Dat de Belastingdienst deelnam aan de Amsterdam Canal Parade was niks nieuws, dat deden ze al vier keer eerder. De agressieve reacties van extreem-rechts waren wel nieuw. Paul Cliteur, de compleet doorgedraaide FvD-professor, noemde de deelname van de Belastingdienst ‘politiek activisme’. Andere herrieschoppers verpakten hun heimelijke intolerantie in het argumentum ad toeslagenaffairum, een variant op het aloude ‘ga boeven vangen’. Ook bedrijven die dit weekend de regenboogvlag omarmden moesten die onschuldige geste bekopen met intimidatie van extreem-rechts.
Dingen die volkomen normaal waren, zoals emancipatiebewegingen, worden door extreem-rechts geproblematiseerd en gediskwalificeerd als woke. Een grote stap terug en merkwaardig bovendien, aangezien datzelfde extreem-rechts homorechten decennialang beweerde te verdedigen tegen de islam. Het bestempelen van basale mensenrechten als ‘extreem’ past in een patroon; extreem-rechts wil langzaamaan alles wat het niet bevalt ‘controversieel’ maken, zodat intolerantie normaal kan worden. Daarbij richten ze de pijlen op overheidsinstanties én bedrijven, die inherent opportunistisch en dus gevoelig voor controverse zijn.
Wat vooral tegenvalt, is hoezeer dit offensief van het internationale fascisme in Nederland aanslaat. Nederland was altijd al conservatiever dan gedacht, met een hardnekkige ongelijke inborst, die zelden zichtbaar wordt in de onderzoeken. De Nederlander zegt snel en makkelijk tolerant te zijn, maar als het spannend wordt, blijkt die tolerantie maar weinig waard. Tolerantie komt dan ook altijd met een voorbehoud – ‘zolang ze maar normaal doen’. Onder normaal doen wordt in de regel bedoeld dat men onzichtbaar is. Nu mensen zich niet meer verstoppen, is wat tot voor kort normaal was opeens ‘links gedram’.
Over de auteur
Sander Schimmelpenninck is journalist, ondernemer en columnist van de Volkskrant. Eerder was hij hoofdredacteur van Quote. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant.
Nederland is in meerderheid een conservatief land waar men er diep van overtuigd is dat mannen moeten werken en vrouwen thuis moeten zijn. In een land waar de genderrollen ouderwetser zijn dan waar ook in Europa, is het logisch dat het gesprek over gender zelf óók moeizaam verloopt. Mannen zijn mannen en vrouwen zijn vrouwen, met dat idee groeien Nederlanders nu eenmaal op.
We hebben het verankeren van progressieve ideeën en mensenrechten in de opvoeding aan het toeval overgelaten en verondersteld dat met het verstrijken van de tijd deze ideeën bij iedereen zouden landen. Dat valt vooral de PvdA van de laatste decennia van de 20ste eeuw te verwijten. Waar in andere landen onder aanvoering van de sociaal-democraten via kinderopvang en het onderwijs de burgerschapsvorming werd gestimuleerd, heeft links de Nederlandse achterlijkheid nooit écht bevochten en dikwijls zelfs omarmd. De overheid bleef buiten de deur, en alleen de ouders gingen over de opvoeding.
Met het voortdurende knabbelen aan liberale verworvenheden en de intimidatie van extreem-rechts krijgt Nederland de rekening gepresenteerd voor dat gebrek aan burgerschaps- en mensenrechtenonderwijs. De extreem traditionele genderrollen, de stokkende kansengelijkheid en de afnemende tolerantie voor emancipatiebewegingen; zij vormen de erfenis van onze confessionele en burgerlijke geschiedenis.
Het omarmen van liberale ideeën heeft in Nederland dan ook altijd iets oppervlakkigs gehad; we omarmden de paradijsvogels als entertainment, maar val ons niet lastig met een diepere gedachte over burgerrechten. Progressieve ideeën waren trendy, iets om over op te scheppen in het buitenland, maar er écht in geloven deed en doet de Nederlander nauwelijks. Niet vreemd, als je burgerschap overlaat aan de willekeur van ouders.
De snelheid waarmee het tolerante laagje vernis momenteel vervaagt, laat zien hoe groot het verschil is tussen wie we zeggen te zijn, en wie we werkelijk zijn. Onze liberale ideeën zijn als de Moccamaster, het superieure koffiezetapparaat van eigen bodem; het verkoopt vooral in het buitenland. Zelfs onze progressiviteit blijkt weinig meer dan een exportproduct.
Source: Volkskrant