Een van de ontdekkers van het dier is de Nederlander Klaas Post, honorair conservator van het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam. De ontdekking staat woensdag beschreven in het belangrijke wetenschappelijke tijdschrift Nature.
Het dier heeft de wetenschappelijke naam Perucetus colossus gekregen, oftewel kolossale walvis uit Peru. In 2012 werden de eerste botten uit de grond gehaald. In de jaren erna groeven de onderzoekers dertien wervels op, elk van meer dan 100 kilo. Ook kwamen vier ribben en een stuk bekken aan het licht.
De prehistorische walvis was waarschijnlijk 20 meter lang, wat kleiner is dan een blauwe vinvis. Dat het dier toch zwaarder is, komt doordat hij veel zwaardere botten had. Die had hij waarschijnlijk nodig om te kunnen duiken, denken de onderzoekers. De botresten werden gevonden in het zuiden van Peru, niet ver van de Grote Oceaan. Daar zijn veel fossiele resten opgegraven.
De Nederlandse paleontoloog Geerat Vermeij van de Universiteit van Californië, die niet bij het onderzoek betrokken is, noemt in Nature de ontdekking "buitengewoon cool. Het is verbazingwekkend om in deze tijd nog iets te vinden dat zo groot en belangrijk is, terwijl we al zo veel onderzoek hebben gedaan."
Tot nu toe is het record van zwaarste dier in handen van de blauwe vinvis, die 100.000 tot 200.000 kilo kan wegen.
Source: Nu.nl algemeen