Home

Viceadmiraal De Waard: ‘We kopen voor het leger geen gevulde koeken om de hoek’

‘We dachten dat de eeuwige vrede in Europa was aangebroken’, zegt viceadmiraal Arie Jan de Waard, in uniform in zijn kantoor in de (nieuwe) Kromhoutkazerne bij Utrecht. ‘Nu we weten dat dat niet zo is, gaat er weliswaar meer geld naar defensie, maar alleen geld is niet de oplossing. Want wij kopen geen gevulde koeken om de hoek.’

De Waard is een van de belangrijkste militairen van Nederland. Als commandant van het Commando Materieel en IT is hij belast met alle militaire boodschappen van het land, van munitie tot fregatten. Sinds de Russische inval in Oekraïne is zijn functie nog urgenter geworden. De maatschappij, en dus ook politici, verwachten ineens van alles van het Nederlandse leger, en bijvoorbeeld ook een grotere rol voor de Nederlandse defensie-industrie. ‘Maar dat gaat niet van de ene op de andere dag’, zegt hij.

Over de auteur
Michael Persson is economieverslaggever en commentator van de Volkskrant, met een focus op de oorlog in Oekraïne. Als Amerika-correspondent won hij journalistiekprijs de Tegel.

‘Als je tegen mij zegt: hier heb je een zak met geld, ik zet die hier op tafel, en als je mij de volgende dag dan belt met de vraag of mijn operationele gereedheid al omhoog is – dan zeg ik nee, die is niet omhoog. Sterker nog, we hebben nu grote uitdagingen in de militaire productieketens. Want die zijn in de afgelopen decennia ook navenant afgeschaald. Die bedrijven hebben hun capaciteit teruggebracht, het is vechten om de spullen die er zijn.’

Zijn raam kijkt uit op een grote bakstenen bunker met kleine raampjes, het zogeheten bomvrije wachthuis van Fort Vossegat, hier in de 19de eeuw gebouwd om de stad te verdedigen. Al snel na de bouw in 1850 werd het fort minder belangrijk, omdat het bereik van artillerie groter werd. Eventuele vijandige kanonnen konden gewoon over het fort heen schieten. Het illustreert de boodschap van De Waard: defensie moet zich continu vernieuwen, omdat ook de aanvalswapens continu veranderen.

‘Er zit een lange doorlooptijd in het aanschaffen van materieel. Neem de vier nieuwe fregatten, waarvoor we onlangs de contracten hebben getekend. Twee voor Nederland, twee voor België. Ze vervangen vier bestaande schepen, maar zijn meer uitgerust voor de bestrijding van onderzeeboten. Dat traject zijn we in 2018 ingegaan, en nu pas gaan de bedrijven, Damen en Thales, ze bouwen. Je hebt veel tijd nodig om te komen tot specificaties, ontwerp, afstemming met de industrie en tussentijdse aanpassingen om toekomstbestendig te blijven. Dan is de vraag: kan dat niet sneller? Ja jongens, het is niet zo dat we naar de showroom lopen en zeggen doe die maar.’

‘De oorlog in Oekraïne heeft onderstreept hoe dichtbij de dreiging is. Het is dichter bij dan Lissabon. Maar al daarvoor zag je een kentering in hoe we over defensie denken. Vanaf ongeveer 2015 zijn de budgetten langzaam weer gaan stijgen, na jaren van bezuinigingen. Vredesdividend, noemden we dat. Daarin zijn we wel wat naïef geweest, denk ik, en heel Europa met ons. Nu willen we ineens van alles, en moet de industrie opschalen. Als je alleen al ziet wat er naar Oekraïne gaat, dat moet dat natuurlijk wel worden aangevuld. Neem munitie, waar een groot tekort aan is. Maar je maakt niet zomaar kogels en raketten. Dat gaat om meer dan productiecapaciteit. Het heeft te maken met ruwe materialen, met elektronica, met fabrieken die springstoffen maken, de hele keten die weer moet worden opgebouwd.’

‘Wij praten met een Nederlandse partij die zulke initiatieven ontwikkelt. Dan is natuurlijk altijd de vraag: is er een businesscase? Kunnen ze dit wel? We moeten zeker goed kijken naar onze eigen industrie. Naar datgene wat we hebben, en wat we vroeger hadden maar nu niet meer, zoals munitieproductie. Misschien moeten we dat weer opbouwen. Maar we kijken wel altijd in de Europese context. Ga nou niet meer alles zelf doen. We moeten voorkomen dat we uiteindelijk een Europese lappendeken van kleine bedrijven hebben die allemaal hetzelfde doen. Ja, dan geven we heel veel geld uit, maar dan krijgen we niet de kwaliteit en efficiëntie die we als belastingbetaler willen.’

