Het voorlopige inflatiecijfer ligt lager dan een maand eerder, blijkt uit een snelle raming van statistiekbureau CBS. In juni waren de prijzen met 5,7 procent gestegen. Het gaat steeds om prijsstijgingen ten opzichte van dezelfde maand een jaar eerder.
Dat de prijzen in Nederland nu minder hard stijgen, komt vooral doordat energie (waaronder brandstof) goedkoper is geworden. In juli was energie 21,6 procent goedkoper dan een jaar eerder, terwijl de energieprijzen in juni ook al met 16,3 procent gedaald waren.
De prijzen van voedingsmiddelen stegen wel. Zo waren producten in de supermarkt deze maand gemiddeld 11,6 procent duurder dan een jaar geleden. In juni lagen de prijzen 12,6 procent hoger dan in 2022.
Later op de dag komt het Europese statistiekbureau Eurostat met de inflatiecijfers over de hele eurozone. In juni zwakte de inflatie in het eurogebied af tot 5,5 procent op jaarbasis.
Doordat de inflatie nog altijd boven de doelstelling van 2 procent ligt, verhoogde de Europese Centrale Bank (ECB) vorige week de rente opnieuw met een kwart procentpunt tot 3,75 procent. Of de ECB de rente bij de volgende vergadering in september verder zal verhogen, hangt af van de dan beschikbare economische cijfers.
In juli maakte het CBS voor het eerst gebruik van een nieuwe methode om energieprijzen te meten in het inflatiecijfer. Bij de oude methode werd de prijsontwikkeling gemeten op basis van nieuwe energiecontracten. Bij de nieuwe methode gebruikt het statistiekbureau transactiedata van energieleveranciers.
Zo wordt er ook rekening gehouden met de tarieven van al langer lopende energiecontracten. Dit zorgt volgens het CBS voor een nauwkeuriger inflatiecijfer.
Om een goede vergelijking met andere Europese landen te maken, meldt het CBS ook inflatiecijfers volgens de Europese methode. Daarin wordt onder meer geen rekening gehouden met de huurprijzen voor woningen. De inflatie komt dan uit op 5,3 procent, tegenover 6,4 procent in juni.
Source: Nu.nl economisch