In mijn jeugd hoorde je in linkse kringen vaak beweren dat de Russen (Sovjets) schakers waren en de Amerikanen pokeraars. Dankzij hun wetenschappelijk marxisme-leninisme konden de Russen zetten vooruit denken en rationele beslissingen nemen. De Amerikanen daarentegen waren als pokeraars veel eerder bereid een gok te nemen. Het Poesjkin Theater in Moskou, waar de schaakmatches om de wereldtitel werden gehouden, versus het Harrah’s Casino in Las Vegas, waar de World Series of Poker plaatsvonden. Botwinnik, de Patriarch van het Russische schaak, versus Johnny Moss, de Grand Old Man of American Poker.
Vooral in de buitenlandse politiek zou je die tegenstelling terugzien. In de Cubacrisis hadden de Amerikanen de gok genomen – en gewonnen. Maar in Vietnam was die gok verkeerd uitgevallen en hadden zij verloren. Wat me achteraf van de 20ste eeuw nog het meest verbaast, is dat het communisme met zijn heilsverwachting het, ondanks alles, heeft afgelegd tegen het kapitalisme – ook in moreel opzicht. Ik ben het daarom eens met Bart Teulings, die in de Volkskrant schreef dat ‘het etiket ‘neoliberalisme’ is verworden tot een gemakzuchtig verwijt’.
Schaken bleek voor de mens meer een geluksspel dan algemeen werd gedacht en pokerkampioen word je alleen als je goed kunt tellen en onthouden, en daarbij ook nog eens het hoofd koel weet te houden.
Over de auteur
Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Ik kom erop omdat je de laatste tijd weer veel hoort spreken over De Bom – de atoombom. Dat gebeurde in mijn jeugd ook al, maar in de loop der jaren verdween zij uit beeld. In Nederland zijn we nog eens opgeschrikt door een malafide wetenschapper die bomtechnologie had meegegeven aan een student in een of andere shithole country, maar gelukkig hielden de Amerikanen de zaken daar onder controle. De bom was er natuurlijk nog wel, maar zij vervaagde langzaam uit ons dagelijks bestaan. Vijftien jaar geleden zag ik met eigen ogen hoe, nabij Warschau, de silo’s aan het wegrotten waren vanwaaruit de Sovjets hun SS-18’s en SS-20’s op ons hadden gericht. Vrolijk keerde ik terug op mijn hotelkamer.
Maar bijna tachtig jaar na de verwoesting van Nagasaki lijkt De Bom weer helemaal terug. Het is natuurlijk begonnen met de Russische invasie in Oekraïne. Toen die niet geheel verliep zoals Poetin zich had voorgesteld, begon hij met het gebruik van kernwapens te dreigen. Een cultuurbreuk: als een echte pokeraar zei hij tien maanden geleden ferm in een televisietoespraak tot de wereld: ‘Dit is geen bluf.’ Als een echte pokeraar suggereerde hij ook dat het Westen en de Navo als eersten waren begonnen om kernwapens in de strijd te gooien. Dat het mijn schuld is, is eigenlijk jullie schuld. Inmiddels lijkt de strijd niet in Ruslands voordeel van Rusland uit te pakken en wordt zelfs Moskou met drones geraakt. Een tegenspeler zou misschien nu tegen Poetin zeggen: ‘Put your money where your mouth is.’ De tegenspeler is evenwel geen pokeraar, maar een schaker. Omgekeerde wereld.
Hoe diep De Bom zich alweer in ons bestaan heeft genesteld, blijkt uit de film Oppenheimer, die een onvervalste blockbuster is geworden. Wereldwijd schijnt het een debat te zijn welke film je eerst moet zien: Barbie of Oppenheimer? Als ze ergens de tijdgeest bij de lurven kunnen grijpen, dan is het wel in Hollywood. In een showprogramma hoorde ik zelfs iemand spreken van ‘Oppie’, alsof Oppenheimer geregeld bij hem thuiskwam. Oppie en Barbie zijn onze vakantieliefdes.
Oppenheimer moet u beslist gaan zien. Voor zover ik het kan beoordelen, volgt de film werkelijkheidsgetrouw de geschiedenis, met Cillian Murphy als Oppie en Matt Damon als generaal Groves in geweldige rollen. Wie een minder gedramatiseerd en een meer precies beeld wil krijgen van de gebeurtenissen in Los Alamos, raad ik aan op zoek te gaan naar de documentaire To End All Wars: Oppenheimer & The Atomic Bomb, die twee weken geleden door Canvas is uitgezonden. In Nederland wordt de film, voor zover ik kan nagaan, niet getoond. De NPO houdt het liever bij sport.
In de documentaire zie je bewegende beelden van alle grote natuurkundigen, die bij het Manhattan (Bomb) Project waren betrokken: Oppenheimer, Bohr, Fermi, Feynman en de als kwade genius neergezette Edward Teller, die model stond voor die andere filmfiguur: Dr. Strangelove. Ik geloof dat ik ook de Nederlander Sam Goudsmit voorbij heb zien komen. En dan was er natuurlijk Einstein, die waarschuwde voor de inspanningen van de Duitsers, maar zelf niet aan de ontwikkeling van de bom heeft meegewerkt. Het is altijd een groot genoegen het genie rond te zien scharrelen, al is het maar voor een paar seconden.
Van de bioscoop naar huis fietsend vroeg ik me af of Poetin hem al heeft gezien. Zoals Hitler, die ook altijd graag in een klein gezelschap naar Amerikaanse films keek.
Source: Volkskrant