Home

Staatsgreep in Niger plaatst West-Afrikaanse leiders lijnrecht tegenover elkaar

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Interventie De coup in Niger is een ultieme test voor het regionale samenwerkingsverband ECOWAS. „Wij zullen geen coup na coup meer tolereren in West-Afrika”, bezwoer de Nigeriaanse voorzitter Bola Tinubu vorige maand nog. Maar een dreigement om militair in te grijpen stuit op weerstand van de andere militaire junta’s in het gebied.

Ineens was er echt ferme taal. Als Nigers president Mohamed Bazoum niet binnen een week wordt vrijgelaten door de militairen die hem sinds woensdag vasthouden in zijn presidentieel paleis, dan „zullen wij alle maatregelen nemen die nodig zijn om de constitutionele orde in Niger te herstellen”, zei Omar Alieu Touray, commissievoorzitter van het regionale samenwerkingsverband ECOWAS tijdens een noodvergadering zondag. Oók, zo benadrukte Touray, het gebruik van geweld.

Daarmee dreigt de crisis in Niger, een voormalig Franse kolonie waar militairen de macht hebben gegrepen, uit te lopen op een confrontatie tussen West-Afrikaanse leiders. Eén waarin ook het Westen kan worden meegesleurd. Voor de vergadering die in allerijl werd belegd in de Nigeriaanse hoofdstad Abuja, waarschuwden de militairen in Niger al op televisie dat een „interventie” werd beraamd „met hulp van bepaalde Westerse landen”.

Onder meer de Fransen en de Amerikanen hebben militaire bases in Niger van waaruit zij jihadistische groeperingen in de Sahel bestrijden. Ook zijn er Italiaanse en Duitse troepen aanwezig, deels in het kader van een EU-trainingsmissie die juist werd opgetuigd. Zij juichten op X, voorheen Twitter, de harde opstelling van ECOWAS toe.

Buitenlandse inmenging wordt niet getolereerd, bezwoer op zijn beurt de militaire woordvoerder. „Wij zijn vastberaden ons vaderland te beschermen.” Op hetzelfde moment trokken enkele duizenden demonstranten door de straten van Niamey richting de Franse ambassade, die met stenen werd aangevallen. „À bas la France!”, echoden zij de kreten die eerder klonken bij hun buren in Mali en Burkina Faso. „Weg met Frankrijk!”

Diezelfde buren, stevig geleid door militaire junta’s die daar de afgelopen twee jaar op hun beurt de macht grepen, scharen zich achter Niger. Een aanval van ECOWAS-troepen op hun „broedervolk” zullen zij zien als een „oorlogsverklaring” tegen ook Mali en Burkina Faso, dreigden zij maandag in een gezamenlijke verklaring. „Dit zal leiden tot ons vertrek uit ECOWAS en het nemen van defensieve maatregelen om Nigers leger te steunen.” Niet lang daarna sloot ook Guinee, waar putschisten het sinds 2021 voor het zeggen hebben, zich bij hen aan.

De staatsgreep in Niger is daarmee in rap tempo de ultieme test geworden voor de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten, zoals de verzameling van vijftien landen voluit heet. En vooral voor Bola Tinubu, Nigeria’s nieuwe president, die vorige maand het voorzitterschap overnam. „Wij zullen geen coup na coup meer tolereren in West-Afrika”, bezwoer hij toen. Twee weken later was het al zover.

Tinubu’s belofte kwam niet uit de lucht vallen. Het regionale blok kampt met een ernstig geloofwaardigheidsprobleem. Ooit begonnen als een verbond om vooral economisch samen te werken, werd ECOWAS in de jaren negentig ook een regionale vredesbewaarder en politieagent, met missies in Liberia en Sierra Leone, die door oorlog werden verscheurd.

Maar het afgelopen decennium schitterde het blok vooral door zijn besluiteloosheid, met staatshoofden die zich meer concentreerden op het afdwingen van extra ambtstermijnen dan het naleven van de principes die zij onderling afspraken. En met staatsgrepen in Mali, Guinee en Burkina Faso die na initiële strenge financiële sancties tegen die eerste, nooit écht hard werden bestraft.

„Tinubu werd hier direct uitgedaagd”, zegt Nnamdi Obasi, analist bij de International Crisis Group in Abuja. „Hij moest íéts doen om op zijn strepen te staan. Net als de andere leiders. Iedereen vreest dat dit straks ook naar hun land kan overslaan.”

