Nog voor het gesprek met Steven van der Heijden (63) goed en wel is begonnen, vertelt hij over het door toerisme geplaagde Venetië. Hij heeft er vorig jaar een huis gekocht. Niet ‘in zo’n toeristische wijk’, maar in zo ongeveer het enige deel waar nog Italianen wonen. In het huis komen appartementen. ‘Ook voor vrienden. En een beetje verhuur.’
Uit zichzelf: ‘Ja, dan wordt het daar door mij dus nóg iets toeristischer, maar goed, we hebben wel een slecht onderhouden woning volledig gerestaureerd en verduurzaamd.’
Daar komt bij dat hij ook nog eens ‘zeker vijf keer zoveel geld’ uitgeeft aan een mooie inrichting als een gemiddelde verhuurder, die ‘Ikea-spullen gebruikt uit de goedkoopste categorie’. Ergo: de gasten die hij naar Venetië trekt komen uit een segment ‘waar de Venetianen wel degelijk blij mee zijn’.
Van der Heijden is er de man niet naar om ongemakkelijke feiten uit de weg te gaan. Hij werkt al bijna veertig jaar in de reiswereld, was onder meer topman bij TUI en voorzitter van reisbranche-organisatie ANVR. Nu is hij ceo van Corendon, de een na grootste reisorganisatie in Nederland. En nog altijd verschuilt hij zich zelden achter communicatieafdelingen of protocollen. Kritische vragen beantwoordt hij het liefst zelf.
Aanleiding voor dit gesprek is ook zo’n ongemakkelijk feit: het toenemend aantal natuurbranden in het Middellandse Zeegebied, de voornaamste bestemming van Corendon. Toeristen die vorige week door de reisorganisatie bij hun hotel op het Griekse vakantie-eiland Rhodos waren afgezet, moesten tien minuten later alweer vluchten voor de vuurzee. Het kwam Corendon, tot ergernis van Van der Heijden, op flink wat kritiek te staan.
‘Dat had te maken met de formulering en de makkelijke, rechtlijnige manier van denken. Zo van: jullie hebben er economisch belang bij dat die toeristen daarheen gaan, net als de lokale bevolking, en daarom wordt zo lang mogelijk gewacht met evacueren. Dat is echt zo’n onzin! Want deze situatie zorgt voor veel meer publicitaire schade. En voor dat eiland geldt: natuurlijk willen ze op tijd evacueren, een dode toerist is erger dan een geëvacueerde toerist.’
‘Ik snap die emotie heel erg goed, zeker als je tussen de vlammen naar het strand bent gehold en je koffer moest achterlaten. Voor die mensen bestaan de Griekse autoriteiten niet. Die zien alleen de reisorganisatie en de lokale bevolking. Die bevolking vangt hen op en is lief. En wij laten ze in de steek. Kijk, het staat buiten kijf dat wij ze in een rampgebied hebben afgezet. Daarom ben ik ook zo boos op die Grieken, die hadden dat gebied al veel eerder moeten afsluiten.’
‘Het is niet zo dat je als individuele reiziger totaal geen plicht meer hebt om jezelf te informeren als je een pakketreis boekt. Bovendien: leg je ze dan ook de keuze voor om niet te gaan, of om iets anders te boeken? En wie betaalt dat dan?
‘Pakketvakanties zijn relatief voordelig omdat wij met volle vliegtuigen vliegen. Omdat de hotels vol zitten. Door de efficiëntie van het proces. Flexibiliteit staat daarmee op gespannen voet. Dus eigenlijk zijn er bij ons maar twee smaken: óf we voeren de reis uit zoals afgesproken, óf we doen het niet.’
‘Dat snap ik wel. Het hotel dat jullie noemen is ook inderdaad een twijfelgeval. Goed gevonden. Maar je kan ons van veel beschuldigen, we gaan geen reis uitvoeren naar een afgebrand hotel. Dat het nu boekbaar is, wil niet zeggen dat we die reis ook daadwerkelijk gaan doen.’
‘Laat ik het zo zeggen: ik ben niet blind. Bijna alle wetenschappers geven aan dat dit het gevolg is van opwarming van de aarde. En dat hele hoge temperaturen in het Middellandse Zeegebied zullen leiden tot meer natuurbranden. Daarom vind ik, maar dat is geen toezegging, dat we bij Corendon eigenlijk een soort natuurbrandcoördinator zouden moeten hebben. En dat zou voor alle grote reisorganisaties moeten gelden. Die kunnen dan bij branden met elkaar overleggen, maar vooral ook met onze lokale vertegenwoordigers en autoriteiten ter plaatse.’
Van der Heijden wijst naar buiten, waar het al bijna de hele dag regent. ‘Verbazingwekkend genoeg’, zegt hij, ‘vinden mensen het heel wat lekkerder om bij 38 graden met een cocktailtje onder een parasolletje bij een zwembad te liggen, en af en toe een duik te nemen, dan in deze zogenaamde Hollandse zomer te zitten.’ Fel: ‘Zolang de consument het wil, en wij er naartoe mogen vliegen, zullen we gaan.’
Voor de vierde keer dit interview stelt Van der Heijden zelf alvast de vervolgvraag, omdat hij inmiddels wel weet wat er komen gaat.
‘Waarom bied je dan geen andere bestemmingen aan? Dat is leuk en aardig, maar daar staan geen hotels, die staan in de mediterrane landen. Dus eigenlijk zijn er geen serieuze alternatieven voor dit type vakantie. Als iedereen besluit naar Scandinavië te gaan, is op 15 januari de hele zomer al volgeboekt.’
