Home

Dit najaar zal mijn vrouw een paar dagen weg zijn voor werk. Bij thuiskomst staat er misschien wel een biljart in de woonkamer

‘Driehonderd euro?’, lachte mijn vrouw, net iets te spottend. ‘Als iemand vijftig biedt, moet je het gewoon doen.’ Ik had de kast op Marktplaats gezet, niet helemaal naar mijn eigen zin. Het is een servieskast, of een buffetkast, in ieder geval een kast in twee delen. De deurtjes en laden zijn petroleumblauw en de rest van het houtwerk een bleek vanille. Op veel stukken is het schilderwerk afgebladderd en in een van de ruiten zit een barst. Het kan niet anders dan dat deze kast ooit ergens in de Provence is gemaakt. Als je de deurtjes open trekt, hoor je het woord brocante en zie je van die opgerolde strobalen liggen. Maar de kast mag niet mee naar het nieuwe huis. Dat zat er aan te komen. Eens stond hij prominent in onze woonkamer, maar na een lange omweg belandde hij uiteindelijk op de slaapkamer van onze dochters. Ik heb niet snel iets met meubels, maar ik was toch altijd wel gek op deze kast. Mijn vrouw niet, die haat hem, al zal ze dat nooit toegeven. Daarom mag hij niet mee naar het nieuwe huis.

Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Net als de gigantische bordeauxrode archiefkast van Ahrend, die én cool én industrieel én ook nog eens heel erg handig is. Mag ook niet mee, want ‘overbodig’. Zowel Ahrend als Brocante heb ik ooit met gevaar voor eigen leven naar ons huis toe gesleept en naar boven getild, dus misschien ben ik er daardoor wat meer gehecht aan. Hoe dan ook, op deze manier blijft er, interieurtechnisch beschouwd, weinig van me over in dit huishouden. Het stoeltje van de Amsterdam Arena waar ik een paar jaar terug veel te veel geld voor betaalde, is al een hele tijd geleden verbannen naar mijn werkplek aan de andere kant van de stad. Daar heeft het gezelschap van een schilderij dat ik ooit van mijn vader kreeg. Het is een kleurrijk, abstract-impressionistisch werk in een donkerblauwe lijst, dat het nog geen week heeft volgehouden in ons huis. Mijn kantoorgenoot vindt het ook afschuwelijk, dus nu het staat in de hoek van het kantoor, weggestopt achter een ingelijste poster van de film Heat.

Omdat je binnen een relatie niet overal een strijd van moet willen maken – of, in mijn geval, de ander de illusie moet geven dat je er geen strijd van wil maken – heb ik de kasten inmiddels verkocht. Mijn vrouw weet het niet, maar de strijd heb ik allerminst opgegeven. Ergens dit najaar zal ze een paar dagen weg zijn voor werk. Als ze dan weer thuiskomt, hangen er misschien wel wat neonreclames aan de muur. En staat er misschien wel een biljart in de woonkamer. En een bar in de hoek. Maar dat moet allemaal, uiteraard, voorlopig nog even tussen ons blijven.

Source: Volkskrant

Previous

Next