Verbranding van heilige boeken is verwerpelijk en zelfs gevaarlijk, maar een verbod brengt andere verworvenheden in gevaar.
Zweden en Denemarken onderzoeken of de aanhoudende koranverbrandingen een wettelijk verbod noodzakelijk maken. De acties vallen onder de vrijheid van meningsuiting, maar roepen veel woede op onder moslims in zowel Scandinavië als daarbuiten. Ze vormen bovendien een veiligheidsrisico voor expats in islamitische landen en vergroten volgens de inlichtingendienst de terreurdreiging in Zweden zelf.
Boekverbrandingen zijn verwerpelijk, zoals EU-commissaris Josep Borrell in een reactie terecht heeft gesteld: ‘Niet alles wat legaal is, is ethisch.’ Maar een verbod op het uiten van ongenoegen over op schrift gestelde geloofsartikelen leidt snel tot een glijdende schaal. De roep om ook op te treden tegen satire is dan niet ver weg. Religieuze fanatici kenmerken zich doorgaans niet door een groot gevoel voor humor, zoals is gebleken bij onder meer de moordaanslag in Parijs (2015) op de makers van het satirische blad Charlie Hebdo.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Ook Nederland heeft bij herhaling met dit heikele onderwerp ervaring opgedaan. Iets oudere lezers herinneren zich nog de Nederlandse komiek Rudi Carrell, die in Duitsland furore maakte. In zijn Rudis Tagesshow vertoonde hij in 1987 een sketch waarin een nep-ayatollah Khomeini werd bekogeld met slipjes en beha’s. Het leidde tot demonstraties in Teheran en een diplomatieke rel tussen Duitsland en Iran.
Ergo: toen Achter het nieuws, destijds de actualiteitenrubriek van de Vara, het fragment aan de Nederlandse kijker wilde tonen, belde de minister van Buitenlandse Zaken, Hans van den Broek (CDA), naar de live-uitzending met het verzoek hiervan af te zien. Wat gebeurde. Van den Broek betwistte niet de persvrijheid of de vrijheid van meningsuiting, maar deed een beroep op het respecteren van religieuze gevoelens.
Dezelfde Khomeini toonde twee jaar later weinig respect voor literaire uitingen. Hij riep een fatwa uit over schrijver Salman Rushdie, vanwege diens roman De duivelsverzen. Die zou godslasterlijk zijn. Rushdie moest jarenlang onderduiken en werd vorig jaar alsnog slachtoffer van een aanslag, waarbij hij een oog verloor.
Toen PVV-leider Geert Wilders eind 2007 zijn film Fitna aankondigde, hield iedereen zijn hart vast voor een mogelijke koranverbranding in beeld. Ernst Hirsch Ballin (CDA), toen minister van Justitie, vreesde de gevolgen voor Nederlanders in moslimlanden. Uiteindelijk was in de film alleen het verscheuren van papier te horen.
De vrijheid van meningsuiting, zoals vastgelegd in de Grondwet, houdt in dat niemand ‘voorafgaand verlof’ nodig heeft voor het openbaren van gedachten of gevoelens via de drukpers of andere media. Dat geldt ook bij gebruik van ‘andere middelen’. In beide gevallen wel onder een belangrijke voorwaarde: ‘ieders verantwoordelijkheid volgens de wet’.
Met andere woorden: de vrijheid van meningsuiting is niet absoluut; aanzetten tot geweld of haat tegen een religieuze groep is strafbaar. Maar net als Nederland kennen Zweden en Denemarken geen wet die boekverbranding verbiedt. Aan zo’n openbare daad – een demonstratie – kan een gemeente wel voorwaarden stellen. De burgemeester kan bepaalde uitingen tijdens een demonstratie, bijvoorbeeld het verbranden van een heilig boek, verbieden. Daar kan een rechter vervolgens ook nog wat van vinden.
Veiligheid is een begrijpelijke prioriteit, maar wel in het besef dat de vrijheid van meningsuiting soms pijn doet.
Source: Volkskrant