‘Nee, want mensen willen er niet heen. Maar neem Curaçao (waar Corendon aan het uitbreiden is, red.): zelden warmer dan 33 graden, altijd een windje.’
‘Ja, natuurlijk voel ik die, dat lijkt me nogal logisch.’
‘Dat is mijn dilemma. We vernieuwen versneld onze vloot, waardoor we 40 procent teruggaan in uitstoot per stoel. We mengen onverplicht duurzame vliegtuigbrandstof bij. Maar het is een druppel op een gloeiende plaat. We zouden graag meer doen, maar dat is onbetaalbaar. De vliegruimte bestaat. Onze klanten willen op vakantie en hebben geen last van de omstandigheden, ik denk dat ik er zelf nog meer last van heb. Het is gewoon een feit dat er voor luchtvaart geen duurzaam alternatief is.’
‘Dat is misschien wel wat te veel gevraagd. Het zit niet in je natuur om iets te doen wat je eigen einde bespoedigt.’
Uit het niets: ‘Als ik met de wetenschap van nu 35 jaar geleden de keuze had moeten maken in welke branche ik was gaan werken, zou ik geen sector hebben gekozen waarvoor ik me 35 jaar later zou moeten verantwoorden.’
Desondanks loopt Van der Heijden niet weg voor ongemakkelijke confrontaties. Eerder deze zomer deed hij mee aan een dubbelinterview in NRC, samen met klimaatactiviste Hannah Prins van Extinction Rebellion. Het leidde tot een botsing van denkbeelden: idealisme versus cynisme.
‘Dat is ook zo. Ik heb bewondering voor het feit dat ze stelling durft te nemen. Niet per se vanwege waar ze voor staat. Toen ik begin twintig was, was ik ook behoorlijk activistisch. Ik heb staan demonstreren tegen kernwapens en tegen de bouw van parkeergarages in Nijmegen op de plek waar studenten konden wonen, of mensen met een lager inkomen. Die wonen daar nu nog steeds. I’ve been there.’
‘Ja, waarschijnlijk op de manier waarop Hannah Prins naar mij kijkt. Jij maakt deel uit van het establishment. En als jij denkt dat het anders kan, dan moet je eraan bijdragen. Dan moet je het systeem verlaten.’
‘Ik kan het systeem niet veranderen. Ik ben een heel klein radertje in het geheel, waarin ik kan proberen om langzaam die versnelling tot stand te brengen, een heel klein beetje. Het establishment bestaat uit duizenden mensen. Als je eruit stapt, dan hoor je er niet meer bij. Dan sluiten de deuren zich achter je. Dan kan je er alleen nog maar tegenaan schoppen, maar dat heeft nog nooit geholpen. Binnen het systeem doe ik wat ik kan. En binnen mijn branche word ik al een klimaatactivist genoemd, kun je je dat voorstellen?’
‘Dat die hartstikke fossiel is.’
‘Ik vind dit gesprek nu wel vervelend worden’, zegt Van der Heijden na een uur. ‘De aanleiding voor dit interview was een hele andere dan waar we nu al een hele tijd over zitten te praten: waarom ik klimaatvervuilende reizen aanbied.’
‘Dat snap ik wel, maar wat ik lastig vind: ja, ik ben inderdaad onderdeel van een generatie mensen in het bedrijfsleven die succesvol is geweest ten koste van het klimaat. Dat is zo. Maar het is niet iets wat ik kon vermoeden. Mensen roepen dan, en Hannah Prins deed dat ook: Club van Rome (een groep wetenschappers die in 1972 al waarschuwde dat economische groei en het gebruik van grondstoffen grote gevolgen zou hebben voor het milieu, red.). Maar niet veel mensen namen dat toen serieus. Ik vind niet dat ik daar op afgerekend kan worden. Ik zou ook graag in jullie schoenen staan en kritisch zijn op het gedrag van anderen die iets soortgelijks als ik doen.
‘Los daarvan: de afgelopen jaren zijn we met het klimaat in een enorme stroomversnelling terechtgekomen. En daar voel ik mij niet lekker bij.’
‘Ja, en dat doe ik geloof ik ook. Alleen er is zo verdomde weinig wat je eraan kan doen zonder rigoureuze keuzes te maken. Dit is helemaal ons verdienmodel: mensen naar zonnige bestemmingen vliegen, een vakantie aanbieden, en weer terugvliegen. Het is prachtig hoor, die zuinige vliegtuigen, en het scheelt 40 procent uitstoot per stoel, maar er blijft nog steeds veel uitstoot over die we liever zouden vermijden. Maar als wij ermee stoppen, neemt iemand anders het moeiteloos over. Stoppen heeft geen zin.’
‘En dan? Moet ik dan nu gaan zeggen: jongens, ik kan het niet meer naar mezelf verantwoorden, ik hou ermee op? En dat er dan iemand voor terugkomt die misschien wel minder voor het klimaat doet? Prima, ik heb mijn schaapjes op het droge. Ik ga lekker met de elektrische auto naar Venetië, en ik ga lekker toeren. Ik ga me helemaal duurzaam gedragen, zonnepanelen, van het gas af, noem maar op. Kan het me allemaal veroorloven, kan het allemaal doen hoor. Maar wordt de wereld daar beter van? Nee, ik geloof het niet.’
Om u deze content te kunnen late Source: Volkskrant