Home

Natuurgeweld in Slovenië: ‘Ik denk dat we nooit meer zonder angst voor het water zullen leven’

Toen het kolkende water Ljudmilla Kurnik (87) vrijdagochtend wekte, kon ze niets anders dan wuiven. De elektriciteit deed het niet, de telefoons hielden ermee op, en de straat was een twee meter hoge modderlawine. Dus wuifde mevrouw Kurnik, anderhalve dag lang. Vanaf haar balkon naar dat van haar zoon aan overkant. Pas toen zaterdag het water ietsje zakte, pikte een enorme Volvo-shovel haar op en deponeerde haar hup, zo vanuit de voorbak bij haar zoon op de stoep.

Daags na de grootste natuurramp in de recente Sloveense geschiedenis is het noordelijke bergplaatsje Črna na Koroškem – ruim drieduizend inwoners – nog altijd afgesloten van de buitenwereld. In één nacht viel hier 350 millimeter regen per vierkante meter. Het plaatsje ligt in een bijzonder nauw deel van de Vallei Mežica, en naast het dorpsplein komen ook nog eens twee rivieren samen. Resultaat: terwijl de rest van Slovenië is begonnen met opruimen, kolkt het water hier nog altijd door de straten.

Wie ze daarvoor te danken hebben? ‘Klimaatverandering’, zegt Ljudmilla’s zoon Robert (58), die op een droog kluitje de wacht houdt voor de oprit van zijn moeder en foetert voor iedereen die het horen wil. ‘Klimaatverandering, en de regering die deze regio totaal verwaarloosd heeft. Al jaren smeken we om betere wegen, maar in plaats van te investeren in infrastructuur geeft de (linkse) regering miljoenen uit aan lhbti-projecten of weet ik waar ze nog meer in (hoofdstad) Ljubljana mee bezig zijn. Horen wij niet meer bij Slovenië of zo?’

Toegegeven, zegt Robert, de hulp komt nu op gang. Er zijn 340 brandweermensen in de vallei gearriveerd. Een bataljon genisten is inmiddels begonnen de ondergestroomde wegen vrij te maken, voor zover die nog te redden zijn. Dat is bij lange na niet genoeg, zegt Robert met een vinger richting de ondergelopen ravage achter hem. ‘Maar goed, ik weet ook wel dat ze half Slovenië nog moeten opruimen.’

Een tocht met de shovel, wadend door de hoofdstraat, voert langs bewoners op rubber laarzen die verzopen wasmachines en koelkasten uit kelders trekken. Iets hogerop staan Kia’s en Volvo’s kriskras door elkaar, tot aan de koplampen in de ingedikte modder, alsof een reus ze daar heeft neergesmeten toen hij het spelletje zat was. En dan kan plots ook de shovel niet meer verder, bij Kava Bar Urška; hopen gruis en de graafmachine die daartegen strijdt, versperren de weg. Alleen legerhelikopters komen hier nog langs, met voedsel en drinkwater voor ingesloten achterblijvers aan de randen van het dorp.

In de rest van de vallei is het weinig anders. Het water is de hoogte en de breedte ingegaan, en heeft nieuwe wegen gevonden waar de weerstand het zwakst was. Stafsergeant Miro Strmčnik (47), hier geboren en getogen, kent de vallei op zijn duimpje en is door de legerleiding tot journalistengids gebombardeerd. Behendig voert hij zijn terreinwagen langs weggeslagen stukken asfalt, omgetrokken bomen, loshangende elektriciteitskabels. Naast de overgebleven weg stroomt het water ongeveer even snel als Strmčnik rijdt, alsof het probeert de mensen voor te blijven.

‘De regen begon in de nacht’, zegt Strmčnik, ‘was het ergste rond drie uur, en toen we wakker werden was er geen brug meer over in ons dorp.’

Zijn verklaring voor het natuurgeweld is genuanceerder. ‘De laatste jaren stormt het steeds vaker en steeds heviger. Deze zomer heeft het constant geregend. Er komen hier meerdere rivieren samen, we hebben veel bomen, veel modder. Dat is een dodelijke combinatie.’

Voor zover nu bekend zijn er vier doden gevallen tijdens het noodweer. De schade bedraagt zeker 500 miljoen euro, zegt de Sloveense regering. De premier noemde het ‘de grootste natuurramp in de recente geschiedenis’.

In hoeverre het een natuurramp is, daar twijfelen de bewoners over. De hoeveelheid regen was krankzinnig, maar nooit eerder was het water zo hoog gekomen. In de vallei gonst het van onvrede over de houtkap op de bergen er omheen. Steeds meer kale plekken, steeds meer weggetjes om al dat hout af te voeren, zo krijgt het water vrij baan, De wortels en andere restanten verstoppen volgens sommige bewoners de rivieren.

‘De natuur is volledig uit balans’, zegt de 51-jarige Irena Plaznik (51). Voor de deur van het kerkje in Črna na Koroškem, waarbij de twee rivieren samenkomen, trekt zij een conclusie die wellicht meer slachtoffers van extreem weer de komende jaren zullen trekken. ‘Ik denk dat we hier nooit meer zonder angst voor het water zullen leven. Telkens als het weer omslaat, zullen we bang zijn.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next