Home

‘Ik heb in mijn leven weinig bewuste keuzen gemaakt’

Wat zijn dit voor vragen? Naar aanleiding van de podcast Van Bekhovens Britten (BNR) negen dilemma’s voor Lia van Bekhoven (70), al bijna een halve eeuw correspondent in Londen voor verschillende media. ‘Ik vind het eervol als mensen moeten glimlachen als ik wat vertel.’

‘Absoluut een worstenbroodje. De sausage roll is vetter en staat nog verder van vlees af, in mijn mogelijk niet helemaal waarheidsgetrouwe herinnering.

‘Bij ons thuis in Oosterhout was het worstenbroodje een speciaal ding. Het kwam vaak ’s zondags op tafel, bij het ontbijt na de mis: worstenbrood en eierkoeken.

Over de auteur
Gidi Heesakkers is redacteur van de Volkskrant. Ze volgt sinds 2018 stand-upcomedy en cabaret, ook schrijft ze regelmatig over populaire cultuur en gewoonten in het dagelijks leven.

‘Een van mijn zussen woont nog in Oosterhout. Mij werd het al jong duidelijk dat ik er niet mijn hele leven zou blijven. Was het niet Herman van Veen die een prachtig lied schreef over het gebrek aan reuring, de saaiheid van het alledaagse? Dat greep me naar de keel. Waar blijft de tijd? vertegenwoordigde en verwoordde alles wat ik toen voelde. De sleur!

‘Nu begrijp ik ze wel, mensen die vasthouden aan vastigheid, regelmaat, herkenbare plekken, maar voor mij als tiener was er niks ergers denkbaar dan later ook zo’n leven te leiden. Ik wilde alleen maar anders.’

‘Freelance. Dat was geen bewuste keuze, nee.’ Lacht: ‘Ik heb in mijn leven weinig bewuste keuzen gemaakt.

‘Ik hoor mezelf soms praten tegen journalisten in opleiding, die willen weten wat je moet doen om correspondent te worden. Dan zeg ik: zorg er in de eerste plaats voor dat je jezelf een beetje kent. Functioneer jij goed alleen, kun je zelfstandig werken en voortdurend ideeën bedenken? Of draai je veel beter binnen een redactie en moet je het hebben van anderen die jou dingen aanreiken waarop je kunt voortborduren?

‘Ik had mezelf altijd geschaard onder de tweede categorie. Want ik ben een sociaal mens, niet fantastisch creatief. Alles steeds maar zelf bedenken valt mij niet altijd mee. En moet je kijken, ik zit dus al vijftig jaar lang niks anders te doen. En het bevalt mij toch erg goed.

‘Het is belangrijk voor mij om een uitgebreid sociaal leven te hebben en gestimuleerd te worden door anderen buiten het werk. Ik wandel elke ochtend met vriendinnen, al já-ren, altijd dezelfde route – over routine gesproken. We starten bij de ingang van het park, 8 at the gate, lopen door het park, langs de Thames, tot aan de brug, en weer terug. En vrijdags drinken we koffie, altijd in hetzelfde café in St. Margarets, de buurt waar ik woon.’

‘Voor die ene Brit. Martin was erudiet, origineel en lief. Ik viel voor zijn fantastische gevoel voor humor en hoe hij tegen de wereld aankeek, zijn kennis van... alles. Gewoon een geweldige vent. We hebben elkaar 45 jaar gekend, hij is vier jaar geleden overleden.

‘Ik ontmoette hem een week voor mijn 21ste verjaardag, in een kibboets in Israël. Ik zat halverwege de school voor journalistiek en wist niet of ik die opleiding wel wilde afmaken. Een vriend was met zijn deux-chevaux op en neer geweest naar Israël, as you do, en zei: ‘Li, dat is iets voor jou, drie maanden met je handen in de aarde, meloenen plukken, ergens in een huis op een berg, lekker weer, niet denken aan studeren.’ En dat was ook zo.

‘Martin was de eerste Brit met wie ik was. Het is ook bij die ene gebleven, trouwens. Voor ik hem leerde kennen had ik niet het idee dat ik ooit in Engeland wilde gaan wonen, helemáál niet. Na zijn dood heb ik een bankje aan de Thames laten zetten – dat is een heel Engels ding – met daarop een tekst die iemand op zijn begrafenis uitsprak: ‘Either he made me think or he made me laugh.’’

‘Ik kwam in Londen, kende helemaal niemand bij de BBC, en gek genoeg wilden ze mij daar niet hebben, met mijn accent en gebrek aan erkende universitaire opleiding. Tijdens de school voor journalistiek had ik stage gelopen bij Brandpunt, dat was mijn enige journalistieke ervaring.

‘Omdat ik geen werk kon vinden in de journalistiek, heb ik de sociale academie gedaan en stage gelopen als gezinswerker in Londen. Vre-se-lijk. Die ene Brit nog steeds leuk, Londen nog steeds leuk, geen werk.

‘Op een dag zat ik met een vriendin in de kroeg in Amsterdam, toen een vriend van haar bij ons kwam zitten. Dat was Jan Kuiper – een van de vier Ikon-journalisten die in 1982 is vermoord in El Salvador. Hij vertelde dat hij een serie ging maken over armoede in Europa, ook over industriële armoede in Engeland, en dat hij iemand zocht om research te doen. ‘Nou’, zei mijn vriendin, ‘hier zit ze.’ Lacht: ‘En daarna: ‘Maar ze is wel heel duur.’’

‘Als beginnend freelancecorrespondent heb ik vaker de mazzel gehad om op het juiste moment de juiste persoon tegen te komen. Later kreeg ik nog wel de keus om in vaste dienst te gaan, bij de NOS, maar ik vond de voordelen van freelancen toen al te groot. Toch die vrijheid.’

‘De trein natuurlijk. Waar mogelijk ga ik met de trein. Ik vlieg nog wel en ik schaam me ervoor.’

‘Het heeft voor- en nadelen om al zo lang correspondent te zijn. Ik kan me goed voorstellen dat een opdrachtgever na vijf jaar zegt: het kan niet anders of je bent op dat land uitgekeken, we sturen je nu naar Duitsland.

‘Ik wil weten hoe het afloopt met dit land, dat echt op z’n tandvlees loopt en op het einde lijkt van z’n ancien régime. Na de financiële crisis in 2008 is er zo veel wegbezuinigd dat het voor miljoenen Britten moeilijk is om eten op tafel te krijgen, ze moeten kiezen tussen heat or eat.

‘Voor een reportage die ik onlangs maakte voor BNR en de VRT sprak ik mensen die – en dat geldt voor eenderde van de Britten – niet aan een tandarts kunnen komen, omdat te weinig tandartsen willen werken voor de slecht betalende National Health Service, de openbare gezondheidszorg. Het reële inkomen van de gemiddelde Brit ligt iets onder dat van 2007.

‘Er heerst een sfeer van moedeloosheid die ik nooit eerder hier heb meegemaakt. De verwachtingen zijn minimaal, want er is geen hoop op verandering. De Britten geloven niet dat er één politieke partij is die de grote problemen kan aanpakken. De verkiezingscampagne gaat de verdeeldheid alleen maar groter maken, vrees ik. Op de korte termijn ben ik niet zo optimistisch.’

‘Mag ik daar Hogerhuis van maken? Dan heb ik ze alle twee. Er is geen onderwerp waarover ik zo veel gepraat en geschreven heb als de royals, maar dat wil niet zeggen dat ze mij bovenmatig interesseren. Als fenomeen wel. Maar of prins William inderdaad een buitenechtelijke verhouding heeft gehad, who cares? Die hele kroning ook... Veel interessanter is hoe relevant die royals nog zijn, wat vindt de jonge generatie? Of het huwelijk van Harry en Megan wel of niet op springen staat, kan me geen ruk schelen.’

‘Als ik een item maak voor de radio, heb ik meestal maar vier minuten en blijf ik achteraf vaak zitten met het gevoel dat ik het beter had kunnen uitleggen en dat er meer te vertellen was. In Van Bekhovens Britten kan ik 25 minuten de tijd nemen om een onderwerp uit te diepen en mag het ook wat informeler zijn. Ik klets met Connor Clerx, de presentator van BNR, over thema’s die je in een actualiteitenrubriek of een talkshow nooit zo uitgebreid zou kunnen behandelen.’

‘Dat informele van de podcast past bij mij. Nu we een paar maanden bezig zijn wil ik het nog wat informeler en grappiger maken. Ik breng luisteraars graag iets bij over het kiesstelsel, maar dan luchtig verpakt. Ik ben weleens Mrs. light entertainment genoemd, en dat vind ik helemaal niet erg. Ik vind het eervol als mensen moeten glimlachen als ik wat vertel.

‘Van huis uit en qua karakter ben ik iemand die houdt van lol, van lachen. Ik heb me ook sinds het overlijden van the man nooit eenzaam gevoeld. Wel alleen, en heel verdrietig. Ik kijk terug op een leven waarin ik veel geluk heb gehad. De positieve kijk op de dingen zit bij ons een beetje in de familie. Ik ben geneigd het ‘iets Brabants’ te noemen, maar dat weet ik niet zeker. Het is natuurlijk heel Brabants om al het goeie ‘iets Brabants’ te vinden.’

‘Iemand vroeg eens: stel, je was een Duitser tegengekomen in die kibboets – onwaarschijnlijk, maar oké – had je het dan in Berlijn even leuk gevonden? Nou, ik denk het niet.

‘Er is één karaktercliché over Britten waaraan ik zeer hecht: dat ze zichzelf niet zo serieus nemen en het leven al helemaal niet. Dat vinden ze absurd. Ik vind dat een fijne eigenschap, omdat het tegenovergestelde vaak is: het ontwikkelen van een groot ego. Ik heb een bloedhekel aan mensen met grote ego’s die niet met interesse kunnen luisteren naar wat een ander te vertellen heeft.

‘Ik voel me een Nederlandse Londense, geen Brit, ook al heb ik een Brits en een Nederlands paspoort. Ik zou nergens anders in het Verenigd Koninkrijk kunnen aarden. Laat ik het zo zeggen: overal waar ik ben in Nederland voel ik dat ik een verbintenis heb met het land. Dat heb ik hier niet.’

1953 5 april: geboren in Oosterhout
1975 Studeert af aan de school voor journalistiek in Utrecht
1976 Verhuist naar Londen en wordt correspondent voor opdrachtgevers als de NOS (radio, tot 2007), BNR Nieuwsr Source: Volkskrant

Previous

Next