Home

Indonesische president maakt voor het eerst excuses voor bloedbad in 1965, maar critici zijn niet overtuigd

Het was te weinig en te laat, zeiden de critici meteen, en zij wezen erop dat bestraffing van de daders nadrukkelijk niet bij de excuses was inbegrepen. Die hebben ‘geen juridische gevolgen’, aldus de president. Andere kritiek was dat hij uit ‘honderden’ zaken niet meer dan twaalf ‘betreurenswaardige incidenten’, gepleegd tussen 1965 tot 2003, had geselecteerd, en dat de president, volgens onder meer Human Rights Watch, bovendien met geen woord repte over het feit dat de schendingen tot op de dag van vandaag doorgaan.

In het beste geval werden de woorden van Jokowi, zoals de president wordt genoemd, in reacties geprezen als een eerste stap. Het was beter dan niets, zei historicus Baskara T. Wardaya: ‘Het is belangrijk dat we beginnen te leren van het verleden, in plaats van het te ontkennen.’

Bijval was er daarom wel voor het feit dat Jokowi eindelijk openlijk heeft bevestigd dat het leger verantwoordelijk is geweest voor het grootste bloedbad uit de Indonesische geschiedenis: de ‘communistenmoord’ van 1965. Legereenheden ontketenden destijds een slachtpartij die aan honderdduizenden vermeende communisten het leven zou kosten. Niemand weet precies hoeveel mensen er zijn omgekomen, maar schattingen lopen uiteen van 500 duizend tot twee- of zelfs drie miljoen.

Militairen gaven destijds lijsten met de namen van communisten, socialisten, activisten en zelfs kunstenaars aan knokploegen, die de mensen op de lijst vervolgens onthoofdden, doodknuppelden of -schoten. Hun lichamen verdwenen in rivieren en massagraven. Meer dan een miljoen anderen werden zonder proces jarenlang opgesloten. Overlevenden, en zelfs hun kinderen en kleinkinderen, dragen sindsdien het stigma van ‘ex-politieke gevangene’, oftewel ‘ex-tapols’, en worden nog steeds met de nek aangekeken. Zij zullen volgens Jokowi een compensatie krijgen voor hun verwoeste levens.

De massaslachting volgde op een mislukte militaire coup op 30 september 1965. Het leger, onder leiding van de latere dictator Suharto, gaf de Communistische Partij de schuld van de coup en ontketende een heksenjacht op alles wat links was. Communisme is sindsdien in Indonesië nog steeds bij wet verboden.

De slachtpartij bracht generaal Suharto in het zadel, die Indonesië van 1966 tot 1998 met harde hand zou regeren. Onder zijn dictatoriale bewind werd elke kritische discussie in Indonesië decennialang, zelfs met geweld, onmogelijk gemaakt.

De geschiedenis werd herschreven: de massamoord werd daarin niet ontkend, maar juist verheerlijkt. Een hoogtepunt van elk schooljaar in Indonesië is nog steeds de herdenking van 30 september 1965, de dag dat de beweging ‘G30S’ haar mislukte coup pleegde. Elk jaar op die dag worden scholieren gedwongen de film G30S te bekijken: een meer dan drie uur durende, uiterst bloedige film waarin communisten woeste, bloeddorstige, moordende, verkrachtende en brandstichtende monsters zijn. De film overtuigde Indonesiërs van kindsbeen af ervan dat het doden van communisten niet erger was dan het verdelgen van kakkerlakken.

Iedereen, inclusief historici, mocht alleen deze versie van het verhaal vertellen. Afwijken van deze lijn werd niet getolereerd. Nog in 2007, bijna tien jaar na de val van Suharto, werden meer dan 30 duizend nieuwe geschiedenisboeken verbrand, omdat ze een genuanceerde versie van de gebeurtenissen van 1965 gaven die niet strookte met de regeringsversie.

De boekverbranding gebeurde op last van toenmalig president Susilo Bambang Yudhoyono, die zelf generaal was onder Suharto en die een schoonzoon was van Sarwo Edhie, de generaal die persoonlijk leiding had gegeven aan de slachtpartij.

Ook onder Jokowi is de macht van Suharto’s clan en van zijn generaals nog ongebroken. Verscheidene (ex-)generaals bekleden ministersposten in Jokowi’s kabinet.

Jokowi was niet afkomstig uit het politieke establishment en had geen banden met het leger. Hij leek daarom bij zijn aantreden, in 2014, een frisse wind. In zijn verkiezingscampagne beloofde hij dat hij zou afrekenen met het verleden, waarover te lang was gezwegen. Dat leverde hem linkse stemmen op, maar leidde verder nauwelijks ergens toe.

In tien jaar tijd heeft hij één, mislukte, poging gedaan om het onderwerp ‘1965' op tafel te krijgen: in april 2016 organiseerde zijn regering een tweedaags symposium waar vertegenwoordigers van het leger openlijk praatten met de slachtoffers van toen.

Het symposium werd door de Engelstalige Jakarta Post een ‘historisch moment’ genoemd – maar het zou bij dat ene moment blijven. Indonesië gleed daarna opnieuw terug naar af: begin augustus 2017 sloeg de Indonesische politie alweer een bijeenkomst uit elkaar waar publiekelijk werd gepraat over compensatie voor slachtoffers en nabestaanden.

Nu heeft Jokowi het dus nog een keer geprobeerd. In januari, in zijn paleis, kondigde hij de excuses aan, en eind juni sprak hij ze officieel uit, in Atjeh, waar leger en politie tijdens de afscheidingsoorlog tegen de ‘Beweging Vrij Atjeh’ eveneens grove schendingen van de mensenrechten hadden gepleegd. Daar zei de president: ‘Ik, als staatshoofd van de republiek Indonesië, erken dat ernstige schendingen van de mensenrechten hebben plaatsgevonden, bij diverse gelegenheden. Ik betreur dat ten zeerste.’

De president koos zijn woorden heel voorzichtig. Het bleef bij twaalf vooraf vastgestelde incidenten, en hij benadrukte dat aan zijn erkenning geen juridische consequenties konden worden verbonden. Vooral dat laatste ontnam kritische volgers meteen de hoop dat Jokowi’s erkenning überhaupt ergens toe gaat leiden.

Jokowi treedt binnenkort af. Zijn tweede (en laatste) termijn eindigt in februari 2024. De Grondwet verbiedt een derde termijn, en daarmee schuift de hete aardappel van ‘1965' door naar een volgende president. De kans is groot dat dat opnieuw een oud-generaal uit het Suharto-kamp wordt: Prabowo Subianto.

Prabowo is een man die zelf een zwaar besmet blazoen heeft. Hij wordt persoonlijk verantwoordelijk gehouden voor ontvoering en verdwijning van activisten in 1998, en voor wandaden tijdens de onafhankelijkheidsstrijd in Oost-Timor en Papoea. Vanwege dit verleden stond hij jarenlang op een zwarte lijst van de Verenigde Staten. De afgelopen twee presidentsverkiezingen verloor Prabowo van Jokowi. In 2024 doet hij een derde gooi naar het presidentschap.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next