‘Na een retraite in een boeddhistisch klooster in Nepal kwam ik aan in Kathmandu. Ik had mijn spullen naar het hostel gebracht en was met een paar meisjes naar een restaurant gegaan. De drukte overviel me, er was alleen nog plek aan tafel bij een militair ogende Amerikaan met grote tattoos en gemillimeterd haar. Hij keek nors en zelfverzekerd tegelijk. Waar het soloreizen mij best zwaar viel en de begeerde mate van onzichtbaarheid onhaalbaar was gebleken omdat op straat iedereen iets van me leek te willen, leek hij zich bewonderenswaardig goed voor zijn omgeving te kunnen afsluiten. We raakten in gesprek en ook al was er niet meteen een sterke aantrekkingskracht, we zijn daarna nooit meer opgehouden met praten.
Zomerliefde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een zomerliefde van kort of langer geleden door beide lovers onder de loep wordt genomen.
‘Hij had net als ik nog twee weken voor zijn vertrek naar huis. Die avond zijn we samen teruggelopen – zijn hostel was naast dat van mij – en de meest uiteenlopende onderwerpen passeerden de revue, van het Amerikaanse belastingstelsel tot het recht op abortus tot Bollywoodfilms. In de tuin praatten we verder tot het licht werd, daarna zijn we als vrienden op zijn bed in slaap gevallen. Het was 2010, ik was 24 en hij 26, we spraken af de laatste twee weken van onze reis samen door te brengen. Of beter: dat gebeurde gewoon. Voor het eerst in al die weken kon ik ontspannen. Handelaren en taxichauffeurs spraken niet langer mij aan, maar hem, mijn ‘husband’. Ik kreeg rust en Kyle was de ideale reisgenoot met eenzelfde oog voor wat er om ons heen gebeurde als ik. We stopten bij vervallen huizen, verwaarloosde honden, tikten elkaar op hetzelfde moment aan: kijk, daar, dat willen we fotograferen.
‘Na een paar dagen kwamen we aan in Varanasi. Op onze tweede dag zat ik op de rand van het bed van de hotelkamer die we om financiële redenen deelden, toen hij naast me kwam zitten en vroeg: mag ik je kussen? Ik was gevleid, meestal kreeg ik dit soort aandacht alleen wanneer ik mijn best deed voor iemand, me mooi aankleedde en grappig deed. Ik vroeg: mag ik eerst een slokje water nemen? Toen zoenden we. In de weken erop vertelden we elkaar alles wat we in Azië hadden meegemaakt, soms stond hij heel vroeg op, dan ontmoetten we elkaar bij het ontbijt en hield hij niet meer op met praten, tot ik hem begon te kussen.
‘Ik luisterde naar zijn muziek, hij vertelde over het boek dat hij schreef, we bespraken onze visie op huisdieren, het leven, religie, de dood – maar nooit benoemden we wat er tussen ons was. Dat hyperalerte dat je hebt wanneer je bezig bent verliefd te worden, was nu totaal afwezig, we ‘waren’ gewoon. En ik begon hem steeds leuker te vinden. De gedeelde intimiteit legde een extra laag over onze relatie, een die opwindend was en veilig. De foto’s die ik maakte, van gebouwen en Indiërs, werden steeds vaker foto’s van hem, van zijn gezicht en van zijn handen wanneer hij een shagje rolde. Ik genoot van het samenzijn, van de ultieme vrijheid, zonder verleden of toekomst. Was dit niet wat ik altijd had gewild? In het hier en nu leven, van iemand houden zonder consequenties? Was dat niet wat ik in het klooster had geleerd? Onthecht zijn?
‘Maar naarmate de dag van het afscheid dichterbij kwam, werd ik onrustiger. Ik hoopte dat hij zou vragen of ik hem zou komen opzoeken in de Verenigde Staten. Ik wachtte tot we nummers zouden uitwisselen, en toen dat eindelijk gebeurde, op de laatste dag voor onze terugreis, werd het een bijna onbelangrijk gebaar. O, geef me je nummer even en je adres, misschien kunnen we foto’s uitwisselen. Ik had hem natuurlijk kunnen vragen: Waar staan we nu? Maar ik durfde niet. Trots op mijn onafhankelijkheid en bang alles te bederven, wilde ik zelf ‘ons’ ook geen naam geven. Op de laatste dag bracht ik hem naar het vliegveld. Hij was gespannen en zat al met zijn hoofd in Montana. We wisselden een knuffel en een kus uit en zeiden ‘tot ziens’.
‘Pas toen ik in mijn eentje terugreed in een tuktuk, durfde ik toe te geven: kak, Kyle is misschien wel een van de leukste mannen die ik ooit heb ontmoet en nu is hij weg. Thuis, in Nederland, heb ik hem meteen gemaild, nog steeds luchtig van toon om niet het soort meisje te zijn dat een sexy, vrije man als hij wenst te begrenzen. Zijn antwoord kwam pas na drie maanden: een mooie liefdevolle brief, maar nergens stond dat hij mij miste en net zoveel aan mij dacht als ik aan hem. Hij was alweer bezig zijn volgende reis te regelen, ditmaal door de VS. En toen ik vroeg of ik mee mocht, zei hij: ‘Natuurlijk.’ Opgetogen kocht ik een kaart van Amerika en hing die boven mijn bed, maakte overuren om maar genoeg geld te verdienen voor die reis en wachtte op een definitieve datum. Die kwam nooit. Later begreep ik via Facebook dat hij zonder mij was gegaan. Mijn hart brak. Misschien was het nogal naïef van me om te denken dat ik zonder consequenties van iemand kon houden.’