Strook van recente staatsgrepen doorkruist West-Afrika

De sancties die het blok zondag vast aankondigde, zijn fors. De grenzen met Niger zijn gesloten (andersom hadden de militairen dat al aangekondigd), evenals het luchtruim. Alle commerciële en financiële transacties met Niger zijn bevroren, evenals tegoeden bij de regionale Centrale Bank en alle tegoeden van militairen die bij de coup betrokken zijn, hun naasten en degenen die plaatsnemen in de regering die zij optuigen.

Daarbij is alle financiële hulp aan Niger stopgezet, zoals eerder ook de EU en Frankrijk deden. De laatste jaren besteedden zij net als de Verenigde Staten honderden miljoenen euro’s aan programma’s in Niger voor onder meer onderwijs en goed bestuur, in ruil voor hulp bij het tegengaan van jihadisme en migratie naar Europa.

De klap zal dan ook vooral gevoeld worden door de 25 miljoen Nigerezen. Het Sahelland is één van de armste landen op het continent, met zo’n 4,3 miljoen mensen die volgens de VN afhankelijk zijn van hulp. Door jihadistisch geweld aan de grens met Nigeria, Mali en Burkina Faso moesten ruim 370.000 Nigerezen hun dorpen ontvluchten.

„Stel dat het echt tot een militaire interventie van ECOWAS komt”, zegt Nina Wilén, hoofd van het Afrika Programma bij het Egmont Institute for International Relations. „Dan is er een serieus risico dat jihadisten en andere gewapende groepen de onderlinge gevechten zullen gebruiken om hun aanwezigheid in het land en de regio uit te breiden.”

De laatste keer dat ECOWAS militair ingreep was in 2017 in Gambia. Hoofdzakelijk Senegalese militairen, maar ook Nigeriaanse en Ghanese soldaten, hielpen toen dictator Yahya Jammeh verdrijven, die na een verkiezingsnederlaag weigerde op te stappen. Tot geweld kwam het toen niet: een opmars van Senegalese troepen richting de Gambiaanse hoofdstad Bangui bleek voldoende om Jammeh tot inkeer te brengen.

De vraag is hoe legaal dat was, zegt Marko Svicevic, expert internationaal recht, die op dit onderwerp promoveerde. „Een van de belangrijkste voorwaarden voor internationale interventies is dat de VN-Veiligheidsraad daar vooraf toestemming voor geeft. Dat was hier niet het geval. Maar het verzoek kwam van Adama Barrow, die de verkiezingen had gewonnen en daarmee kon worden gezien als legitiem staatshoofd.”

Sinds 2000 minder geslaagde coups dan in eerdere decennia

Daarbij had het de goedkeuring van de Afrikaanse Unie, dat alle landen op het continent verenigt. De Unie is zelf te groot en al snel te verdeeld om op te treden, zegt Svicevic, die is verbonden aan de Palacký Universiteit in Tsjechië. „Over het algemeen zien we dat de Unie zich niet verzet tegen interventies van regionale blokken, maar ze worden ook niet voorzien van voldoende financiële of logistieke steun.”

In een verklaring gaf de Unie de coupplegers in Niger vijftien dagen om Bazoum in zijn functie als president te herstellen. Een ‘of anders’ bleef achterwege. Onduidelijk is of Bazoum, die sinds zijn gevangenneming in contact bleef met regionale en Westerse leiders, een formeel verzoek heeft gedaan bij ECOWAS om militair in te grijpen.

Zelfs als dat verzoek er ligt, achten deskundigen de kans dat het echt zover komt, klein. „Niger is niet Gambia”, zegt James Barnett, research fellow in Lagos, Nigeria voor het Hudson Institute. „Het land is veel groter, de veiligheidssituatie is complexer en het leger is er groter en beter uitgerust. Dat weten de ECOWAS-defensiebazen ook. Een week is niet veel om een multinationale troepenmacht op te tuigen.”

Volgens Barnett zou zo’n interventie ook zwaar moeten leunen op Nigeria, de reus in de regio. Maar die worstelt zelf met het geweld van jihadisten van onder meer Boko Haram en een wirwar aan gewapende groeperingen. „Daar heeft het leger de handen al vol mee.” Daarbij is het volgens de onderzoeker nog maar de vraag of er in Nigeria zelf, maar ook onder de andere ECOWAS-landen straks echt voldoende steun voor is.

En dan is er nog de gevoeligheid van een Engelstalig land dat zou ingrijpen in Franstalig W Source: NRC

Previous

Next