Hoe moet een democratisch land omgaan met een presidentskandidaat die in feite wordt beschuldigd van een illegale greep naar de macht?
De nieuwe drievoudige aanklacht tegen de Amerikaanse ex-president Donald Trump dreigt een wederom existentiële test van het Amerikaanse politieke systeem te worden. Hoe gaat een democratisch land om met een presidentskandidaat die wordt beschuldigd van het saboteren van de democratie tijdens zijn vorige presidentschap, en die, gezien zijn verleden, alles in het werk zal stellen om ook dit proces te dwarsbomen?
Trump had al twee rechtszaken aan zijn broek. Maar in tegenstelling tot die twee, die gaan over zaken voor en na zijn presidentschap (zwijggeld en verdonkeremaande staatsgeheimen), betreft deze aanklacht drie misdaden die hij zou hebben begaan tijdens zijn verblijf in het Witte Huis.
Trump wordt in feite beschuldigd van een illegale greep naar de macht: het sjoemelen met de verkiezingsuitslag en, toen dat niet werkte, het opjutten van zijn aanhang om de bekrachtiging van die uitslag in het Capitool te blokkeren.
Daarbij maakte Trump volgens de aanklagers gebruik van ‘onoprechtheid, fraude en bedrog’, terwijl hij tegelijk ‘destabiliserende leugens verspreidde’. Heel verrassend kan het niet zijn, om Trumps modus operandi van de afgelopen decennia in deze aanklacht te zien terugkomen.
Zo’n machtsgreep in de Verenigde Staten, één van de oudste democratieën ter wereld, werd bijna niet voor mogelijk gehouden. In de weken na de verkiezingen werd het optreden van Trump en zijn team – denk aan de persconferentie bij Four Seasons Total Landscaping – vooral weggelachen. Een machtsgreep? Door deze clowns? Even grinniken, dan over tot de orde van de dag.
Maar met fanatiek amateurisme en kwaadwillende chaos kun je dus ver komen. Dat is vooral te danken aan de politieke meelopers die beter zouden moeten weten, zoals goed wordt beschreven in het boek How Democracies Die van Steven Levitsky en Daniel Ziblatt: de partijgenoten die hun principes inruilen voor opportunisme. Dat proces begon meteen na de opkomst van Trump in 2016, en culmineerde in de aanval op het Capitool op 6 januari. Tijdens het impeachment-proces dat daarop volgde, stemden slechts zeven van de vijftig Republikeinen voor afzetting van Trump.
Afzetting zou hebben betekend dat hij nooit meer president had kunnen worden. Nu is dat goed mogelijk. In de peilingen van de Republikeinse voorverkiezingen ligt Trump 37 procentpunten voor op zijn naaste belager Ron DeSantis. En in de waarschijnlijke tweestrijd tussen Trump en de huidige president Joe Biden liggen hun kansen ongeveer 50-50. Een veroordeling (mocht die op tijd komen) kan zijn kansen iets verkleinen, maar zo veel twijfelaars zijn er niet. Een groot deel van het Republikeinse electoraat steunt Trump onvoorwaardelijk.
Een verdachte is onschuldig tot zijn schuld bewezen is. Maar andersom hebben Trump-loyalisten en andere Republikeinen geen moeite de aanklagers bij voorbaat als ‘partijdig’ te veroordelen. ‘De vervolging van President Trump doet denken aan nazi-Duitsland, de voormalige Sovjet-Unie en andere dictatoriale regimes’, aldus Trumps campagneteam. Ook presidentskandidaten als voormalig vice-president Mike Pence en Ron DeSantis hebben het al weken over de ‘politisering’ en ‘weaponization’ van het Openbaar Ministerie (OM).
Dit terwijl het OM, ondanks de aanbeveling van de parlementaire onderzoekscommissie naar de bestorming van het Capitool, ervoor heeft gekozen Trump niet aan te klagen voor het ‘aanzetten tot opstand’, wat bij een veroordeling zou hebben betekend dat hij nooit meer president had kunnen worden. Daar is justitie juist voor teruggedeinsd.
Met hun retoriek gaan de Republikeinen verder met het ondermijnen van de instituties, waardoor Trump zover is gekomen. Waarmee ze Trump verder in de kaart spelen. En het systeem verder destabiliseren.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Source: Volkskrant