Na de Russische invasie van Oekraïne in februari 2022 zijn bijna 5 miljoen vluchtelingen uit Oekraïne opgevangen in de Europese Unie. De EU bleek in deze crisissituatie in staat tot snel en daadkrachtig optreden. Ook bleek de capaciteit en bereidheid om vluchtelingen op te vangen in de lidstaten veel groter dan algemeen werd aangenomen.
Die grootschalige opvang biedt ook een onverwachte mogelijkheid om zicht te krijgen op verschillen tussen lidstaten in de aanpak van opvang en inburgering. Onlangs werd een onderzoek onder ruim 6.000 vluchtelingen uit Oekraïne in honderd Duitse gemeenten gepubliceerd. De uitkomsten maken een vergelijking met Nederland mogelijk.
Over de auteur
Kees Groenendijk is emeritus hoogleraar rechtssociologie aan de Radboud Universiteit.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
In Duitsland stonden in juni 2023 bijna 1,1 miljoen vluchtelingen uit Oekraïne geregistreerd, in Nederland bijna 95.000. Per hoofd van de bevolking vangt Duitsland ruim twee keer zoveel vluchtelingen uit Oekraïne op als Nederland.
Er zijn opvallende verschillen tussen beide landen wat betreft wonen, werken, inburgering en onderwijs aan kinderen. In Duitsland woont driekwart van de vluchtelingen inmiddels in een eigen woning (‘private Wohnungen oder Häusern’); 17 procent verblijft in hotels of pensions en 9 procent in asielcentra. In Nederland verblijft driekwart van de Oekraïners in door gemeenten georganiseerde noodopvang.
In Duitsland nam 75 procent deel aan een taalcursus of had de cursus al afgerond. In Duitsland gaan praktisch alle leerplichtige Oekraïense kinderen naar school. Nederland worstelt nog met het aanbieden van allerlei vormen van onderwijs. In Duitsland heeft 18 procent werk. In Nederland was de arbeidsdeelname in november 2022 al meer dan twee keer zo hoog (46 procent). Dat heeft een keerzijde.
De officiële inburgeringscursussen werden in Duitsland al in maart 2022 opengesteld voor de oorlogsvluchtelingen uit Oekraïne. In Nederland zijn zij echter uitgesloten van de Wet inburgering. Die wet geldt alleen voor mensen van buiten de EU met een verblijfsvergunning. In Duitsland en veel andere EU-lidstaten, krijgen vluchtelingen uit Oekraïne een verblijfsvergunning. In Nederland niet.
Als gevolg van de krenterige omzetting in de Nederlandse wet van de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming, onder leiding van toenmalig minister Rita Verdonk in 2005, worden de Oekraïners behandeld als asielzoekers die mogen werken. Het kabinet-Rutte IV besloot vorig jaar die kortzichtigheid bij de omzetting niet te corrigeren. Oorlogsvluchtelingen uit Oekraïne zijn daardoor in Nederland in feite aangewezen op informeel taalonderwijs door vrijwilligers of op commerciële instituten.
Voorjaar 2023 werd het taalonderwijs Nederlands aan hen vooral verzorgd door vrijwilligers en welzijnsinstellingen, en soms geregeld door werkgevers. Het aantal deelnemers is onbekend. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft in de loop van 2023 ‘eenmalig’ 15 miljoen euro aan de gemeenten toegezegd om taalverwerving buiten het wettelijke systeem te ondersteunen. Dat bedrag is al niet voldoende om een op de drie volwassen Oekraïners een cursus Nederlands van een aantal maanden aan te bieden, zelfs als de gemeenten geen (organisatie)kosten in rekening brengen bij het Rijk.
Het verschil in aanpak is duidelijk. In Duitsland kregen de betrokkenen meteen een verblijfsvergunning geldig tot maart 2024. Er wordt voorrang gegeven aan taalverwerving en huisvesting om zo een basis voor inburgering te leggen.
In Nederland zijn de meeste Oekraïners nog steeds in noodopvang ondergebracht. Ze worden buiten het wettelijke inburgeringssysteem gehouden. Wel wordt er dankbaar gebruik gemaakt van hun bereidheid om te werken, vooral in tijdelijke banen waar beperkte kennis van Engels of Nederlands voldoende is, meestal via uitzendbureaus of als oproepkracht, vaak ver onder het opleidingsniveau van de vluchteling.
In februari 2023 was in Duitsland 7 procent van de geregistreerde vluchtelingen weer vertrokken, terug naar Oekraïne of naar elders. In Nederland is het aandeel van de vertrekkers ruim drie keer zo hoog (23 procent). Zou er een verband zijn met de manier van opvang in Nederland?
De meeste aandacht in de Duitse media kreeg de onderzoeksuitkomst dat een deel van de oorlogsvluchtelingen zei nog enige jaren (15 procent) of voor altijd (29 procent) in Duitsland te willen blijven. Eenderde zei terug te keren na het eind van de oorlog. Een kwart wist nog niet hoelang ze zouden blijven. Net als bij de vluchtelingen uit Bosnië en Syrië, zal een aanmerkelijk deel van de vluchtelingen uit Oekraïne langdurig of permanent in Nederland blijven, ook nadat de oorlog is afgelopen. Het beleid in Nederland staat echter geheel in het teken van tijdelijkheid.
Omdat vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland de status van asielzoeker hebben en daardoor buiten de Wet inburgering vallen is de Nederlandse politiek, net als bij de burgers uit andere EU lidstaten, niet echt in hun inburgering geïnteresseerd. Op lange termijn zal dat voor de blijvers onder hen en voor de Nederlandse samenleving leiden tot problemen en hoge kosten, die nu nog vermeden zouden kunnen worden.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden