De vragen die rijzen na de Griekse bosbranden raken aan onze manier van leven. Individuele keuzes zijn dan niet voldoende om klimaatbewustzijn te vergroten, alleen een systeemverandering kan helpen.
Dat klimaatverandering ons voor grote vragen stelt is al een paar decennia duidelijk, en het beleidsmatige antwoord is nog steeds niet groot genoeg. Nu de klimaatverandering steeds voelbaarder wordt, komen daar allerlei kleine vragen bij.
Zoals: wiens schuld is het eigenlijk dat een reisorganisatie toeristen afzet op een Grieks eiland waar zij meteen op de vlucht moeten voor een bosbrand die al een tijdje woedt, waarna zij binnen anderhalf etmaal getraumatiseerd op Schiphol staan? En een middelgrote vraag: moeten we daar überhaupt nog naar toe willen, of kunnen?
Ze raken, zoals bijna alle klimaatvragen, aan de manier van leven die we de afgelopen decennia voor onszelf hebben bedacht, en die zo vanzelfsprekend is geworden dat er bijvoorbeeld weleens van een ‘recht’ op een vliegvakantie wordt gesproken. We vergeten soms dat onze manier van leven, inclusief massatoerisme die daarbij hoort, hooguit een halve eeuw oud is. Gewoontes die gebaseerd zijn op schaarse goederen zijn per definitie tijdelijk.
Maar dat het lastig is met die gewoontes te stoppen blijkt elke dag, zeker in de zomer. Ondanks de branden, hittegolven en planetaire recordwarmte zitten de vliegtuigen gewoon vol, met mensen uit alle lagen van de bevolking, klimaatbewust of niet. Hoewel een grote meerderheid van de bevolking zich zorgen zegt te maken over klimaatverandering, lukt het maar een kleine minderheid daar echt harde consequenties aan te verbinden.
Die consequenties zijn kennelijk te veel gevraagd, constateerde Corendon-directeur Steven van der Heijden in een interview met deze krant deze week. Offers brengen zit niet in de natuur van de mens. Ook hijzelf, onderdeel en facilitator van het systeem, voelt zich ongemakkelijk bij de manier waarop hij geld verdient, maar gaat gewoon door op de ingeslagen weg. ‘Er is zo verdomde weinig wat je eraan kunt doen zonder rigoureuze keuzes te maken.’
Die keuzes maken ook zijn klanten niet. Velen van hen wisten niet eens dat ze naar een gebied gingen waar bosbranden waren – zo weinig weten mensen van de wereld waarin zij leven. Zij wijzen nu op de touroperator, die hen had moeten waarschuwen. De touroperator wijst op zijn beurt naar de autoriteiten die alarmcodes hadden moeten afkondigen. Misschien is dit de houding jegens klimaatverandering in het algemeen: ‘ze’ hadden ons moeten waarschuwen, ‘ze’ hadden ons moeten dwingen andere keuzes te maken.
Maar ‘ze’, dat zijn wij uiteindelijk zelf, in een democratisch en kapitalistisch systeem. Wij, de kiezers en de klanten, maken dit systeem mogelijk. Of, zoals Van der Heijden zei: ‘De vliegruimte is er. Onze klanten willen op vakantie en hebben geen last van de omstandigheden.’
Denk niet dat de hittegolven en branden volgend jaar tot veel minder vluchten naar de zon zullen leiden (de regen hier helpt ook niet mee). Ja, sommige mensen maken morele keuzes, en gedragen zich naar hun zorgen. Maar het enige wat echt helpt: het systeem veranderen. Begin met het beprijzen van de schaarste. Er is nog steeds geen belasting op kerosine, waardoor de trein nog steeds nauwelijks kan concurreren (ook al is de trein ook geen heilige graal).
Beprijzing roept weer andere grote vragen op, over rechtvaardigheid en eerlijke verdeling. De helft van de door de luchtvaart veroorzaakte klimaatverandering is nu al toe te schrijven aan de rijkste 1 procent van de wereldbevolking, en dat zal alleen maar meer worden als vliegen duurder wordt gemaakt. Maar schaarste heeft nu eenmaal een prijs.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Source: Volkskrant