Miljoenen buitenlandse toeristen bezoeken jaarlijks het Rijksmuseum, het Van Gogh Museum of het Anne Frank Huis. Nederlands cultureel erfgoed waar u vermoedelijk ooit bent geweest, of dat u nog wilt bezoeken. Maar elk jaar vinden honderdduizenden toeristen óók hun weg naar Amsterdamse musea waar vrijwel nooit een Nederlander komt. Terwijl ook zij typisch Hollandse cultuurfenomenen in de etalage hebben staan.
Namelijk: seks, kaas, tulpen en wiet.
Het Hash, Marihuana & Hemp Museum en het Amsterdam Cheese Museum trekken jaarlijks 100 duizend bezoekers, blijkt uit hun eigen cijfers. Aantallen waarvan menig museum droomt.
Deze vrijwel uitsluitend door toeristen bezochte ‘Hollandse’ musea zijn een exclusief Amsterdams verschijnsel. In Rotterdam of Den Haag zijn geen seks- of kaasmusea. In Alkmaar en Bodegraven wél – kaasmusea – maar daar komen zeker niet alleen buitenlandse toeristen. De Heineken Experience, de Zaanse Schans en de Keukenhof exploiteren weliswaar typisch Hollandse fenomenen voor een grotendeels buitenlands publiek, maar dat zijn eerder attracties dan musea met uitgestalde objecten.
Hoe interessant is het om eens een kijkje te nemen bij de Amsterdamse toeristische musea? Zijn het echt alleen maar tourist traps? Of zitten er ook verborgen juweeltjes tussen? V ging kijke, en werd in de meeste gevallen niet onaangenaam verrast.
Wat Hash, Marihuana & Hemp Museum Waar Oudezijds Achterburgwal 54 Amsterdam Wanneer 1987 Eigenaar Sensi Seeds, bedrijf van Ben Dronkers Entreeprijs 9 euro
Dit museumpje is nadrukkelijk méér dan een ode aan het roken van cannabis. Het geeft een veelkleurig beeld van de culturele betekenis, industriële verwerking en de (vermeende) medicinale effecten van de hennepplant.
Blowen kent in Nederland een lange geschiedenis, tonen 17de-eeuwse genrestukken die het museum bezit. Op het schilderij Rokende en drinkende boeren in een herberg (1650) van Hendrick Martensz Sorgh roken drie benevelde mannen en een vrouw cannabis met witte schuimstenen pijpjes. Ze hebben het duidelijk naar hun zin.
Het museum is in handen van miljoenenbedrijf Sensi Seeds van nederwietpionier Ben Dronkers. Hij vond een maas in de wet: de productie van cannabis mocht verboden zijn, de verkoop van de zaadjes is dat niet. Dronkers’ privéverzameling groeide uit tot de collectie van 9.000 voorwerpen. Onpartijdig is het museum niet: er wordt geen aandacht besteed aan de gezondheidsschade, verslavingen en psychosen die mensen van cannabisgebruik kunnen oplopen.
Kritisch zijn is overbodig, vinden ze bij het HM&H Museum: de plant heeft lang genoeg in het verdomhoekje gezeten. Tentoongestelde pulpromannetjes met titels als HOOKED: A Smashing Expose of the World’s Greatest Evil herinneren eraan dat cannabisgebruik gedurende een groot deel van de 20ste eeuw niet werd getolereerd. Gebruikers en bezitters ervan konden in de VS zomaar tientallen jaren celstraf krijgen.
De naam van deze periode, de Reefer Madness, verwijst naar de gelijknamige Amerikaanse propagandafilm uit 1936. In deze potsierlijke, maar destijds bloedserieus bedoelde film roken middelbare scholieren een jointje waarna ze zich te buiten gaan aan diefstal, aanranding en moord. Tegenwoordig is Reefer Madness ironisch genoeg een cultfilm die voornamelijk wordt bekeken door stonede fans.
Het museum benadrukt de positieve kanten van de plant, niet alleen door de lof te zingen van cannabis als genotsmiddel, maar ook door uit te dragen dat hennep zo duurzaam is. De plant zou kunnen dienen als vervanger van katoen, isolatiemateriaal of biomassa. Na een tijdje gaan de vele begeleidende teksten die de ‘weed of wonder’ heilig verklaren een beetje tegenstaan. Dat het hier om een bijzondere en complexe plant gaat, toont de collectie al voldoende aan.
Visueel ⭐⭐⭐
Leerzaam ⭐⭐⭐
Artistiek ⭐⭐⭐
Vermakelijk ⭐⭐⭐⭐
Abel Bormans
Wat Erotic Museum Waar Oudezijds Achterburgwal 148, Amsterdam Wanneer Jaren zeventig Eigenaar Familie Otten Entreeprijs 8 euro
Als u zich de Wallen als een concentrische cirkel voorstelt, dan bevindt zich in de middelste ring, op de Oudezijds Achterburgwal 148, het Erotic Museum. Op het drukst bezochte en hitsigste plekje, tussen de rode lichten en de halfnaakte lichamen achter de ramen, staat een smal, lieflijk pandje met halfcirkelvormige ramen en boven de imposante deurluiken in zwierige rode letters de naam van het museum.
Dit stukje gracht is het domein van seksexploitant Jan Otten, die ‘de Koning van de Wallen’ wordt genoemd. Naast het Erotic Museum, dat wordt beheerd door zijn dochter, bezit Otten hier ook de Casa Rosso (erotisch theater), de Bananenbar (stripclub) en een aantal peepshows.
Het museum biedt nauwelijks begeleidende teksten bij de collectie. Leuk, want daardoor stuit je per ongeluk op werken van bekende, provocatieve Nederlandse kunstenaars. Zo hangen er zes kunstwerken van schrijver Jan Cremer (boerinnen die hun naaktheid vieren in een typisch Hollands landschap), schilderde tattoo-artiest Henk Schiffmacher een levensgrote variatie op Courbet’s l’Origine du monde en liet Aat Veldhoen een sensueel beeldje achter van een op haar zij liggende naakte vrouw.
De collectie is eerder licht absurdistisch dan expliciet pornografisch. Noem het Erotic Museum gerust een rariteitenkabinet. Het summum vindt u op de tweede verdieping. Daar kunnen bezoekers, gezeten op een rood-witte paddenstoel en omringd door Sneeuwwitje en de Zeven Dwergen, humoristische erotische tekenfilms zien.
Het Erotic Museum is een bij vlagen bezienswaardig museum op het grensvlak van seksualiteit, absurde humor en kunst. Disclaimer: woke is het museum niet. De Wallen zijn dat evenmin.
Visueel ⭐⭐⭐
Leerzaam ⭐
Artistiek ⭐⭐⭐⭐
Vermakelijk ⭐⭐⭐⭐
Abel Bormans
Wat Amsterdam Sexmuseum Waar Damrak 18, Amsterdam Wanneer 1985 Eigenaar Monique van Marle Entreeprijs 9 euro
Het Amsterdam Sexmuseum is van het type kruip-door-sluip-door, met langs alle muren en trappen vitrines waarin de collectie wordt uitgestald. Achter het glas zien we in willekeurige volgorde opduiken: een kokosnoot uit de Seychellen in de vorm van vrouwenbillen, een striptekening getiteld ‘Irene’ waarin ‘Bob’ haar penetreert op de bank, walvistanden gedecoreerd met vrouwen die mannen bevredigen, een neptaart met een penis van nepchocolade erop en een ‘originele stenen phallus’ uit ‘de Romeinse tijd’.
Het museum komt over als een uit de hand gelopen spreekbeurt die – zo doen de met een typemachine getikte bijschriften vermoeden – sinds 1985 niet meer is geüpdatet. Op gelige kaartjes wordt gesproken over ‘typisch bizarre Japanse fantasieën’ en ‘primitief houtsnijwerk uit Nieuw-Guinea’.
Een bezoekje waard? Nee, daarvoor is de presentatie te verbrokkeld, de informatie te vaag en de collectie te eenzijdig. Loop je toch naar binnen, dan staan bovenaan twee piemels in papier-maché op je te wachten. Ga je zitten op de stoel ertussenin, begint die onder je billen te trillen. Sorry voor de spoiler.
Visueel ⭐⭐
Leerzaam ⭐
Artistiek ⭐
Vermakelijk ⭐⭐
Marsha Bruinen
Wat Amsterdam Tulip Museum Waar Prinsengracht 116, Amsterdam Wanneer 2005 Eigenaren Sjoerd van Eeden en Tim Schipper Entreeprijs 5 euro (3 euro voor studenten)
Het tulpenmuseum moet het niet zozeer hebben van de tentoongestelde objecten. Op twee eeuwenoude, met houtsneden geïllustreerde edities van een tulpenmonografie (1601) en een commerciële plantencatalogus (1641) na, bestaat de collectie vooral uit reproducties.
Dat gebrek aan originelen weet het museum aardig te compenseren met het doordachte tentoonstellingsontwerp. In de tweede zaal, eigenlijk een gang, verbeeldt een houten maquette het Topkapipaleis (1459) in Istanbul en de heilige tulpentuinen die het paleis omringen. De gele Wunderkammer die erop volgt, vertelt aan de hand van met tulpen beschilderde serviesbordjes over de koloniale verzameldrift van de VOC. Trek je een van de laatjes in de ruimte open, dan maak je een sprong voorwaarts in tijd. Recepten uit de Tweede Wereldoorlog voor het bereiden van bollen laten zien hoe de tulp van statussymbool een hongermaaltijd werd.
In de eerste zaal van het museum wordt meteen de hardnekkigste tulpenmythe ontkracht. Foto’s van tulpen in de rotsachtige gebergten van onder andere Kazachstan, Oezbekistan en Kirgizië laten er geen misverstand over bestaan; in Centraal-Azië, niet in Nederland, vond de tulp haar oorsprong.
Het kleine museum is door de informatieve presentatie en lage entreeprijs best een bezoekje waard. De Nederlandse teksten mogen wel een upgrade krijgen: uitgeprinte A4’tjes zijn met een plakbandje naast de Engelse Source: Volkskrant