Bij het open raam staat een man te roken. De manier waarop hij uitblaast, verraadt nervositeit. Zijn ogen kijken niet de wereld in, maar strak naar de grond. Als zijn telefoon gaat, drukt hij de oproep meteen weg. Het is niet de bedoeling dat iemand weet waar hij is. ‘Niemand kent me’, zegt hij. ‘Niemand ontmoet me. Ik ben een onbekende.’
Salah is een Tunesische mensensmokkelaar. Op voorwaarde van anonimiteit is hij bereid de Volkskrant te vertellen hoe hij te werk gaat. Salah is niet zijn echte naam, en ook over zijn leeftijd (‘ongeveer 35’) doet hij geheimzinnig. In de Tunesische havenstad Sfax vervult hij naar eigen zeggen een spilfunctie bij het smokkelen van mensen naar Europa. Iedere maand vertrekken één à twee van zijn motorboten, altijd in het holst van de nacht, waarna ze een halve dag later aankomen op het Italiaanse eiland Lampedusa.
Hoeveel mensen zijn er bij die riskante overtochten verdronken? ‘Nul.’ Nog een keer vragen. ‘Echt waar, het zijn er nul. Ik zweer het bij God.’
Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet, en is auteur van het boek De koerier van Maputo (2021).
Mensen als Salah zijn de verklaarde vijand van de Europese Unie. Smokkelaars zijn ‘criminelen’ met een ‘wreed businessmodel’, zo zei EU-commissievoorzitter Ursula Von der Leyen, die ten koste van alles moeten worden bestreden. Die paniek is verklaarbaar: de migratiecijfers op de Middellandse Zee zijn sinds 2017 niet meer zo hoog geweest, met honderden doden tot gevolg. In de eerste vijf maanden van dit jaar maakten ruim 50 duizend migranten de overtocht naar Italië. Van hen kwam de helft via Tunesië – zeven keer zoveel als in dezelfde periode vorig jaar.
Om dit een halt toe te roepen sloot Von der Leyen, geflankeerd door demissionair premier Mark Rutte en zijn Italiaanse collega Georgia Meloni, deze zomer een omstreden akkoord met de Tunesische president Kais Saied. In ruil voor een hulppakket van 1 miljard euro (grotendeels leningen) moet Tunesië de boten gaan tegenhouden. ‘Eerst dacht ik: president Saied heeft drugs gebruikt, hij is de weg kwijt’, zegt Salah met een schalkse blik. ‘Toen realiseerde ik me: dit is goed nieuws. De prijzen gaan verdubbelen.’ Zijn jaarlijkse inkomen schat hij momenteel op 50 tot 60 duizend euro, zo’n twintig keer het salaris van een gemiddelde Tunesiër.
Afgaande op zijn uiterlijk – vissershoedje, verwassen shirt – zou je het niet zeggen, maar Salah staat aan het hoofd van een netwerk met een stuk of twintig leden. Over hen heeft hij ‘volledige controle’. Ze smokkelen alleen landgenoten, geen migranten uit landen ten zuiden van de Sahara. Die hebben hun eigen netwerk en pakken het anders aan. Schamper: ‘Ze zetten veertig of vijftig mensen op een boot, veel te riskant. Bij ons gaan er maximaal vijftien à twintig mensen mee, plus een schipper en een assistent. We controleren uitgebreid de kwaliteit van de buitenboordmotoren. Als ik risico’s voorzie, blaas ik de reis af.’
Om te voorkomen dat de bootjes bij onderschepping kunnen worden herleid tot de oorspronkelijke eigenaar, werken zijn collega's de registratiecodes van de boot en de motor met verf weg. Salah zegt dat de schipper bij aankomst in Italië ‘bijna altijd’ omdraait en terugvaart naar Tunesië.
Zodra hij over zijn werk praat, blaakt hij van het zelfvertrouwen. Wie denkt dat de kustwacht zijn bootjes zomaar kan stoppen, heeft het niet begrepen. De Europese miljoenen, bedoeld om de Tunesische kustwacht uit te rusten met de nieuwste snufjes, gaan volgens Salah niets uitrichten. Hij benadrukt dat hij een kennisvoorsprong heeft. Hij is geboren op Kerkennah, een kleine archipel voor de Tunesische kust. ‘Mijn vader was visser, mijn ooms waren vissers, zelfs de postbode op het eiland is een visser. Ikzelf ben ooit ook zo begonnen. We hoeven maar naar de hemel te kijken om de route te weten. Met die kennis worden we geboren.’
Factor twee in zijn succes is het geld. Per persoon betalen de migranten 1.500 euro voor de overtocht. Met een deel van dat geld kopen Salah en zijn collega’s de instanties om, variërend van de nationale politie tot de kustwacht, en van de douane tot de ‘man die het bootje afduwt.’ Grinnikend: ‘In Tunesië zeggen we: iedereen eet mee.’
Vaste bedragen zijn er volgens hem niet, die variëren per keer. Hij geeft een voorbeeld uit de zomer van 2022. Kort voordat een bootje vertrok, gaf hij een van de opvarenden een stapel biljetten mee, omgerekend bijna 900 euro, om indien nodig de kustwacht om te kopen. De man was bang om het geld aan te nemen, zegt Salah, maar hij wist hem te overtuigen dat toch te doen. ‘Ze werden inderdaad onderschept, en hij heeft het geld overhandigd. Toen mochten ze door.’
Te verifiëren valt dit verhaal niet. De Volkskrant legde het voor aan het Tunesische ministerie van Binnenlandse Zaken (dat aan het hoofd staat van de kustwacht), maar daarop kwam geen reactie. Valentina Zagaria, als Tunesië-onderzoeker verbonden aan de Universiteit van Manchester, bevestigt dat omkoping sinds jaren voorkomt. Tijdens veldwerk in de kustplaats Zarzis hoorde ze jonge Tunesiërs vertellen hoe de kustwacht in ruil voor smeergeld een oogje toekneep.
Boten met Tunesiërs glippen sowieso makkelijker door de mazen dan die met migranten uit Sub-Sahara Afrika, zegt Zagaria. West-Afrikaanse schippers kunnen niet leunen op een netwerk zoals dat van Salah. ‘Je zag dat voor de covidpandemie al terug in de cijfers. Zwarte migranten waren oververtegenwoordigd in het aantal onderscheppingen, terwijl Tunesiërs oververtegenwoordigd waren in het aantal geregistreerde aankomsten in Italië.’
Mensenrechtenorganisaties maken bovendien steeds vaker melding van hard optreden door diezelfde kustwacht, met name tegen zwarte migranten. Volgens Alarm Phone, dat migranten in nood bijstaat, verdronken er eind 2022 drie kinderen, toen een boot door de kustwacht werd geramd en omsloeg.
Salah steekt een tweede sigaret op. In eigen land riskeert hij 15 jaar cel. De ethische bezwaren tegen zijn werk wuift hij weg. ‘Ik denk dat ik juist levens red. Jongeren in Tunesië zijn vaak wanhopig. Als je niet uit een rijke familie met connecties komt, blijven er twee opties over: je eindigt als loonslaaf, met een maandsalaris van 100 à 150 euro, of je blijft werkloos. Ik zie hoe mensen zich verliezen in drugs en alcohol. In Europa heb je meer kansen. Natuurlijk heb je daar ook drank en drugs, maar de kans is kleiner dat je – zoals hier – vanwege dat soort uitspattingen door de politie in elkaar wordt geslagen.’
Kan hij met die motivatie niet beter maatschappelijk werker worden? Salah schudt het hoofd. ‘Geloof me, ik heb allerlei gewone baantjes geprobeerd.’ Na vier jaar kunstacademie probeerde hij een stichting op poten te zetten, maar dat verzandde, naar eigen zeggen omdat zijn familie niet de ‘juiste reputatie’ had.
De woorden ‘smokkel’ of ‘migratie’ vallen in Tunesië nooit, ook bij Salah niet. Het gaat steevast over de harraqa, hetgeen te vertalen valt als: het verbranden van grenzen. Economisch is de situatie dramatisch, met meer migratie tot gevolg. Toen onderzoekers van mensenrechtenorganisatie International Alert jongeren (29 jaar en jonger) in drie arme regio’s vroegen hoe vaak ze aan de harraqa dachten, vinkte bijna de helft aan: ‘constant’. Nog eens een kwart zei er ‘soms’ aan te denken. Salah: ‘De harraqa gaat niet stoppen.’
Zelf wil hij op een dag ook naar Europa. De smokkel, hoe lucratief ook, ziet hij als een tijdelijke baan. Eerder hielp hij twee van zijn jongere broers – 14 en 16 jaar oud – bij de overtocht. ‘Zelf wil ik legaal gaan, met het vliegtuig.’ Hij mijmert over het openen van een eigen winkel. Misschien wel in Nederland, voegt hij eraan toe. ‘Ik heb gehoord dat jullie een rijke cultuur hebben.’ Dan rinkelt zijn telefoon. Vlug dooft hij zijn sigaret. Hij moet weg, zegt hij, voor iemand zich afvraagt waar hij blijft.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden