Het is zo gebeurd. Eventjes ontsnapt het kind aan de aandacht van de ouder, die in gesprek is, of op zijn telefoon kijkt. Het had gedreind dat het geen vleugeltjes om wilde. Binnen enkele seconden verdwijnt het kruintje onder het wateroppervlak. Ik las ergens dat een jong kind dat in het water valt ‘zijn armen spreidt als een zeester’ en meteen zinkt naar de bodem van het zwembad, het meer of de zee. Zonder geluid. Geen panisch gespetter of gekrijs. Na een paar minuten heb je ineens geen kind meer.
Het is de nachtmerrie van iedere ouder, in elk geval die van mij. Een gezond kind, met een lang leven voor zich, dat als een levenloze pop uit het water wordt gevist. Als de drenkeling geanimeerd kan worden, en met razende vaart naar de ic wordt gebracht, is er vaak blijvende hersenschade.
Ik ben zo’n neuroot die niet rustig aan een strand of de rand van een zwembad kan zitten, want ik zie voortdurend kinderen bijna verdrinken. Omdat de ouders, inderdaad, op hun telefoon zitten of gezellig samen aan een biertje lurken. Ik maak mezelf dan belachelijk door achter een kind aan te rennen of de ouders te waarschuwen. Wat een opluchting dat mijn oudste kleinkind trots haar A-diploma in handen houdt. Vier banen moest ze zwemmen met zware kleren aan, dat wurm. Hijgend watertrappelen, het fronsende koppie net boven water. Zo knap. Nu die andere twee nog.
Over de auteur
Aleid Truijens is schrijver en recensent en columnist voor de Volkskrant. Ze schreef romans en biografieën over F.B. Hotz en Hella Haase. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit.
Het is geen pretje, elke week naar zo’n bloedhete hal, jarenlang. Het gewurm in de kleedkamer, met een peuter aan een been en een baby in een draagzak, en zwetend wachten in de chloorlucht. Daar hebben niet alle ouders zin in. Nog meer ouders hebben niet het geld ervoor. Want het kost wel wat, gemiddeld bijna 1.000 euro voor de lessen tot het A-diploma.
Wie ongeveer na 1960 en voor 1980 is geboren, ging vanzelf op schoolzwemmen. Wekelijks met de klas in optocht naar het zwembad. Telkens die koude haak onder je oksel. Maar je leerde het. Het ministerie van Onderwijs zag erop toe dat ieder kind leerde zwemmen. Dat leidde tot een spectaculaire daling van het aantal verdronkenen. In 1985 werd het schoolzwemmen afgeschaft. De ouders moesten zelf hun kinderen op zwemles doen.
Kunnen zwemmen, niet verdrinken, is sindsdien een voorrecht voor kinderen van ouders die genoeg geld hebben en een besef van urgentie. Anders heb je pech. Zeker pech hebben de 86 mensen per jaar die de afgelopen tien jaar gemiddeld verdronken. Daaronder waren in die tien jaar 125 slachtoffers jonger dan 20, volgens het CBS. De meeste pech hebben kinderen met een niet-westerse achtergrond. Hun kans om te verdrinken is negen tot tien keer zo hoog als die van anderen, zei Titus Visser van de Nationale Raad Zwemveiligheid in De Telegraaf.
De Raad wil het schoolzwemmen terug, op alle scholen. Dat is een goed idee. Nu hebben sommige gemeenten, zoals de vier grote steden, regelingen voor gratis zwemles voor kinderen zonder diploma. Maar dan moet de school wel meewerken. Dat doen niet alle scholen. Het is veel gedoe, die zwemles, en het gaat van de lestijd af. Dat is waar, maar is daar organisatorisch niet iets op te vinden?
Verdrinking is een belangrijke doodsoorzaak bij kinderen. Autostoeltjes, helmen, pubers verbieden zich klem te zuipen – ook allemaal gedoe. Soms is betutteling door de landelijke overheid noodzakelijk. Of je een val in het water overleeft, moet niet afhangen van je school of de gemeente waar je woont.
Source: Volkskrant