‘Van die allereerste ontmoeting in 2010 met Marieke herinner ik me lang niet alles meer. Ik was op dat moment al negen weken op reis door India en Nepal en had een nogal turbulente tijd achter de rug. In een poging een koe te ontwijken was ik gevallen met mijn motorfiets en had mijn voet gebroken, en een paar weken later had ik een voedselvergiftiging opgelopen waarbij ik 6 kilo was afgevallen.
‘Het was in een spaarzaam verlicht restaurant in een kleine straat in Kathmandu. Marieke zat met wat vriendinnen aan een tafel. Ik weet nog dat ik naast haar was gaan zitten omdat er verder weinig ruimte was. Laag bij de grond op kussens. Ze had kort blond haar en een neusring, zelf was ik op reis gegaan met het idee voor het eerst in mijn leven mijn haar te laten groeien, maar dat was geen groot succes. Mijn haar bleef maar te kort voor het begeerde paardenstaartje en viel steeds voor mijn ogen, dus was ik net die dag naar een kapper geweest om het te laten millimeteren. Marieke zei dat ze nog twee weken in dit deel van Azië zou blijven, daarna ging ze net als ik weer naar huis.
‘Nee, de exacte details weet ik niet meer. Wat me van die eerste avond is bijgebleven, is dat we naast het uitwisselen van informatie – die typische informatie-uitwisseling van de ene reiziger naar de andere – een zeker oogcontact hadden dat bijzonder was. Ik had al die weken alleen gereisd, en ineens keek ik in die ogen en gebeurde er iets. Een besef dat ik met iemand aan tafel zat die om redenen die ik nog niet kon bedenken in de drukte uitstak boven alle anderen. Alsof er een lamp alleen op haar gericht was. Oh, yeah. This one is special. Ik zag haar en zij zag mij. Zoiets. Anders kan ik het niet omschrijven.
‘Maar tegelijk wist ik dat ik aan die openbaring geen absolute waarde moest hechten. Ik had wel meer geweldige mensen ontmoet die dan voor vijf dagen mijn beste vriend waren en die ik daarna weer uit het oog verloor. Dat is het lot van de reiziger: vriendschappen zijn kort en hevig. Daarbij: alles wat ik meemaakte in India en Nepal voelde feller en intenser dan thuis. Mijn hele reis leefde ik bewust van heel weinig geld, in grote eenvoud. Het was of daarmee iedere ervaring, elke ontmoeting meer impact kreeg, meer binnenkwam dan anders. Wat ik voelde voor Marieke in dat restaurant was bijzonder krachtig, en toen in de uren erop het idee ontstond om onze laatste twee weken samen op te trekken, vond ik dat een heerlijk vooruitzicht. Maar ik heb altijd geweten: hoe fijn ook, deze ontmoeting is voor even.
‘Het was heet tijdens onze tocht, een helse hitte die niet te ontlopen viel. De plekken die we bezochten in de Himalaya waren net niet hoog genoeg om koelte te vinden. Voor we doorreisden naar India, hebben we nog wat inkopen gedaan en zijn naar een Bollywoodfilm geweest die een 4D-ervaring beloofde. Toen hebben we de bus naar Varanasi genomen. Van de relatieve kalmte van Nepal kwamen we in een snelkookpan terecht. Die bustocht was absurd oncomfortabel. Optrekken en stoppen, over hobbelige ongeplaveide wegen.
‘Ik weet nog dat het zo warm was dat al mijn kleren doorweekt waren en ik uiteindelijk een rokje heb aangetrokken dat ik als souvenir voor een vriendin had gekocht. Marieke maakte een foto van me. Ik in mijn rok met een beedi (een Indiase sigaret, red.) tussen mijn vingers. Totaal uitgeput. Het was zo bijzonder hoe onze twee zo totaal verschillende levens voor de duur van die twee weken samenvloeiden. We kenden elkaar niet, maar door allebei ja te zeggen op deze binding, hoe afgebakend in tijd ook, werd onze band elke dag nauwer. De geuren van het land, de hitte en de prachtige uitzichten onderweg versterkten dat alleen maar.
‘Varanasi bleek een geweldige stad, een van de hoogtepunten van mijn reis. De taxichauffeur reed ons ongevraagd langs allerlei hostels waar we niet wilden zijn, en na negen weken reizen voelden we ons assertief genoeg om nee te zeggen. We stapten uit en zochten en vonden zelf een hostel met uitzicht op de Ganges. Onze laatste stop was in Paharganj, New Delhi, in een armoedig hostel dat de backpacker’s slum werd genoemd.
‘Mijn vlucht ging een dag eerder dan die van haar. Het moment dat ik onze kamer verliet, herinner ik me niet meer, ook niet ons laatste afscheid. Wel weet ik hoe we gelachen hebben om de idiote hoeveelheid beedi’s die ik had ingeslagen voor thuis, veel meer dan was toegestaan. Ik kocht twee extra tassen, ook om alle op het laatste moment aangeschafte souvenirs kwijt te kunnen. Marieke hielp me met inpakken en propte de beedi’s overal tussen, in de hoop dat de douane ze niet zou vinden. Dat waren onze laatste uren. Ik heb d Source: Volkskrant