Ik mocht mijn T-shirt uittrekken en me omdraaien. Met mijn rug stond ik naar haar toe. Haar vingers tastten in mijn heupen. ‘Ja, ik zie het al’, zei ze. Ze tilde één heup iets omhoog en vertelde dat mijn bekken scheef stond. Dat ging ik waarschijnlijk compenseren met mijn houding en daar zou dan die pijn links onderin mijn rug vandaan komen. ‘En de ruggenwervels van je onderrug zitten trouwens veel dieper dan die van je bovenrug.’ O, dat was nieuw voor me.
Nadat ik op mijn rug op het behandelbed was gaan liggen, pakte ze mijn linkerbeen, duwde mijn knie naar mijn borst en vouwde hem toen over mijn lijf. Daarna deed ze hetzelfde met mijn rechterbeen. ‘Voel je dat? Deze is véél beter.’ Ze pakte mijn linkerbeen weer, vouwde het dubbel, duwde mijn knie richting mijn gezicht en trok mijn onderbeen eraf. ‘Zie je?’, zei ze, terwijl ze weer mijn rechterbeen pakte, mijn knie los schroefde, in de prullenbak gooide en daarna mijn dijbeen rond mijn hals vouwde als een nekkussen. ‘Die ander is veel stijver.’ Trouwens, vroeg ze, ‘heb je ook last van je voeten?’. Van mijn voeten? Wat was er nu weer met mijn voeten? Nee, ik heb geen last van mijn voeten. Ik heb prima voeten. ‘De een voelt soepeler dan de ander’, zei ze.
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Toen mocht ik me omdraaien. Er zat een gat in het bed, waar je gezicht in past. In principe. Maar mijn gezicht was net te groot voor het gat, waardoor de kussentjes mijn wangen naar binnen duwden. Terwijl ze mijn onderrug masseerde vroeg ze hoe het met de verbouwing ging. Ik babbelde honderduit. Als ik films zie waarin mensen gemarteld worden, denk ik altijd dat ik alle gruwelijkheden glimlachend zou doorstaan zonder mijn geheimen ooit prijs te geven. Daar moet ik nu op terugkomen. Ik vertelde alles, meer dan nodig was. Als ze maar zou stoppen. Maar na elke zin die ik had uitgesproken, ging ze juist harder duwen.
‘Ja, je kunt het beter in één keer helemaal goed doen, dat stucwerk’, zei ze en ze duwde zo hard dat mijn adem stokte. Ze vertelde dat ze zelf ook tevreden was over haar badkamer en keuken. Ik probeerde te knikken, maar dat ging dus niet in dat gat en gaf als antwoord een zucht. ‘Ik blijf gewoon doorpraten, hoor’, zei ze, terwijl ze met haar knokkels in het merg van mijn heup was terechtgekomen. ‘Is goed, hoor’, wilde ik manhaftig antwoorden, maar ik piepte iets.
Toen ze klaar was, pakte ik mijn lichaamsdelen van de grond en kleedde me weer aan. We maakten een nieuwe afspraak, waaraan ik alles ga doen om eronderuit te komen. Ik wenste haar een fijne vakantie. Daarna strompelde ik naar buiten, zonder geheimen en met allemaal nieuwe mankementen.
Source: Volkskrant