Met de 2022-regels is er vooral ingezet op het vergroten van het grondeffect, waardoor de complexe aerodynamica op de F1-auto's verdween. Hierdoor is het in theorie eenvoudiger om auto's te volgen en daardoor moet inhalen ook makkelijker worden. De F1-teams zijn echter zich dusdanig aan het ontwikkelen op aerodynamisch niveau binnen dit reglement, dat het effect van het grondeffect steeds wat minder wordt. De coureurs voelen met name in de bochten dat het al minder eenvoudig is om dicht bij de voorganger te blijven. Inhalen is daardoor een grotere opgave, wat de Formule 1 kritiek oplevert. De show is niet zo groot als vooraf voorspeld was.
Andrea Stella, teambaas van McLaren, denkt niet dat het aan de regels ligt dat er minder ingehaald wordt: "We hebben vorig jaar al vastgesteld dat er minder 'dirty air' achter de auto's vandaan komt [een geschatte afname van dertig procent]. Op banen waar het eerst lastig was om in te halen, zoals Hongarije, kunnen we nu veel dichter op de auto voor ons rijden. Zeker in de bochten en bij het uitkomen daarvan is dat makkelijker. Als we dan het rechte stuk op rijden en DRS hebben, kunnen we direct aanvallen. Op dat aspect van het racen is een goede stap gezet."
De Italiaanse teambaas geeft aan dat het inhalen lastiger is op banen waar langere rechte stukken zijn en er een hogere topsnelheid gevraagd wordt: "Als je kijkt naar circuits als Spa en Monza, waar je veel slipstream nodig hebt om goed in te kunnen halen, dan zien we dat het effect van de slipstream niet zo groot is. Inhalen is daardoor moeilijker geworden. Deze generatie auto's worden als het ware minder naar voren gezogen. Ik denk dat het daardoor iets minder makkelijk is om in te halen. Er zitten dus twee kanten aan de medaille. Ik ben voornamelijk blij, zeker met het feit dat we de voorliggers veel makkelijker kunnen volgen dan dat we dat met de vorige generatie auto's konden."
Source: Motorsport