Verbazing bij een campinghouder in Kropswolde: er waren Italianen neergestreken op zijn terrein. Dat zagen ze in Groningen niet vaak, Italianen. Zegt de campinghouder: ‘Ze zijn naar het noorden gevlucht omdat het niet uit te houden is thuis.’
Het temperatuuroptimum voor economische productiviteit is 13 graden Celsius; op Sicilië werd het 48 graden. Temperaturen van 50 graden en hoger worden voor de nabije toekomst voorzien.
De campinggast als klimaatvluchteling. De grote trek naar het noorden is begonnen.
Deze trek wordt voorspeld door het geologische verleden. 56 miljoen jaar geleden steeg de temperatuur op aarde plots sterk door een enorme toename van broeikasgassen in de atmosfeer. Een graad of 6 kwam erbij. Dit tijdvak wordt het Paleoceen-Eoceen Temperatuursmaximum genoemd (PETM), en is voor ons van wezenlijk belang.
In zijn klimaatboek Hoe gaan we dit uitleggen beschrijft Jelmer Mommers de gevolgen van het PETM. De zeetemperatuur rond de evenaar steeg tot 37 graden en die van de huidige Noordelijke IJszee tot 23 graden. Het notenapparaat van Hoe gaan we dit uitleggen verwijst naar tal van wetenschappelijke artikelen over het PETM. Ze stellen geen van alle gerust.
Gedurende het temperatuursmaximum krompen veel gewervelde soorten opeens met tientallen procenten, misschien omdat de planten minder voedzaam werden, misschien omdat ze zich op die manier aan de warmte aanpasten, misschien van alles wat. Tegelijkertijd was er een trek naar het koelere noorden zichtbaar. Dat wil zeggen: soorten die zich tijdig uit de voeten wisten te maken, begonnen aan een noordelijke migratie, veel andere soorten stierven uit.
In het aardarchief is het PETM terug te vinden als een ondoordringbare gesteentelaag, waar je volgens geologen je hamer op stukslaat. In bodemmonsters uit zee wordt er in deze laag niet veel bewijs van leven gevonden: 35 tot 50 procent van alle op de bodem levende eencelligen met een kalkskeletje overleefde het tijdvak niet. In het PETM regende het vaak zo hard dat rivieren veranderden in onafzienbare watermassa’s die alles op hun weg meesleurden. Door uitzetting van het warmere zeewater alleen al bedroeg de zeespiegelstijging 5 meter – we kijken naar een prehistorische zondvloed.
In de klimaatwetenschap wordt het tijdvak gebruikt als model om te voorspellen wat er van de aarde zal worden als de CO2-kraan blijft openstaan zoals nu. Mommers schrijft: ‘Mocht het de komende millennia zover komen, dan zullen miljarden mensen getuige zijn van wat er gebeurt als je de natuur een zetje geeft, en nog een zetje, en nog een zetje. Dan zouden we, zoals een onderzoeksgroep het in 2018 uitdrukte, terecht kunnen komen in een ‘hittetijd’: een aarde die ‘oncontroleerbaar en gevaarlijk’ is en ‘onherbergzaam voor de huidige menselijke samenlevingen en voor veel andere hedendaagse soorten’.’
Ook in het Paleoceen-Eoceen Temperatuursmaximum stond de CO2-kraan wagenwijd open, zodat de gevolgen van drastische klimaatverandering op lange termijn er goed aan af te lezen zijn – en niet de schamele honderd jaar die het IPCC vooruitkijkt. Paleo-oceanograaf Joost Frieling verwoordde het in 2018 in de Volkskrant zo: ‘Je vindt voortdurend soorten op andere plaatsen terug, alsof alles opschuift en verplaatst. En er gebeurt van alles wat je als mens liever wilt ontwijken. Bossen maken plaats voor woestijnen, stukken oceaan worden levenloos, er komen plekken waar het echt onleefbaar wordt.’
Komisch bijgevolg: dat er steeds kleinere Italiaantjes naar Kropswolde zullen komen.
Het goede nieuws is dat het slechts zo’n 170 duizend jaar duurde voordat de CO2-waarden van het PETM weer waren genormaliseerd en de disbalans was hersteld. Voor ons een eeuwigheid, voor de aarde een vloek en een zucht.
Source: Volkskrant