Home

Van het parlementair enthousiasme lijkt weinig over

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Tweede Kamer Waar is de trots van en achting voor de Tweede Kamer gebleven? Vertrekkende Kamerleden (er zijn tot nu toe al zeventien afscheidsbrieven geschreven) vinden dat er iets moet gebeuren aan de werkdruk, de profileringsdrang, het taalgebruik én de ‘bijtkracht’ in het parlement.

‘Het ware paradijs”, zo typeerde toenmalig Kamervoorzitter Anne Vondeling het parlementair werk aan het Binnenhof in Den Haag. In 1975 schreef hij: „Dit is het ware paradijs voor hen die de wereld en de mensheid willen redden en verbeteren.” Immers: „Het Nederlandse parlement heeft een zeer groot machtvermogen en […] ook de middelen om die macht te gebruiken.” Niets was onmogelijk, jubelde Vondeling in zijn boek Tweede Kamer: lam of leeuw? Friesland zelfbestuur geven? Alle leraren laten herscholen? Het recht op wederhoor in de pers invoeren? Het parlement kan het allemaal doen

Een halve eeuw later lijkt er van dit parlementair enthousiasme weinig over. Sinds de aankondiging van nieuwe verkiezingen regent het afscheidsbrieven van – tot nu toe – zeventien vertrekkende Kamerleden (overigens minder dan bij vorige verkiezingen). Naast trotse en tevreden terugblikken op bijdragen aan een ‘betere wereld’, zijn er ook veel desillusies. SP-Kamerlid Peter Kwint, bijvoorbeeld, schreef dat het hem „steeds minder goed was gelukt om de noden van mensen te adresseren en daadwerkelijk verbeteringen voor mensen af te dwingen.” Hij had „bijna een fysieke weerzin” ontwikkeld tegen zijn werkplek, het Kamergebouw.

Liane de Haan, afgesplitst van 50Plus, repte van „lelijk opportunisme en populisme” dat haar deed besluiten te stoppen. Sylvana Simons (BIJ1) vertrok na een „onverdiende dolksteek in de rug”, van mede-partijleden. D66-leider Sigrid Kaag schreef dat ze na zes jaar ministerschap de politiek zou verlaten, vooral uit „zorg om de veiligheid voor mijn gezin”.

Het beeld doemt op van een parlement en politiek bedrijf waar het niet pluis is. Waar een burn-out constant op de loer ligt, het hardwerkende Kamerlid weinig bereikt (zeker in de oppositie), (doods)bedreigingen aan de orde van de dag zijn en sommigen meer in beslag worden genomen door crisismanagement dan wetgevende taken of controle van de macht. Want de laatste jaren kwamen ook nog eens diverse meldingen van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag naar buiten (PVV-Kamerlid Dion Graus, Volt-Kamerlid Nilüfer Gündogan, D66-Kamerlid Sidney Smeets, oud-Kamervoorzitter Khadija Arib (PvdA)).

Wat is er precies aan de hand? Wat is ertegen te doen? Wordt het vinden van nieuwe Kamerleden lastiger? Het parlementair gezagsprobleem ontleed.

Sinds Harry van der Molen (CDA) het parlement vorig jaar na een burn-out achter zich liet, hoort hij vaak dat hij „vast blij is” dat hij de politiek heeft verlaten. Het baart hem zorgen dat ook „heel redelijke mensen” dat tegen hem zeggen, die vroeger met respect spraken over het parlementair werk. Van der Molen wijt dit aan de manier waarop in de afgelopen jaren politiek is bedreven. Na de Fortuyn-revolte van 2002 ontstond de opvatting dat veel niet gezegd kon worden in de Tweede Kamer. „Een vergissing volgde”, constateert hij. „De Kamer gaf niet alleen ruimte om alles te zeggen, maar ook op alle manieren, zoals met scheldwoorden.” De taalverruwing maakte de afstand tot de kiezer eerder groter dan kleiner, denkt hij.

Daarnaast is het parlement „een profileringsplatform” geworden, zegt Van der Molen. „Ik heb regelmatig bij debatten gedacht: zitten we hier om iets voor elkaar te krijgen, of ben ik alleen maar een figurant in andermans filmpje?” Liane den Haan denkt terug aan het moment dat een SP-Kamerlid een filmpje op sociale media plaatste waarin Den Haan tijdens een pensioendebat lachte naar verantwoordelijk minister Carola Schouten (ChristenUnie). De SP’er verweet Den Haan en Schouten „de mensen thuis” uit te lachen, terwijl beiden verzekerd zijn van „gigantische pensioenen”. Den Haan: „Politicus in de huidige tijd zijn betekent dat je heel opportunistisch, populistisch en berekenend moet zijn.”

Henk Vermeer hielp met de oprichting van BBB en loopt als ambtelijk secretaris regelmatig rond in het Tweede Kamergebouw. Zijn indruk? „Alles wordt weggestemd”, zegt hij over oppositievoorstellen die door de „machtspolitiek” van de kabinetten-Rutte werden „weggeslagen”. Volgens hem doet inhoud er niet toe, maar alleen de vraag of je loyaal bent aan de coalitie, en dat werkt uiterst demotiverend.

Zo’n vijftien jaar geleden bezetten de drie grote fracties ongeveer 100 van de 150 zetels; nu halen de drie grootste (VVD, D66, PVV) er 75. Daarnaast zijn er zes ‘eenpitters’ (Omtzigt, Van der Plas, Gündogan, Simons, Den Haan en Ephraim). Na de afsplitsing deze week van Olaf Ephraim van de Groep Van Haga bereikte het aantal Tweede Kamerfracties een record: 21.

Jeroen Dijsselbloem, ooit secretaris en vicevoorzitter van een grote PvdA-fractie van eerst 42 en later 33 zetels, ziet in deze cijfers een belangrijk verschil tussen toen en nu. „De grote fracties konden destijds het werk verdelen”, zegt de huidige burgemeester van Eindhoven. „Er was ruimte om bijvoorbeeld eens lid te worden van een parlementaire enquête-commissie of voor een extra-parlementaire stage of onderzoek. Dat hielp om de accu weer op te laden.” Sociale media waren destijds veel minder indringend. „Ik was een van de eerste Kamerleden met een Hyves-pagina… superlief, vergeleken met de huidige online omgangsvormen.”

De negatieve reacties van bekenden van vertrokken CDA’er Van der Molen op het werk in het parlement, staan niet op zichzelf. Het vertrouwen van het publiek als geheel in de Tweede Kamer is flink gedaald, harder zelfs dan dat in andere instituties. Waar bijvoorbeeld zorg, politie en rechters nog op een vertrouwenspercentage konden rekenen van meer dan 70 procent, kwam de Tweede Kamer bij een laatste peiling van het CBS in mei van dit jaar niet verder dan 30 procent. Veel kiezers en commentatoren wijzen als oorzaak naar de polarisatie, het gebrek aan daadkracht en ‘bijtkracht’ (meer lam dan leeuw, in Vondelings bewoordingen)

Het vertrouwen slonk al tijdens de moeizame kabinetsformatie voor Rutte IV, voorjaar 2021. Al snel klonken er binnenshuis ook twijfels over de eigen regie van de Kamer over diezelfde formatie, een prerogatief dat het parlement in 2012 nog naar zich had toegetrokken. De BoerBurgerBeweging (BBB), grote winnaar van de laatste verkiezingen voor de Provinciale Staten, toont zich inmiddels voorstander van herinschakeling van de Koning in het formatieproces. Mark Rutte was al langer voorstander.

Waar de kabinetsformatie nog een probleem kon worden genoemd van de mainstream-partijen, rommelde het ook aan de randen van het parlementaire spectrum. Forum-leider Thierry Baudet werd in 2022 voor een week geschorst, nadat was gebleken dat hij bepaalde nevenfuncties niet had opgegeven. In de tijdelijke coronacommissie, die een parlementaire enquête naar het overheidsoptreden tijdens de pandemie zou voorbereiden, ontstond ruzie over de opstelling van Forum en Groep Van Haga. Dat onderzoek staat nu op losse schroeven.

„Idioterie”, zegt vertrekkend Kamerlid Liane den Haan over het besluit om de parlementaire enquête voorlopig niet door te zetten. Voor haar was het de laatste druppel. En de manier waarop het kabinet met het enquêterapport over Groningen omging, gaf vertrekkend SP-Kamerlid (en lid van de enquêtecommissie) Peter Kwint „de laatste duw”. „Nog nooit heb ik zo weinig vertrouwen gehad in het instituut van de Kamer”, schreef hij in zijn afscheidsbrief.

Volgens historicus Bert van den Braak laat deze gang van zaken „de machteloosheid van het parlement zien”. De hoogleraar parlementaire geschiedenis aan de Universiteit Maastricht zegt: „De Kamer heeft stevige parlementaire enquêtes nodig om zijn tanden te tonen, zoals de RSV-enquête in de jaren tachtig bewees.” Vicepremier Gijs van Aardenne (VVD) moest toen opstappen. Wat die machteloosheid verder bevestigt, zegt Van den Braak, is dat het kabinet vaak domweg weigert om het parlement gevraagde inlichtingen te verstrekken, nota bene een grondwettelijke verplichting.

De schorsing van Baudet was een ander voorbeeld van niet durven doorpakk Source: NRC

Previous

Next