Home

NU+ Natuur, mens en landbouw samen: in Engeland lukt dat wel

Kijkend naar ranglijsten kan Nederland veel leren van andere landen in de Europese Unie. Per hectare hebben we de hoogste stikstofuitstoot en na Malta het hoogste gebruik van landbouwgif. Groene dooradering van het landschap is slechts de helft van het gemiddelde in de EU. Ook met beschermde soorten en leefgebieden behoort Nederland tot de slechtste lidstaten van de EU.

Maar ja, hoor je dan weleens: Nederland is ook wel erg dichtbevolkt. Dat is inderdaad een belangrijke verklaring. De druk op het landschap is hoog.

Toch wonen wij niet in het enige dichtbevolkte stuk Europa. Neem bijvoorbeeld maar eens een kijkje over de oostgrens, zegt vogelkenner Ben Koks tegen NU.nl.

Daar loop je Noordrijn-Westfalen in: een Duitse deelstaat met bijna achttien miljoen inwoners op een veel kleiner oppervlak dan Nederland. Toch zie je daar nog meer kleinschaligheid in het boerenland. Eeuwenoude houtwallen zijn er bijvoorbeeld vaker blijven staan.

Koks is kiekendievenexpert. Dat geeft hem veel contacten met buurlanden. Het brengt hem ook regelmatig naar de andere kant van de Noordzee, naar een buurland dat tegenwoordig ontbreekt in EU-ranglijsten: het Verenigd Koninkrijk.

Schotland is ruig en dunbevolkt. Maar Engeland is een ander verhaal. Ook daar wonen, net als in Noordrijn-Westfalen, per vierkante kilometer meer mensen dan in Nederland. Die mensen verhouden zich op een andere manier tot hun landschap, zeggen kenners tegen NU.nl. Liefdevoller, met meer aandacht voor natuurlijk leven en voor cultuurhistorische elementen.

"Ik heb er een tijdje op een boerderij gewerkt", zegt Koks. "Het viel me op hoe behoedzaam ze omgaan met het landschap. Die heg is nog door z'n grootvader geplant. De boer zal het niet in z'n hoofd halen 'm weg te halen."

Ook Jaap Dirkmaat, directeur van de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap, komt vaak in Engeland en zit vol met dergelijke anekdotes. Bijvoorbeeld over een Engelse boer die een deel van zijn grasland nathoudt. Kinderen komen daar elk jaar vanuit de lagere school op excursie kijken naar de orchideeën. "'Dus dat laat ik maar zo staan', vertelde die boer."

Dat zegt niet alleen iets over die boer, maar ook iets over die lagere school. En misschien wel over de hele Britse cultuur. Die bracht Beatrix Potter, David Attenborough en Shaun the Sheep voort. Met oude versjes en mooie tekeningen leerden schoolkinderen er vroeger alle wilde bloemen van de lente tot de zomer herkennen.

Naast die bredere natuurkennis zijn er in Engeland ook heldere afspraken over het landschap, zegt Dirkmaat. Zo is de grootschalige natuur er in handen van de National Parks, zoals de South Downs bij Londen, Dartmoor in het zuidwesten en het Lake District in het noorden. Die gebieden hebben een eigen autoriteit die er de regels bepaalt, tot aan het behoud van lokale bouwstijlen voor huizen.

Tussen de steden en de National Parks bevindt zich wat wij in Nederland het platteland noemen. De Engelsen noemen het 'countryside'. De vertaling is niet synoniem, zegt Dirkmaat: countryside wordt met liefde gebruikt.

Ook daar gelden regels. Een daarvan is oeroud: het recht van overpad. Wandelaars hoeven niet op de grote wegen te blijven, maar hebben het recht zich door weilanden en akkers te begeven via een reusachtig netwerk van 'public footpaths'. Boeren onderhouden die paden vaak met veel zorg.

De 'public footpaths' zijn vergelijkbaar met kerkenpaden en klompenpaden in Nederland. "In Nederland houdt zo'n pad na een paar kilometer op", zegt Koks. "In Engeland zit het diep in de cultuur en kun je overal komen."

Mede daardoor blijft het landschap van alle Engelsen samen. De mooiste delen van dit cultuurland staan op de kaart, als Areas of Outstanding Natural Beauty.

Het grootste geheim van het Engelse landschap is iets anders, zegt expert Piet Bremer: heggen. Ze doorkruisen het land, als snelwegen voor biodiversiteit. Wij zien dat nu als typisch Engels. Maar een eeuw geleden was de dichtheid van heggen en houtwallen in Nederland net zo hoog. Het verschil: de Britten vonden de naoorlogse ruilverkaveling niet zo nodig.

Bremer is in Nederland dé expert op het gebied van oeroude landschapselementen, zoals knoteiken, vlechtheggen en andere hakhoutvormen die lokaal nog bewaard zijn gebleven. Maar de echte autoriteiten op dat vlak komen uit Engeland, zegt Bremer.

Hij waarschuwt wel voor overromantisering. Ook in Engeland heeft schaalvergroting plaatsgevonden. Maar dat gebeurde vrijwel altijd binnen de contouren van het middeleeuwse landschap. Zo zijn niet alleen de heggen langs bochtige wegen intact gebleven, maar ook veel bomen. "Wij hebben in Nederland nog een handjevol bomen die dikker zijn dan 2 meter. In Engeland zijn dat er duizenden."

Eeuwenoude bomen plant je niet zomaar terug. Maar heggen en houtwallen kun je proberen te herstellen. De ambitie daarvoor is door het Europees Parlement uit de EU-natuurherstelwet gestemd. In Nederland bestaat wel nog een zwakkere doelstelling, om in elk geval weer tot 5 procent groene dooradering te komen.

Wie daarvoor inspiratie wil opdoen, hoeft niet per se een trip door de Engelse countryside te maken, zeggen de Nederlandse natuurbeschermers. Ze noemen Texel, Maasheggen, de Friese Wouden, de Kop van Overijssel, Zuid-Limburg, het Rijk van Nijmegen en de grensstreken van Twente en Zeeuws-Vlaanderen als voorbeelden van nog grotendeels intacte cultuurlandschappen, rijk aan oeroude landschapselementen.

Maar we moeten nog één ding afleren, zegt Dirkmaat. "Als Nederlanders daar gaan wandelen, zeggen ze: 'Het is hier zo mooi, het lijkt het buitenland wel.' Terwijl juist die gebieden tonen hoe Nederland er eeuwenlang heeft uitgezien."

Log in of registreer gratis op NU.nl en krijg toegang tot extra artikelen

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next