Home

Limburgse fabrikant gaat door ‘kappes en tabak’ voor ’s werelds beste tuba’s en pauken

Voordat Willem-Alexander koning der Nederlanden werd, was hij een blauwe maandag paukenfabrikant in Ittervoort. Begin 2011 ging de toenmalige kroonprins namelijk op bezoek bij Adams Musical Instruments, de Limburgse maker van trombones, vibrafoons, pauken en ander koper- en slagwerk.

Het jaar daarvoor had Adams-directeur Frans Swinkels (58) uit zijn handen al de Koning Willem I-prijs gekregen, een prestigieuze, tweejaarlijkse bekroning voor een Nederlandse onderneming. Een van de hoogtepunten van de uitverkiezing was voor Swinkels dat de kroonprins hoogstpersoonlijk een bezoekje kwam brengen aan de prijswinnaars.

Het bezoek had eigenlijk hooguit anderhalf uur moeten duren, maar Willem-Alexander had de smaak zo te pakken dat hij drieënhalf uur bleef plakken. Na eerst ter verwelkoming een mars te zijn toegeblazen door een uit Adams-personeel geformeerde fanfare, toog hij naar de fabriekshal om een paukenketel te produceren.

De Onderneming

In deze wekelijkse rubriek vertellen ondernemers over hun bedrijf. Vandaag: Adams Musical Instruments, opgericht in 1970, met 150 werknemers en een omzet van 35 miljoen euro.

Dat was niet voor niets, want Adams-pauken behoren tot ’s werelds beste. ‘Ik denk dat wij qua pauken internationaal 60 à 70 procent marktaandeel hebben’, schat Swinkels. Adams’ koperen, met Ierse kalfsvellen bespannen keteltrommels zullen eind volgende maand bijvoorbeeld weer donderen als het Concertgebouworkest de finale van Mahlers Zevende symfonie speelt.

Voor Willem-Alexanders pauk bleek zo’n muzikale glansrol spijtig genoeg niet weggelegd. ‘In onze fabriekshal staat een grote pers waarmee we paukenketels fabriceren. Willem-Alexander moest twee knoppen ingedrukt houden tot die machine klaar was met persen. Helaas liet hij ze te vroeg los, waardoor de pers in elkaar zakte en de ketel helemaal verwrongen raakte. ‘Die gaat een heel speciale klank krijgen’, grapte hij nog.’

Het mislukken van de ketel weerhield Swinkels en consorten er niet van om de pauk af te maken en langs de koninginnedagroute te zetten. Het toeval wilde namelijk dat koningin Beatrix enkele maanden na de fabrieksarbeid van haar zoon, ter gelegenheid van Koninginnedag een bezoek bracht aan het naburige Thorn. In dit dorp had Swinkels’ schoonvader André Adams (78), de oprichter van het bedrijf, eind jaren zestig in een oude varkensstal zijn eerste pauken gebouwd.

‘De burgemeester was vooraf geïnformeerd dat de pauk langs de route stond. Toen hij langsliep met de koningin vertelde de burgemeester dat haar zoon, de kroonprins, dat instrument had gemaakt, en dat hij was mislukt. ‘Hé, kom jij eens hier!’ riep Beatrix naar Willem-Alexander. Toen heeft Willem-Alexander nog even op zijn pauk gespeeld.’

Hoe het koninklijke slaginstrument klonk? ‘Niet’, antwoordt Swinkels eerlijk. Gelukkig viel de pauk onder de ministeriële verantwoordelijkheid.

Het is niet verwonderlijk dat Willem-Alexander drieënhalf uur vertoefde bij de instrumentenbouwer. Alleen al de muziekwinkel, die slechts de etalage vormt van het 35 duizend vierkante meter tellende fabriekscomplex, is bijna groot genoeg om verdwaald te raken tussen alle drumstellen, sousafoons, handpannen, marimba’s, gongs, klokkenspellen en trompetten.

In aparte, huiskamergrote ruimten staan de blaasinstrumenten blinkend in het gelid: één kamer voor de bastuba’s, eentje voor de trombones, een andere voor de eufoniums, althoorns en baritons. In de reparatiewerkplaats, waar Adams-medewerkers gebogen zitten over mondstukken, ventielen en stembuizen, liggen tientallen koffers met opgekalefaterde instrumenten klaar om terug te keren naar hun blaas- en symfonieorkesten.

De muziekwinkels van Adams – het bedrijf heeft ook een filiaal in het Belgische Lummen – vormen slechts 15 procent van de omzet, vertelt Swinkels. Het meeste beleg op hun boterham verdienen de 150 Adams-werknemers met de fabricage van instrumenten.

Op de fabrieksvloer is Swinkels in zijn element. ‘Ik ben niet het type dat in een heel ingewikkelde kamer in driedelig pak achter een bureau met een grote lederen stoel gaat zitten.’ Het liefst loopt hij in zijn fabriekskloffie tussen de machines en instrumenten in de kolossale productiehallen, waar eindeloze rijen met in dozen verpakte pauken en grote trommen klaar staan voor transport naar Zuid-Korea, Spanje, de Verenigde Staten en andere landen.

‘Er zijn net twee van onze houtleveranciers uit Guatemala over de vloer’, vertelt de gesjeesde conservatoriumstudent slagwerk, terwijl hij in een van de hallen langs stapels Guatemalteeks palissanderhout loopt. Het hout wordt gezaagd, geschuurd en gelakt tot marimbatoetsen.

‘Die houtleveranciers zijn bezig om een heel nieuw bos aan te planten in Guatemala, zodat er voor elke gekapte boom weer een nieuwe groeit. Op die manier blijven we ook in de toekomst voorzien van hout voor onze marimba’s.’

In een andere fabriekshal zijn Swinkels’ medewerkers bezig om buizen, klankbekers en ventielen tot 20 duizend euro kostende bastuba’s te solderen en hameren. Qua blaasinstrumenten beperkte Adams zich lange tijd alleen tot de verkoop, maar sinds de eerste eigen bugel uit 2007 maakt het bedrijf de instrumenten ook zelf.

‘We kregen steeds vaker van muzikanten te horen dat de kwaliteit van nieuwe blaasinstrumenten achteruitging’, vertelt Swinkels. ‘Veel grote merken konden de verleiding niet weerstaan om goedkope onderdelen in China te laten bouwen, of daar fabrieken op te zetten. Kosten besparen werd belangrijker dan kwaliteit. De ziel verdween zo uit die instrumenten – de stemming, de intonatie, het gemak van spelen, alles werd minder. Muzikanten zijn niet gek, die prikken daar doorheen.’

Natuurlijk, 20 duizend euro voor een bastuba is niet goedkoop, weet Swinkels. ‘Aan de andere kant: er is al zo veel wegwerpindustrie. Vroeger waren fietsen of wasmachines niet kapot te krijgen, nu rammelt er binnen de kortste keren iets aan. Die tuba’s van ons gaan zonder probleem meerdere generaties mee.’

Swinkels ziet zichzelf als pater familias van een familiebedrijf – zijn dochter en zoon staan ook in de zaak – waarvan de medewerkers ‘door kappes en tabak gaan’ voor de hoogste kwaliteit. ‘Geld is tegenwoordig vaak de belangrijkste drijfveer. Terwijl wij gewoon een zo goed mogelijk Nederlands product de wereld in willen sturen. Wij maken geen dingen, dat doen andere bedrijven. Wij maken instrumenten.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next