Home

‘Beseft die vuurwerkgooier wel dat hij ons eigenlijk met een handgranaat, met een bom, bekogelt?’

Twee Haagse politieagenten liepen tijdens de jaarwisseling ernstige gehoorschade op toen een van hen een stuk illegaal vuurwerk op het hoofd kreeg, dat op schouderhoogte ontplofte. Ze hebben er nog steeds last van. ‘Mijn hoofd had er afgeblazen kunnen worden.’

‘Ik vond het niet onrustig’, zegt Auke Hes (38), ploegchef bij de Haagse politie, over de afgelopen jaarwisseling in Den Haag. ‘Maar dat moet je wel in perspectief zien. Iemand die uit een dorp op het platteland komt, zou zeggen: wat gebeurt hier allemaal?’

Hoofdagent Raya Wagemakers beaamt dat: ‘Ik heb meerdere Oud en Nieuws meegemaakt, ik vond het niet heftig. Ja, veel stond in brand: kerstbomen, pallets, vuurkorven, oliedrums met afval. Het is altijd een kat-en-muisspel tussen politie en bewoners. Je bent voortdurend, samen met de brandweer, rondjes aan het rijden en brandjes aan het blussen.’

Toch zaten Hes en Wagemakers anderhalf uur na de jaarwisseling allebei op de eerstehulppost van het Westeinde ziekenhuis. Iemand had een Cobra, een stuk zwaar illegaal vuurwerk, naar de agenten gegooid. Het explosief kwam op het hoofd van Wagemakers terecht en ontplofte ter hoogte van haar schouder. Hes stond naast haar, net als twee ME’ers die eveneens in het ziekenhuis belandden.

Het incident zette beider levens op zijn kop. Hoofdagent Wagemakers zit nog steeds thuis met ernstige gehoorschade zoals tinnitus en suizende oren, concentratie- en geheugenproblemen en vermoeidheid. Teamleider Hes is na een re-integratietraject sinds mei weer aan het werk, maar heeft ook nog steeds klachten.

Wagemakers: ‘Sinds dat incident is mijn gehoor niet slechter, maar juist uitmuntend goed. Ik hoor alles heel hard. Normaal kun je allerlei geluiden om je heen filteren om je te concentreren op één activiteit. Die filter heb ik niet meer. Ik hoor de hele dag alle geluiden om me heen, heel hard. Dat is soms om gek van te worden.’

Hes: ‘Die tinnitus, een continue piep in je oren, gaat waarschijnlijk niet meer weg. Ik ben overgevoelig voor geluid en heb sinds het incident een korter lontje. Dat vind ik vooral zielig voor mijn kinderen. Ga maar eens aan jonge kinderen uitleggen dat papa last heeft van zijn oren.’

Ze doen hun verhaal midden in de zomer, op het hoofdbureau van de politie in Den Haag, om aandacht te vragen voor een groeiend probleem: politieagenten en andere hulpverleners die worden bekogeld met steeds zwaarder knalvuurwerk. ‘In de week na Oud en Nieuw was het even in het nieuws. Maar daarna ebt de aandacht weer weg’, zegt Wagemakers.

‘Ik hoop dat de vuurwerkgooier beseft welke gevolgen zijn actie heeft voor ons, nu nog steeds’, zegt Hes. ‘Beseft hij wel dat zo’n Cobra de kracht heeft van een handgranaat? Beseffen vuurwerkgooiers wel dat ze ons eigenlijk met bommen bekogelen?’

Hes: ‘Wij vormden een bike team van zes agenten in een sector van stadsdeel Laak. Tot het incident ervoer ik nul dreiging op straat. Het ging mis toen twee ME’ers een man aanhielden die herhaaldelijk brandjes aanstak. Dat gebeurde in een voortuintje waar zo’n veertig man feest stonden te vieren. Wij vormden als bikeclub met onze fietsen een fysieke barrière bij het tuinhek om te voorkomen dat anderen zich ermee gingen bemoeien.

‘We stonden met onze rug naar de straat en de arrestant was net afgevoerd, toen er vanuit de rug een groot stuk vuurwerk naar ons werd gegooid. Ik zag een lichtflits, hoorde een gigantische knal en dacht: dat moet een Cobra zijn.’

Wagemakers: ‘Ik voelde een klap links achter op mijn hoofd. Van mijn fietshelm bleek zelfs een stukje te zijn afgebroken. Ik dacht eerst dat er een honkbalknuppel op mijn hoofd was geland, zo voelde het.

‘Ik greep naar mijn hoofd, voelde pijn, zag die flits en hoorde die dreun. Toen realiseerde ik me: dit is vuurwerk. Rechts zag ik dat een ME’er naast me letterlijk instortte. Die ging op de grond zitten en hoorde niets meer, begreep ik later.

‘Maar er stonden ook nog steeds veertig mensen voor me die flink geïrriteerd waren dat er net iemand van hen was aangehouden. Oké, dacht ik, het doet zeer, maar mijn helm zit nog op mijn hoofd, ik moet door. We moeten die linie blijven vormen.’

Hes: ‘We waren 180 graden gedraaid toen ik besefte: we staan hier niet veilig, we zijn gewoon een schietschijf. We gaan hergroeperen op de kruising verderop in de straat.’

Wagemakers: ‘Eerst kwam de hoofdpijn. Volgens een collega keek ik ook heel verward uit mijn ogen. Toen ben ik naar Auke gelopen en zei: ik heb vuurwerk op mijn hoofd gekregen. Auke reageerde meteen: je moet naar het ziekenhuis.’

Hes: ‘Op het kruispunt stond ik op mijn leidinggevende te wachten om een nieuw plan te maken. Ik had even tijd voor een zelfcheck. Toen besefte ik dat ik serieus last had van mijn oren. Ik voelde brandende, snijdende pijn in de oren. Mijn leidinggevende zei meteen: dan ga jij nu met je hele club naar het bureau en daarna ook naar het ziekenhuis.

‘Het is wel triest om te constateren: het was nog maar anderhalf uur 2023 en vijf kamers op de eerste hulp waren bezet door politiemensen – een vijfde agent had een flinke snijwond in zijn gezicht omdat er een champagnefles naar zijn hoofd was gegooid. Zo’n situatie had ik nog nooit meegemaakt. We kregen een stootkuur prednison, een ontstekingsremmer.’

Hes: ‘Ja, dat is voor iedereen verplicht. Dat zijn dubbele oortjes van hard kunststof die voor iedere collega op maat gemaakt zijn. Die klik je op je communicatieset. Het dempt harde geluiden en knallen. Maar zo’n explosie op zo’n afstand, daar is niks tegen opgewassen.’

Wagemakers: ‘Gelukkig had ik die gehoorbescherming in. Anders had ik geen trommelvliezen meer gehad.’

Hes: ‘Daar kun je je niet tegen beschermen. Dus je moet steeds wegstappen naar achteren. Het enige dat je kunt doen, is terugtrekken.

‘Zelfs een ME’er met ME-schild staat machteloos. Hij kan een Cobra weliswaar afweren met zijn schild, maar dan ontploft zo’n explosief alsnog vlak bij zijn voeten.’

Wagemakers: ‘Ik besef achteraf dat het veel slechter had kunnen aflopen. Als het explosief in mijn gezicht of vlak daarvoor was ontploft, dan had ik ernstig aangezichtsletsel gehad. Of nog erger: mijn hoofd had er afgeblazen kunnen worden. Ik heb echt geluk gehad dat ik hier nog zit.’

Hes: ‘We hebben aangifte gedaan van poging tot doodslag. Er is best wel stevig op gerechercheerd, maar de cobragooier is nog niet geïdentificeerd. Misschien dat dit interview nog tot een tip of doorbraak kan leiden.’

Wagemakers: ‘Denk eens na en heb respect voor de anderen. Ga niet gericht een vuurwerkbom naar iemand gooien. Want nu zijn wij stuk, dat kan ik zo wel zeggen. Alleen beseft de gooier dat niet. Hij is het waarschijnlijk allang vergeten, terwijl wij als slachtoffers nog steeds last hebben van zijn ‘stoere’ daad.’

Hes: ‘Is het groepsdruk of stoerdoenerij? Ik weet het niet. Maar je ziet steeds vaker dat mensen bepaalde acties ondernemen, zonder na te denken wat de gevolgen zijn. Daar hebben niet alleen politiemensen last van, maar iedereen. Het is allemaal heel impulsief.’

Wagemakers: ‘Het interesseert mensen niet zo veel meer wat er met iemand anders aan de hand is. Er moet meer bewustwording komen: kijk ook eens naar je medemens. Denk na voordat je een Cobra gooit. Denk na wat die klap teweegbrengt.’

Wagemakers: ‘Dat scheelt wel een hoop, maar gaat het probleem niet oplossen. Want zulk zwaar vuurwerk is toch al illegaal, dat komt ergens anders vandaan.

Hes: ‘Die Cobra’s komen niet uit het tuincentrum. Je ziet ze ook steeds zwaarder en gevaarlijker worden. Het begon met de Cobra 6, maar er is nu ook al een Cobra 8. Ouders hebben vaak geen besef van wat hun kinderen in huis hebben. Als je weet wat één zo’n projectiel kan aanrichten. Onze vuurwerkteams vinden soms dozen vol onder een bed in de slaapkamer, midden in een woonwijk. Levensgevaarlijk.

‘Normen en waarden vervagen. Vroeger werd er een prullenbak of een bushokje opgeblazen. Tegenwoordig wordt de agressie specifiek gericht tegen het uniform, tegen de mensen in dat uniform. Dat is een gevaarlijke ontwikkeling. Daardoor kunnen hulpverleners hun werk niet meer doen. Want voor iedere hulpverlener staat voorop: eigen veiligheid eerst. Als onze veiligheid niet gewaarborgd kan worden, dan gaan we niet, of trekken we ons terug. En dan kunnen we ook de veiligheid van burgers niet beschermen.’

Wagemakers: ‘Als ik weer aan het werk ga, zal dat vanwege mijn gezondheidssituatie waarschijnlijk een kantoorfunctie worden. Maar het liefst had ik weer met Auke in die straat met Oud en Nieuw gestaan. Want het is en blijft een mooie dienst. De adrenaline, het teamgevoel. We zijn één grote club en gaan met z’n allen kat- en-muisspelletjes spelen buiten. En om 12 uur vier je echt wel even feest met je blauwe familie.’

Hes: ‘Laatst kwam op de afdeling de vraag langs wat onze wensen zijn voor Oud en Nieuw. Mijn vrouw zei: ik vind dat jij na afgelopen jaar wel het recht hebt om thuis te zijn. Maar zo voel ik dat helemaal niet. Ik wil het niet uit de weg gaan. Want ook ik vind Oud en Nieuw een van de mooiste diensten van het jaar. Waarom? Het is de sfeer die er hangt, het saamhorigheidsgevoel. Je weet dat er dingen kunnen gebeuren. Maar met z’n allen proberen we de dienst tot een mooi einde te brengen. En natuurlijk ook: om 12 uur de collega’s de beste wensen overbrengen en even een oliebol halen bij de brandweerwagen.’

Source: Volkskrant

Previous

Next