‘Je krijgt een buitengewoon belangrijke taak. Je mag leidinggeven aan het kabinet. En belangrijker nog: je geeft vorm aan de toekomst van Nederland. Dat is een uitzonderlijk belangrijke opgave. En het is ook een dankbare opgave. Je doet het niet voor jezelf. Je doet het voor de toekomst van het land.’
Met die woorden droeg Jan Peter Balkenende op 14 oktober 2010 een houten voorzittershamer over aan een glunderende Mark Rutte. Niet lang geleden was het het de ultieme droom van menige politicus: het premierschap. Inmiddels is de baan van eerste minister volledig veranderd. Was het premierschap vroeger vooral een binnenlands metier, inmiddels is het voor een belangrijk deel een Europese functie.
Het is een van de redenen dat Caroline van der Plas heeft aangegeven dat ze afziet van het premierschap als ze de verkiezingen wint. Het internationale politieke toneel trekt haar niet en ze ziet ‘ontzettend op’ tegen al die bezoeken aan buitenlandse regeringsleiders. ‘Het grijpt me allemaal een beetje naar de strot, om eerlijk te zijn’, zei Van der Plas vorige week in De Telegraaf.
De BBB-leider vindt zichzelf om meer redenen niet het type voor het premierschap. Zo is ze verknocht aan het Kamerwerk en ziet ze het niet zitten om als premier de hele dag ‘hakken te dragen’. Het is, kortom, een baan die haar niet past en ze is niet bereid om zich anders voor te doen dan ze is.
Ook Pieter Omtzigt toont zelfinzicht en heeft bij vertrouwelingen aangegeven dat hij liever geen premier wil worden. Hij staat niet bekend om zijn vermogen om compromissen te sluiten, te delegeren of samen te werken. Uitgebreide bestuurlijke ervaring heeft hij niet. Liever bijt hij zich vast in het controleren van de regering; in zijn ogen is het parlement de beste plek om bij te dragen aan een goed landsbestuur.
Het premierschap heeft wellicht ook aan aantrekkelijkheid ingeboet vanwege de wijze waarop Rutte de functie de afgelopen tien jaar heeft ingevuld. Vriend en vijand bedankten hem vorige maand voor zijn ‘tomeloze inzet’ als premier. Rutte is getrouwd met zijn werk en heeft daarnaast geen partner, kinderen of ander noemenswaardig privéleven. Het beeld dat Nederlanders na dertien jaar hebben van een premier is dat van iemand die altijd beschikbaar is. Het is een hoge standaard.
De afgelopen jaren viel de ene na de andere politicus uit vanwege een te hoge werkdruk. Van der Plas vreest de ‘enorme aanslag’ die het ambt zal hebben op haar privéleven, zei ze onlangs. Omtzigt heeft eerder een burn-out gehad, waardoor het voor hemzelf een legitieme vraag zou zijn of hij het premierschap überhaupt wel ambieert.
De gevolgen van de aarzelingen van Omtzigt en Van der Plas zijn mogelijk groot. Het is de vraag hoe kiezers reageren op twee politici van wie steeds duidelijker wordt dat zij niet zelf het land willen leiden als premier. Beiden willen iemand anders naar voren schuiven. Hun namen worden op zijn vroegst eind augustus bekend.
Daarmee nemen Omtzigt en Van der Plas een gok. De laatste decennia draaiden verkiezingen vaak om de vraag wie premier zou worden. In de afgelopen twintig jaar gebeurde het zelden dat een politicus die op winst stond in de peilingen zei dat hij het Torentje niet zelf ambieerde. Toenmalig PvdA-leider Wouter Bos wilde in 2003 Job Cohen premier maken als de PvdA zou winnen. Bij die keuze speelde mee dat Bos zichzelf nog te onervaren vond en een jong gezin had. Hierna stokte zijn opmars in de peilingen.
De rivalen van Omtzigt en Van der Plas zullen er alles aan doen om bij de aanstaande campagne te benadrukken hoe belangrijk de premier is. Dilan Yesilgöz (VVD) en Frans Timmermans (PvdA/GroenLinks) hebben zelf wél de ambitie om regeringsleider te worden en zullen de kiezer voorhouden: stem op mij, ik heb niet alleen ideeën, maar wil die ook zelf uitvoeren. Het biedt kiezers zekerheid.
Omtzigt en Van der Plas zullen moeten proberen het narratief van de campagne te veranderen. Ze zullen de kiezers ervan moeten overtuigen dat de premier voortaan niet meer de koers van het land bepaalt, maar dat het zwaartepunt in de Tweede Kamer komt te liggen.
Het is een ingewikkeld verhaal. Want de premier is steeds meer uitgegroeid tot het boegbeeld van de regering. Zowel Omtzigt als Van der Plas heeft het Rutte buitengewoon kwalijk genomen dat hij als premier Nederland de verkeerde kant op zou hebben geduwd. En nu vinden zij zelf de premier ineens niet meer de belangrijkste persoon? Bijkomstig probleem is dat Omtzigt en Van der Plas bij uitstek personen zijn wier partij of beweging juist groot is geworden door hun eigen gezicht. Buiten hen is er niemand. Kunnen zij kiezers er in bijna honderd dagen verkiezingscampagne van overtuigen dat hun (nu nog onbekende) premierskandidaat net zo betrouwbaar is als zijzelf?
Het is een volslagen nieuwe kijk op de rol van het premierschap. Tegelijkertijd is dat misschien ook wel de kracht: veel Nederlandse kiezers snakken naar vernieuwing, een andere bestuurscultuur. Er is ruimte voor een nieuw verhaal, waarbij het niet om de macht maar om de inhoud draait. En waarbij de verkiezingswinnaar een premier naar voren schuift die zijn of haar plannen gaat uitvoeren, om die vervolgens zelf vanuit de Kamer te gaan controleren.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden