Home

Wie meedoet aan de verkiezingen stelt zich volgens mij per definitie moreel superieur op

Alsof het de topscorer van de eredivisie betreft, zal deze week vermoedelijk bekend worden ‘wat stemmenkanon Pieter Omtzigt gaat doen’. Waarschijnlijk begint hij voor zichzelf. Want waar heb je nog een partij voor nodig? Nog nooit ging het in aanloop naar verkiezingen zo nadrukkelijk over lijsttrekkers in plaats van over partijen. Het worden heel persóónlijke campagnes, of de personen dat nou willen of niet.

Allesduider Victor Vlam vreesde in zijn analyse op Radio 1 dan ook niet een partij, maar een specifieke politicus: ‘Ik zou mijn rechteroor eraf snijden om te voorkomen dat Frans Timmermans premier wordt’, zei hij tegen presentator Mischa Blok, die reageerde met de wedervraag die je hoort te stellen als iemand zoiets beweert: ‘Waarom specifiek je rechteroor?’ Wist-ie ook niet precies, lekker specifiek, dacht hij. Daarna volgde een duizelingwekkende redenatie dat Kaag-haat geen vrouwenhaat betreft, omdat dezelfde mensen die Kaag een heks noemden nu ook Timmermans haten; ontegenzeggelijk een man.

Over de auteur
Thomas Hogeling is schrijver en deze zomer columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

En dat was niet eens het deel van het gesprek dat bleef hangen. Wat maar in mijn hoofd blijft rondspoken, is waarom Kaag en Timmermans volgens Vlam gehaat worden: omdat ze zich moreel superieur opstellen. ‘En dat is zó problematisch’, vindt hij, ‘want eigenlijk zeg je tegen al die mensen die het niet met jou eens zijn: jij bent een minderwaardig persoon.’ Vlam is niet bepaald de enige die zo redeneert, maar ik heb het verwijt nooit begrepen. Wat betekent dat, je moreel superieur opstellen? En wat maakt dat Kaag of Timmermans dat doen en bijvoorbeeld Omtzigt niet?

Wat ik wel begrijp is de aantrekkingskracht van mensen die zich níét moreel superieur opstellen. De laatste tijd vergaap ik me bijna elke avond aan dat soort types. Steenrijke mensen die geen enkele moeite hebben met de verderfelijkheid van hun eigen idealen, er zelfs mee te koop lopen. Alles is immers te koop. De cynische mediamagnaten in Succession, de perverse Noorse elite in Exit, seizoen 3 is sinds kort te zien op NPO Start, ik kan er geen genoeg van krijgen. Volgens de personages is het leven een strijd en zij hebben nou eenmaal gewonnen, daar gaan ze zich niet voor verontschuldigen. Heerlijke figuren om naar te kijken, maar ik zou er vanzelfsprekend niet op stemmen.

Morele superioriteit komt op mij toch vooral over als een verwijt van mensen die zich storen aan het feit dat anderen zich überhaupt durven uit te drukken in morele termen. Maar of je het nou zo formuleert of niet, wie meedoet aan de verkiezingen stelt zich volgens mij per definitie moreel superieur op. Je solliciteert voor een plek in de Tweede Kamer, het hoogste orgaan van de wetgevende macht. Je wil voor iedereen bepalen wat wel en wat niet mag. En welke straf je verdient als je je niet aan die regels houdt. Ik mag toch hopen dat daar een stevige morele overtuiging achter schuilgaat.

Het wordt pas eng als politici beweren zich níét te beroepen op moraliteit – of een visie, als ik zo vrij mag zijn. Want dat je doet alsof die moraliteit geen rol speelt in je beleid, wil niet zeggen dat ze er niet is. Politici die zichzelf pragmatist, crisismanager of realist noemen, handelen net zo goed uit morele overtuigingen. Een deal met een regime dat zwarte migranten laat sterven in de woestijn, is, hoe verwerpelijk ook, ten diepste moreel. Het verschil met de personages uit mijn favoriete series zit ’m in de bereidheid voor die overtuigingen te staan. In de mate van schaamte, zou een moraalridder misschien zeggen.

Source: Volkskrant

Previous

Next