Het WK is pas net op stoom gekomen, dus de topscorerslijst zal ongetwijfeld nog veranderen, maar voorlopig staat er een onverwachte naam bovenaan. Net als de spitsen Ary Borges (Brazilië), Sophie Haug (Noorwegen) en Alexandra Popp (Zweden) heeft ook Amanda Ilestedt drie keer gescoord. Terwijl de Zweedse als centrale verdediger in de eerste plaats doelpunten moet voorkomen.
Toch is het zeker geen toeval, want al haar doelpunten verliepen volgens hetzelfde recept: de speler van Arsenal kopte een indraaiende corner in. Die corner is niet alleen een belangrijk wapen van de Zweden, die mede daardoor zaterdag met 5-0 wonnen van Italië. De indraaiende corner is ook een trend in het vrouwenvoetbal.
Over de auteur
Dirk Jacob Nieuwboer is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal. Hij was eerder correspondent Turkije en politiek journalist.
Van alle doelpunten op dit WK is 21,8 procent gemaakt uit een corner, blijkt uit cijfers van statistiekenbureau Statsperform. In 2011 was dat in het hele toernooi nog 12,8 procent. Gemiddeld valt er dit toernooi tot nu toe een halve goal per wedstrijd uit een hoekschop. Ook op de EK’s is duidelijk een stijgende lijn te zien: van 15,3 procent (2013) naar 19,9 procent (2022).
In Australië en Nieuw-Zeeland zijn het nu ook vooral Europese landen die scoren uit corners, zij nemen twaalf van de zeventien doelpunten voor hun rekening. Voor Nederland scoorde Stefanie van der Gragt tegen Portugal uit een uitdraaiende corner, maar dat is meestal niet het geval: ongeveer driekwart van de goals komt uit indraaiende hoekschoppen.
Topscorer/verdediger Ilestedt en cornernemer Jonna Andersson maakten daarmee voor Zweden het verschil tegen de Italianen. Die hadden tot drie keer toe geen antwoord op de indraaiende voorzetten die Andersson met haar linkervoet voor de goal slingerde. Twee keer kopte Ilestedt zelf knap in, een keer belandde de bal voor de voeten van een medespeelster die kon scoren.
Er was in dit geval sprake van lengteverschil: Ilestedt is een stuk langer dan de Italianen die om haar heen stonden. Keeper Francesca Durante is met 1,81 meter niet eens de kleinste, maar zij was duidelijk niet voorbereid op dit werk. In plaats van naar de bal toe te komen om die weg te stompen, bleef zij drie keer op haar lijn staan.
Relatief kleine verdedigers en vooral keepers, die ook nog eens vaak slecht zijn opgeleid, zijn een deel van de verklaring. Vrouwen zijn gemiddeld kleiner dan mannen, toch is het doel bij voetbal even groot. Vooral met hoge ballen hadden en hebben vrouwelijke keepers relatief meer moeite. Ter vergelijking: het percentage doelpunten uit corners was bij de mannen in 2014 en 2018 ongeveer 15 procent en daalde in Qatar zelfs naar 7,6 procent.
Maar de geringe lengte alleen verklaart de recente stijging nog niet, want doelvrouwen waren twaalf jaar geleden ook al klein. En juist in de top van het vrouwenvoetbal zijn keepers de laatste jaren beter geworden. De verandering is dat speelsters en coaches beter weten waar de kansen liggen.
De indraaiende hoekschop is niet alleen op dit WK een uitzondering. In de meeste mannencompetities wordt de variant de helft van de keren ingezet, maar in vrijwel alle belangrijke vrouwencompetities is 60 procent van de corners een indraaiende variant. In de Duitse Frauen-Bundesliga is zelfs zeven van de tien corners een inswinger. De uitzondering: de Italiaanse Serie A Femminile. En dat was zaterdag te merken.
Het nadeel van een indraaiende corner is dat hij minder vaak aankomt, het voordeel is dat hij meestal dichter bij het doel komt, waardoor er uiteindelijk vaker uit wordt gescoord. Bij mannen en vrouwen zit daar geen verschil in, maar wat wel anders is: bij voetbalsters valt er in de lucht meer te halen.
In het mannenvoetbal is de hoge voorzet onder invloed van data de laatste jaren steeds verder uitgestorven. Uit de cijfers bleek dat ze niet efficiënt zijn, waarna ze steeds minder werden ingezet. Het is te zien in het percentage kopdoelpunten op grote toernooien: in Qatar werd 16,3 procent van de goals met het hoofd gescoord, veruit het laagste percentage in de laatste twaalf jaar.
Bij de vrouwen is het omgekeerde aan de hand: daar stijgt het aantal kopdoelpunten juist. Met 29,1 procent zit dit WK op bijna het dubbele percentage van dat van 2015. Het EK van vorig jaar was dat aantal ook al 27,4 procent. Uit dat toernooi blijkt bovendien dat er beter wordt gekopt: voor één doelpunt waren er gemiddeld zes kopballen op doel nodig, in 2013 waren dat er nog acht.
Het is een zelfversterkend effect: uit de cijfers blijkt dat er kansen liggen, daarna is iedereen er meer op gericht, wordt er vaker op getraind en daarmee wordt het nog succesvoller. ‘Spelhervattingen zijn een van onze grootste wapens’, erkende Ilestedt.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden