Het duurt even voordat je ogen gewend zijn. Bij het monumentale wandkleed Of Palimpsests and Erasure # 2, nu te zien in het Bonnefantenmuseum in Maastricht, zie je in eerste instantie maar de helft van het beeld. Een afbeelding van een opengeslagen botanische encyclopedie, met op de rechterpagina een illustratie die je in roodtinten tegemoet knalt: een plant, een vlinder en een rups. De pagina ernaast lijkt leeg. Kijk je langer, dan zie je dat uit het crèmekleurige weefsel het beeld van een vrouw opdoemt, geweven in een net wat lichtere, glanzende draad.
Betoverend mooi zijn ze, de twee nieuwe wandkleden die kunstenaar patricia kaersenhout (ze schrijft haar naam zonder hoofdletters, zie kader) in het Textiellab in Tilburg liet weven. Het zijn ook typische kaersenhout-kunstwerken, omdat ze verwijzen naar een tot nu toe weinig vertelde kant van de geschiedenis. De illustraties zijn gemaakt door de 18de-eeuwse botanist Maria Sybilla Merian, tijdens een reis door Suriname. Voor haar onderzoek naar inheemse planten en insecten maakte zij veel gebruik van de kennis van lokale inheemse en tot slaaf gemaakte vrouwen, maar hun aandeel is in haar boeken en studies nooit erkend. In Of Palimpsests and Erasure # 2 en #3 (2023) komen de vrouwen alsnog tevoorschijn: subtiel, als de resten van een tekening die met gum is uitgewist.
Over de auteur
Sarah van Binsbergen schrijft voor de Volkskrant over hedendaagse beeldende kunst.
Je zou kunnen zeggen dat deze zomer de zomer is van patricia kaersenhout (57). Niet alleen opende onlangs de solotentoonstelling Visions of Possibilities in het Bonnefantenmuseum in Maastricht, een samenvatting van meer dan twintig jaar kunstenaarschap. Op 30 juni werd haar nieuwe slavernijmonument onthuld in het Griftpark in Utrecht. In de Kunsthal in Rotterdam is bovendien deze zomer de door haar samengestelde tentoonstelling [H]Erkennen Herbouwen – Wonderkamers van het Rotterdams koloniaal verleden te zien.
Niet zo gek, dat je juist om deze kunstenaar op dit moment niet heen kunt. Deze zomer markeert namelijk ook de aftrap van het Herdenkingsjaar Slavernijverleden. En als er een kunstenaar is die zich in Nederland al jarenlang bezighoudt met het thema slavernij en aanverwante thema’s als kolonialisme en racisme, dan is het kaersenhout.
‘Toen ik ruim twintig jaar geleden aan de Gerrit Rietveld Academie studeerde, reageerden veel docenten en studenten met onverschilligheid als ik het over deze thema’s wilde hebben,’ vertelt kaersenhout via een videobelverbinding. Het overzicht in het Bonnefantenmuseum laat zien hoe vastberaden ze zich er desondanks al vanaf het begin van haar carrière in heeft vastgebeten.
Zo consequent als ze is in haar onderwerpkeuze, zo divers zijn de media waarin de kunstenaar zich uitdrukt. Van tekeningen en collages waarin ze onderzoekt wat het betekent om een zwarte huidskleur te hebben, tot sculpturen gemaakt met grondstoffen die met slavernij te maken hebben, zoals suiker en zout, en video’s, installaties en textielkunstwerken waarmee ze strijdbare zwarte vrouwen eert.
Hoe heeft haar kunst zich in de afgelopen jaren ontwikkeld? Met V bespreekt kaersenhout vier sleutelwerken.
Tekeningen: Search for… (2007)
Wie kaersenhouts textielkunstwerken, sculpturen en collages van de afgelopen jaren een beetje kent, wordt in het Bonnefantenmuseum getrakteerd op een aangename verrassing: ze is ook een verdraaid goede tekenaar. Dat blijkt onder andere uit Search for… (2007), een reeks indringende tekeningen gemaakt met inkt, bleekmiddel en houtskool op papier. Figuren in verwrongen posities, vaak met het hoofd gebogen, bevolken het papier. Hun huid is als een netwerk van krioelende zwarte en rode lijnen, afgewisseld met witte bleekmiddelvlekken.
De kunstenaar liet zich voor deze serie inspireren door een uitspraak van de Franse filosoof Michel Foucault: ‘De ziel is de gevangenis van het lichaam.’ ‘Dat heb ik omgedraaid. Als je zwart bent, dan is je lichaam de gevangenis. Omdat er in eerste instantie naar je lichaam wordt gekeken. Daarop word je afgerekend.
‘Tekenen was voor mij een manier om zieleroerselen uit te drukken. Als ik nu naar deze serie kijk, zie ik veel strijd en frustratie. Die voel ik nu veel minder, en dus zit die ook minder in mijn werk.’ Wel mist ze de directheid van het tekenen en schilderen: ‘Ik denk dat ik dat binnenkort weer ga oppakken.’
Installatie: Guess Who’s Coming to Dinner too? (2017)
In een van de museumzalen staan vier grote driehoekige tafels, gedekt voor een feestmaal. Met glaskralen geborduurde placemats verraden de tafelschikking: ze vermelden de namen van krachtige zwarte vrouwen en vrouwen van kleur, uit allerlei windstreken en tijden. Van Zenobia, koningin van Palmyra (240 A.D.) tot transactiviste Marsha P. Johnson (1945-1994).
Met Guess Who’s Coming to Dinner too? reageert kaersenhout op het iconische feministische kunstwerk The Dinner Party van Judy Chicago. Zij maakte in 1979 ook een tafel voor vergeten vrouwen uit de geschiedenis, alleen nodigde ze amper zwarte vrouwen en vrouwen van kleur uit. ‘In tegenstelling tot Chicago leg ik in mijn tafels de nadruk op niet-westerse vrouwen die zich verzetten tegen kolonialisme, racisme en onderdrukking’, zegt kaersenhout. Die verhalen worden nog weinig verteld: ‘We zien de geschiedenis nog steeds vooral door de ogen van witte mensen. En als het over mensen van kleur gaat, dan gaat het nog steeds meestal over mannen. Veel mensen kennen Toussaint Louverture (Frans generaal en leider van de Haïtiaanse Revolutie, red.), maar bijna niemand kent Sanité Bélair (luitenant in diens leger, red.), terwijl ook zij een enorm belangrijke rol speelde in de Haïtiaanse revolutie.’
Voor kaersenhout zijn de tafels een middel om mensen samen te brengen en om de verhalen van deze vrouwen te verspreiden. Dat gebeurt via publieksprogramma’s die bij de installatie horen: van borduursessies tot gespreksavonden, performances en workshops.
Interactief kunstwerk: While We Were Kings and Queens (2020)
Met de jaren wordt kaersenhouts kunst steeds interactiever: ‘Ik wil graag dat je je als bezoeker betrokken voelt.’ Dus mag je in het Bonnefantenmuseum gelijk aan de bak. In de eerste zaal hangt een serie houten panelen met tekst, afgewisseld met digitale collages. De opdracht: lees de tekst, voel wat er tijdens het lezen gebeurt in je lichaam, en sla met een hamer een spijker in de woorden waarbij je een negatieve reactie voelt. Er is in Maastricht al flink gehamerd. Sommige woorden, zoals ‘slave’ en het n-woord, zijn amper meer te lezen.
De tekst komt uit een speech van slavenhouder Willie Lynch, van wiens naam het woord lynchen is afgeleid. ‘Er gaan verhalen rond dat die speech onterecht aan hem is toegeschreven, maar dat doet er voor dit kunstwerk niet toe’, vindt kaersenhout. ‘De tekst bestaat namelijk wel in de wereld en beschrijft heel treffend hoe je mensen van hun waardigheid kunt beroven en tot slaaf kunt maken.’
Andere inspiratiebronnen zijn de 18de-eeuwse Duits-Ghanese arts en filosoof Anton Wilhelm Amo, die in een van zijn filosofische teksten schreef dat mensen pijn in zowel hun lichaam als hun geest ervaren. En een Nkisi-Nkondi-ritueel uit Congo, waarbij mensen spijkers in houten beelden slaan om aan te geven welke dingen ze uit de gemeenschap willen bannen.
Monument van Vlucht en Verzet (2023)
Op 30 juni werd bij de herdenking van het einde van de slavernij het nieuwe monument naar ontwerp van kaersenhout onthuld in het Griftpark in Utrecht. Utrecht is daarmee na Amsterdam en Rotterdam de derde grote stad in Nederland met een slavernijmonument. Samen met twee andere kunstenaars werd kaersenhout uitgenodigd om een schetsontwerp te maken. Uiteindelijk werd haar voorstel gekozen: een zwarte driehoekige vorm die doet denken aan de voorsteven van een schip, met drie pilaren of masten waarop gouden figuren zweven. Verderop, op een heuvel, staat een vierde pilaar.
Het monument zit vol symboliek. De driehoekige vorm verwijst bijvoorbeeld naar de handel tussen Amerika, Europa en Afrika die de slavernij mogelijk maakte. Onder het monument zijn 20.000 kaurischelpen gestort, de prijs die op de slavenmarkt werd betaald voor een mens. En voor het monument gebouwd werd, werd de grond ingezegend door een wintipriester. Aan de zijkanten van het 'schip’ maakte kaersenhout inhammen die precies de afmetingen hebben van de ruimte die een man, vrouw of kind kregen op een slavenschip. ‘Zo kun je ervaren hoe klein die ruimten waren, waar mensen maandenlang in hun eigen ontlasting en braaksel lagen.’
Ondanks die pijnlijke verwijzingen is dit vooral een monument dat strijdbaarheid en verbeelding uitdrukt, vindt kaersenhout. De gouden ‘vliegende Afrikanen’ zijn geïnspireerd op een legende waarin tot slaaf gemaakte mensen stoppen met zout eten, omdat ze geloven dat ze dan zo licht worden dat ze naar hun thuisland in Afrika terug kunnen vliegen. ‘Dat vermogen om je in je verbeelding vrij te denken, dat is iets enorm krachtigs’, aldus de kunstenaar.
Balkon: Geen hoofdletters
Sinds 2022 schrijft kaersenhout haar naam alleen met kleine letters. ‘Hoofdletters in Europese talen drukken voor mij een hiërarchie van dominantie uit, vandaar dat ik heb besloten om ze in mijn eigen naam in ieder geval niet te gebruiken.’ De schrijfwijze is bovendien een eerbetoon aan de Amerikaanse schr Source: Volkskrant