‘Ik weet werkelijk niet wat dat is. In de Defensie Industrie Strategie gaat het daar ook voortdurend over. Betekent dit dat je alles moet kennen en kunnen? Dat hebben we gewoon niet. Hebben we ook nooit gehad, en zullen we ook nooit krijgen. Maar ik denk wel dat we goed moeten kijken naar wat wij voor interessants te brengen hebben vanuit wat zo mooi de gouden driehoek heet, de samenwerking tussen de krijgsmacht, kennisinstituten en het bedrijfsleven. Dan heb je het over innovatie, research and development.’

‘We trokken bij die order samen met Duitsland op, zodat hun militairen en onze militairen straks in dezelfde voertuigen rijden. In de logistieke keten en in de communicatie, zeker tijdens een missie, is die ‘interoperabiliteit’ heel belangrijk. De Amerikanen hebben vier of vijf typen fregatten, Europa heeft er 27. Dan maak je het nodeloos ingewikkeld. Daarom werken we nu bij de aankoop van de fregatten samen met België. En we maken echt best vaak gebruik van artikel 346, de uitzonderingsclausule die het mogelijk maakt om een order te gunnen aan een nationaal bedrijf, en een Europese aanbesteding te vermijden. We zijn daarin niet heiliger dan de paus, zoals zo vaak wordt gezegd. Maar ik denk tegelijkertijd: meer samenwerking en integratie maakt Europa sterker. En vervolgens moet je kijken hoe je de koek binnen Europa het best kunt verdelen.’

‘Kijk, je ziet een sterk stijgende lijn van de defensiebudgetten in Europese landen. Maar nog steeds is de vraag of wij met dat enorme bedrag dezelfde gevechtskracht op de mat kunnen leggen als de Verenigde Staten met hetzelfde geld. Nou nee. En nee, ik pleit nu niet voor een Europees leger. Dat is helemaal niet aan mij om dat te doen, dat is een politiek vraagstuk. Dat neemt niet weg dat je natuurlijk wel kunt investeren in de Europese strategische autonomie. Dat vergt een andere blik. Dan ga je kijken: wat kunnen wij zelf doen? Wat kan Europa doen? En wat moeten we alsnog uit de VS halen?’

‘Daar moeten we kritisch naar kijken. Ben ik tegen Amerika? Nee. Is het een belangrijke bondgenoot? Ja, eentje die we zeer koesteren. Halen wij ook straks nog veel spullen uit Amerika? Zeker. Maar we hebben ook een Amerikaanse president gehad die zei: ik stap uit het bondgenootschap. Dat is er gelukkig niet van gekomen, maar stel dat het alsnog gebeurt? Dan heb je echt een uitdaging, gezien alle geopolitieke ontwikkelingen. Dus ja Europa, kom op. Als je uiteindelijk in dat speelveld ook je eigen positie wilt hebben, dan moet je, niks afdoend aan de relatie met de VS, als Europa meer je eigen broek op kunnen houden.’

‘De defensie-uitgaven zijn de afgelopen jaren wel gestegen, maar de Europese uitgaven in defensie-onderzoek en -ontwikkeling zijn maar een fractie van die in de VS. Dan hebben we weinig in de melk te brokkelen. Het gaat niet alleen om wat je hebt en nu koopt en gebruikt, maar om technologieontwikkeling van de toekomst. Als je daar niet investeert, blijf je afhankelijk van de VS.’

‘Wij hebben te maken met de aanbestedingswet. Passen we die altijd handig toe? Nou, daar mogen we ook nog weleens naar onszelf kijken. Ik zou er in moeten duiken om te kijken wat hier nu precies aan de hand is, maar het is natuurlijk niet handig om aan een start-up te vragen of een systeem zich al vijf keer bewezen heeft. Want ik vind wel degelijk dat we veel meer moeten kijken naar onze eigen industrie. Kijk, als een ander land al een systeem heeft ontwikkeld dat zich bewezen heeft dan hoef je dat niet over te doen, dan koop je gewoon hetzelfde systeem. Dat noemen we de ladder van de eenvoud. Maar als het om nieuwe ontwikkelingen gaat, moeten we zeker eerst naar onszelf kijken. Waar zijn wij nou goed in? Dan heb je het over de radartechnologie van Thales, het oude Holland Signaal, over de scheepsbouw van Damen en Van Halteren, maar ook over de chipsindustrie rond Eindhoven én ook nieuwe dronedetectie-bedrijven als Robin Radar. Al die bedrijven vormen stukjes van een Europese legpuzzel, die ik samen met mijn collega’s in andere landen moet leggen om uiteindelijk zowel onze krijgsmachten en onze industrie te versterken.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next