Home

Hoe kon het zo erg misgaan met Haïti? ‘Armoede, geweld, iedereen wil weg’

In het gevaarlijke noorden van Mexico wachten duizenden Haïtianen op een Amerikaanse asielafspraak. Volgens de Verenigde Naties glijdt Haïti af in een ‘eindeloze geweldsspiraal’ en mensen proberen het straatarme land in drommen te ontvluchten. Na vele noodkreten gloort er een internationale interventiemissie.

Roland Dugas (43) steekt een vuist in de lucht en wiegt mee op het hartverwarmende lied van een zwarte zangeres in een blauwe jurk. ‘Ik heb joy’, zingt ze, ‘want ik heb Jesus.’ Op de witte muur achter haar staat in sierlijke letters de naam van de migrantenopvang en kerk in het Noord-Mexicaanse Reynosa: Senda de Vida, ‘Weg des levens’, met aan weerszijden de Mexicaanse en de Amerikaanse vlag.

Het kwik is boven de 40 graden, de religieuze muziek galmt over de binnenplaats van de opvang. Achter het ommuurde terrein van Senda de Vida, waar zo’n duizend migranten in tenten bivakkeren, stroomt de Rio Bravo. De Haïtiaanse Dugas is met zijn gezin vlakbij hun eindbestemming, aan de overkant van die rivier liggen de Verenigde Staten.

Maar voordat hij hier terechtkwam, was de levensweg van de Haïtiaanse Dugas lang en slingerend. In 2010 verwoestte een aardbeving de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince en legde zijn huis in puin. Hij trok met zijn gezin naar hun rijkere buurland: de Dominicaanse Republiek. Bijna negen decennia geleden keerde de Dominicaanse dictator Rafael Trujillo zijn staatsapparaat tegen Haïtiaanse migranten, en nu nog is de Dominicaanse samenleving hard voor vluchtende Haïtianen.

Toen het racisme daar na enkele jaren voor het gezin ondraaglijk werd, leidde Dugas zijn vrouw en kinderen naar de miljoenenstad Manaus, in het hart van de Braziliaanse Amazone. Totdat de economische rek er na negen jaar ploeteren uit was. Een paar maanden geleden hield hij zijn vrouw Veronica (46), dochters Mia (23), Martha (19) en Xiomara (15) en zoon Abraham Washington (12) weer een nieuwe horizon voor: de VS.

Over de auteur
Joost de Vries is correspondent Latijns-Amerika voor de Volkskrant. Hij woont in Mexico-Stad. De Vries werkte eerder op de economische en politieke redactie.

Even lacht het lot de familie toe. De Mexicaanse kerk heeft vanavond pastors uit de Amerikaanse pinksterbeweging te gast in de opvang; begeesterde mannen en vrouwen die de reizigers troost en vreugde proberen te bieden met liederen en preken. Vader Dugas heeft extra reden om een vrolijke vuist te ballen. Over enkele dagen heeft zijn gezin een migratie-afspraak met de Amerikanen: het lot uit de loterij waar tienduizenden migranten langs de Mexicaanse grens op wachten.

Sinds Latijns-Amerika begin 2021 van het covid-slot ging en Democraat Joe Biden de xenofobe Republikein Donald Trump uit het Witte Huis verjoeg, zijn er meer mensen dan ooit onderweg naar de VS. In 2022 (het ‘fiscaal jaar’, van oktober tot oktober) onderschepte de Amerikaanse grenspolitie 2,4 miljoen mensen langs de zuidgrens, zij het deels dezelfde migranten die meermaals over probeerden te steken.

Steeds vaker treft de U.S. Customs and Border Protection (CBP) Haïtianen, terwijl de meeste migranten uit Mexico, Cuba, Honduras, Guatamala, Nicaragua, Colombia en Venezuela komen. Tussen oktober en juli telden de Amerikanen ruim 100 duizend Haïtianen die de VS probeerden binnen te komen, een verdubbeling ten opzichte van het volledige voorgaande jaar. Ze vluchtten voor het groeiende bendegeweld in Haïti, of weken jaren eerder al uit naar onder andere Brazilië en Chili.

Roland en Veronica Dugas en hun kinderen behoren tot de vele Haïtianen die door natuurrampen, politieke onrust en armoede hun land zijn uitgejaagd en daardoor al een lange tijd op drift zijn in Latijns-Amerika. Ze moesten op afstand toezien hoe Haïti van een aardbeving in een orkaan belandde en van een politieke crisis in ontwrichtend bendegeweld. Hoe kon het zo misgaan met Haïti? Dugas slaakt een zucht. Hij zit met dochter Mia en zoon Abraham op een matje in de grijze koepeltent waar ze met z’n zessen slapen. ‘Dat is een heel ingewikkelde vraag.’

De dag waarop president Jovenel Moïse werd vermoord in zijn slaapkamer, 7 juli 2021, was een kantelpunt. Het moordcomplot is nog steeds niet opgelost. De niet-verkozen en ongeliefde premier Ariel Henry probeert sindsdien leiding te geven aan een extreem zwakke overheid. Op straat, bovenal in hoofdstad Port-au-Prince, hebben rivaliserende bendes inmiddels vrijwel complete controle.

Dat is de korte versie. Maar Dugas kijkt veel verder terug. ‘Sinds de onafhankelijkheid is het aan ons Haïtianen om van ons land een welvarende democratie te maken. Helaas gebeurde het tegenovergestelde: armoede, geweld. Iedereen wil vertrekken.’ Begin 19de eeuw vochten de Haïtiaanse tot slaafgemaakten zich vrij en verklaarden zich in 1804 onafhankelijk. Verliezer Frankrijk zadelde de nieuwe republiek uit rancune op met een miljoenenschuld. 220 jaar later is Haïti nog steeds het armste land van het westelijk halfrond

Een broer en zus van Dugas doen af en toe vanuit Port-au-Prince via Whatsapp verslag van de hoofdstad in verval. Wanhopige inwoners vormden in recente maanden burgerwachten en gingen bendeleden met machetes te lijf. ‘Dat is de realiteit thuis’, zegt Dugas.

Wil dochter Mia nog terug? ‘Ik weet het niet’, zegt ze aarzelend. Misschien keert ze wel nooit meer terug naar het land dat ze op haar tiende verliet. De jonge verpleegkundige (het gezin kon in Brazilië net genoeg geld bijeensprokkelen voor haar studie) heeft geen enkele reden om te hopen op een Haïtiaanse toekomst. ‘Thuis’ gaat het alleen maar bergafwaarts.

De Verenigde Naties luiden inmiddels maandelijks de alarmbellen. Het internationale orgaan telde in april meer dan zeshonderd moorden in de hoofdstad. Ontvoeringen en seksueel geweld zijn dagelijkse praktijk. VN-mensenrechtencommissaris Volker Türk waarschuwde voor een ‘eindeloze geweldsspiraal’.

VN-baas António Guterres bezocht het land begin juli en hoorde ‘afschuwelijke getuigenverslagen over groepsverkrachtingen van vrouwen en kinderen en over mensen die levend werden verbrand’. Sinds vorig najaar roept hij op tot internationaal ingrijpen. Al willen de VN, die in de afgelopen drie decennia opgeteld 18 jaar met blauwhelmen aanwezig waren in Haïti, dit keer die missie niet zelf leiden. ‘We pleiten voor een veiligheidsmacht ingezet door lidstaten’, benadrukt Guterres. Maar de landen die zo’n veiligheidsmacht zouden kunnen leiden, zoals oud-kolonisator Frankrijk en Noord-Amerikaanse regiogenoten Canada en de VS, hielden angstvallig de boot af.

Ook onder veel Haïtianen bestaat na een lange en ongelukkige geschiedenis van buitenlandse inmenging weerzin tegen wederom internationaal ingrijpen. Migrant Dugas ziet inmiddels geen andere oplossing. ‘De regering redt het niet alleen. Laat de internationale gemeenschap troepen sturen’, zegt hij.

Deze week werd zijn wens verhoord. Niet de weifelende westerse landen, maar Kenia is bereid een missie te leiden. Het West-Afrikaanse land biedt aan om duizend politieagenten te sturen. ‘Kenia steunt mensen van Afrikaanse afkomst wereldwijd’, stelde minister van Buitenlandse Zaken Alfred Mutua. Dat aanbod komt niet geheel uit de lucht vallen, Kenia stuurde eerder ook al vredestroepen naar Somalië en Congo.

Het lijkt het zetje dat andere landen nodig hadden. Zo willen de Verenigde Staten een bijdrage leveren aan de Keniaanse missie, reageerde een regeringswoordvoerder, al moet nog blijken of die bijdrage zal bestaan uit mensen of materiaal.

Maar totdat Keniaanse agenten de straten van Port-au-Prince intrekken, mogelijk zij aan zij met Amerikaanse collega’s, blijft het aantal Haïtiaanse vluchtelingen van bendegeweld groeien. En ze zijn, als zwarte nazaten van Afrikanen, met hun eigen Creoolse taal, extra kwetsbaar tussen de miljoenen Spaans sprekende migranten uit de regio. ‘Tijdens hun zoektocht naar bescherming in buurlanden, lijden Haïtianen onder racisme, xenofobie en systematisch geweld’, waarschuwt Amnesty International. Ze vormen nu de grootste etnische groep in zijn opvang, zegt Héctor Silva (54), de Mexicaanse pastor die sinds 1999 zijn leven wijdt aan het herbergen van migranten. ‘Nooit eerder zagen we zoveel Haïtianen.’

Ook buiten de opvang vormen de Haïtianen een steeds grotere gemeenschap in Reynosa. In de centrale winkelstraat Hidalgo, tegenover kapperszaak Estética Milán, bestieren de goedlachse Angeline Toussaint (29) en de norse Nadia Tousier (45, gekleed in een shirt met Amerikaanse strepen en sterren) hun eigen openlucht-beautysalon. Voor 200 pesos (10 euro) verkopen ze afrokapsels met haarextensions. Tousiers drie kinderen bleven achter in Haïti. Toussaint migreerde met haar dochtertje van zes. Ze droomt van een eigen salon in de VS.

Op straat overleven Haïtianen door eten en diensten te verkopen, terwijl ze wachten op het trage en ondoorzichtige Amerikaanse asielsysteem. De gelukkigen, die terechtkonden in Senda de Vida, zijn verzekerd van drie maaltijden per dag. Vandaag maakt de hitte elke inspanning onwenselijk. Een zwarte vrouw met baby hangt tegen de muur van het keukengebouw. Sinds ze een datum heeft voor een asielafspraak heeft ze weer hoop, zegt ze. Onder een gele schoolbus ligt een man languit op zijn rug in de iets koelere schaduw. Met die bus rijdt de kerk dagelijks migranten met een asielafspraak naar de officiële grensbrug.

In mei scherpte de Amerikaanse president Biden het stren Source: Volkskrant

Previous

Next