, maar die leidden nergens toe. Jarenlang ontving Circuit Park Zandvoort, zoals de baan in die tijd heette, klassen als DTM, Formule 3 en ADAC GT Masters, totdat ene Max Verstappen in F1 belandde en succes boekte. Het wakkerde het Formule 1-vuurtje in Nederland weer aan. Er werd gesproken, gesproken en nog eens gesproken. Uiteindelijk kwam het heugelijke nieuws dat F1 een contract had gesloten met Circuit Zandvoort. Door corona werd de eerste editie in 2020 overgeslagen, maar in 2021 was de Formule 1 terug op Nederlandse bodem. De Dutch Grand Prix luidt in 2023 de tweede seizoenshelft in, ook volgend jaar racet F1 nog in de badplaats. Hoe het contract er daarnaar uitziet, is nog maar de vraag. Dat Zandvoort zichzelf weer op de kaart heeft gezet, is meer dan duidelijk.
Max Verstappen in de Red Bull Racing RB18 op Zandvoort.
Foto: Erik Junius
Source: Motorsport