‘Ach, onze mooie beuk.’ Op de hoek van de hoofdlaan van de historische buitenplaats Beeckestijn in Velsen-Zuid houdt Eveline Blok (53) haar pas in. Weemoedig kijkt de boswachter, volledig gekleed in mosgroen, omhoog. ‘Die stond hier zo mooi.’ Maar zomerstorm Poly liet de boom, zo’n 140 jaar oud, zonder kroon achter. Alleen de stam is nog over.
Ook andere volwassen bomen in Beeckestijn – ‘gezichtsbepalend’, ‘iconisch’, en ‘prachtig’, in Bloks liefdevolle omschrijving – gingen tegen de vlakte. De tot in detail uitgedachte tuinen van de buitenplaats Beeckestijn, voormalig zomerverblijf voor rijke Amsterdamse families, zijn nu net een slecht gebit, zegt Blok: ‘Met overal gaten.’
Over de auteur
Fleur Damen is economieverslaggever van de Volkskrant en schrijft over landbouw en het stikstofdossier.
Met windstoten tot 146 kilometer per uur raasde Poly woensdagochtend 5 juli over het land. Het zwaartepunt lag aan de Noord-Hollandse kust. Binnen een krap uur vielen daar honderden bomen om. En die vallende bomen richtten een ravage aan. De ‘slangenmuur’ op Beeckestijn, een archeologische zeldzaamheid, ging kapot, strandhuisjes veranderden in hoopjes hout en in Zwanenburg sneuvelde een waterleiding, waardoor het kraanwater niet drinkbaar was.
Bij een eerste inventarisatie van de schade aan woningen, auto’s en bedrijfsgebouwen kwam het Verbond van Verzekeraars op een bedrag tussen de 50- en 100 miljoen euro. En dat is nog buiten de menselijke schade gerekend: in Haarlem overleed een 51-jarige vrouw nadat een tak op haar auto viel.
Tijd om van de schrik te bekomen was er niet. Het tienkoppige team van beheereenheid Noord-Holland-Noord van Natuurmonumenten ging meteen over tot actie. ‘We moesten allereerst de ‘widowmakers’ – oude of dode takken die snel vallen en daardoor levensgevaarlijk zijn – zien op te ruimen’, vertelt de 75-jarige Kees de Man, die een groep van 45 vrijwilligers op Beeckestijn aanstuurt. Daags na de storm werd die groep versterkt door vrijwilligers uit onder meer Limburg, Noord-Brabant en Rotterdam.
Nog altijd zijn de vrijwilligers bezig de gevallen takken te verzamelen. Wandelaars vragen zich af wat daarmee gebeurt. Even verderop, op een van de grasvelden, ligt het antwoord. ‘De versnipperaar draait overuren’, vertelt De Man, wijzend naar een berg houtsnippers links van de hoofdingang. ‘Er gaan 13 kuub in een bak. We hebben al vier of vijf bakken vol gehad, en hebben pas een klein stukje gedaan.’
Op een van de opgeruimde hoofdpaden komt een oranje vorkheftruck tot stilstand naast een verzameling netjes afgezaagde stammen. ‘Het is schrikbarend’, roept zager Ruud Dingerdis (41) vanuit zijn stoel, terwijl hij zijn gehoorbescherming afzet. ‘Ik heb heel wat stormen gezien, maar dit is absurd.’ Soepeltjes laadt Dingerdis de stammen op de vork en draait de truck om. ‘Zonde, want er zitten veel gezonde bomen tussen.’ Die worden gezaagd tot planken.
Het sneuvelen van gezonde bomen is typerend voor zomerstormen, bevestigt bosecoloog Bas Lerink (29) van de Wageningen University and Research. ‘Herfst-en winterstormen treffen vooral verzwakte en dode bomen. Dit soort zomerstormen is een ander verhaal.’ In de zomer staan gezonde loofbomen in blad, en die vangen veel wind, verklaart hij. ‘Dat kan gevaarlijke situaties opleveren.’
De impact van zomerstormen op het Nederlandse bos is nu nog lastig te beoordelen, zegt Lerink, die de kar trekt bij de Nederlandse bosinventarisatie. Daarin wordt de staat van het Nederlandse bos tussen 2022 en 2026 in kaart gebracht, maar tussen storm en meting zit vertraging. ‘Voordat duidelijk wordt wat het effect van Poly is, zijn we een paar jaar verder.’
Ook op buitenplaats Beeckestijn zijn zager Dingerdis, boswachter Blok en vrijwillige tuinbaas De Man nog wel even bezig. Hondeneigenaren en wandelaars kunnen weer over de opgeruimde paden lopen, maar dat is slechts vers één. In bossen kan hout buiten de paden blijven liggen, maar de sierlijke tuinen van buitenplaats Beeckestijn moeten worden hersteld, vertelt Blok naast een krater die een ontwortelde valse christusdoorn heeft achtergelaten.
Of de tuin snel zijn volle glorie terugkrijgt, is de vraag, zegt Blok. Kan bijvoorbeeld de christusdoorn – ‘zó mooi, in het najaar krijgen de peulen een paarse kleur’ – nog rechtop worden gezet? ‘Daarover moeten we advies inwinnen’, zegt Blok, nog altijd zichtbaar aangeslagen.
Maar lichtpuntjes zijn er ook, zegt ze meermaals. ‘Omwonenden hingen direct aan de telefoon om te vragen hoe ze konden helpen.’ De behoefte was zo groot dat er een inzamelingsactie werd opgezet. En het omgevallen hout krijgt zo veel mogelijk een nieuwe, nuttige bestemming, voegt De Man toe. Ook de kleine overblijfsels. ‘Op de beukenstammen gaan we paddestoelen kweken’.
In de gemeente Amsterdam worden gekapte bomen verkocht op een houtveiling. Twee keer per jaar kunnen inwoners bieden op houtstammen. Startbedrag per stam: tussen de 60 en 200 euro. In andere gemeenten, zoals de zwaar door de storm getroffen kustgemeente Castricum, worden de stammen verkocht aan aannemers.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden