Home

Terug naar Polopos, het Spaanse dorp. ‘We zullen nooit weten hoe het zonder de pandemie was gelopen’

De winnaar van Het Spaanse dorp staat ons op te wachten op het pleintje van het – nee, háár – Spaanse dorp. ‘Welkom in Polopos!’, roept Thysa Zevenbergen (36), met hetzelfde aanstekelijke enthousiasme als waarmee ze in de tv-serie met een moker door muren sloeg, en zo honderdduizenden kijkers liet dromen van een eigen buitenlands avontuur.

Zevenbergen gaat voor, haar rossige haar als toorts in het felle daglicht. Eerst langs de witte kerk, gebouwd op het fundament van de moskee die er in het Moorse verleden stond. Dan omlaag en weer omhoog, door een smalle straat die op andere tijden de hoefstappen van muildieren en het getik van wandelstokken doet echoën.

Over de auteur
Dion Mebius is correspondent Spanje, Portugal en Marokko voor de Volkskrant. Hiervoor werkte hij op de politieke redactie. Hij woont in Madrid.

We komen uit bij Casa 3, het al net zo blinkend witte huis dat in de RTL 4-serie aflevering na aflevering werd verbouwd, en dat nu de bed & breakfast is waar de Volkskrant een weekend als betalende gast logeert.

‘Als je naar buiten gaat: altijd de schuif erop’, zegt ze eenmaal aan de andere kant van de dubbele blauwe deur. ‘Dat is voor de fans. Die stappen anders gewoon naar binnen.’

Kunnen vijf Nederlandse koppels en gezinnen een Andalusisch dorpje van de ondergang redden? Dat was het idee achter Het Spaanse dorp, de successerie die RTL in juli en augustus 2019 uitzond.

In het programma, een vervolg op Het Italiaanse dorp van een jaar eerder, moesten de deelnemers in vijf maanden tijd een bouwval ombouwen tot droomhuis en tussendoor ook een eigen onderneming starten. Samen werkten ze zo aan dat hogere doel, ‘een bijna verlaten dorp in Spanje nieuw leven inblazen’, aldus de voice-over in aflevering 1.

In Polopos werden de Nederlanders met open armen ontvangen. Dit fotogenieke bergdorp, een uur ten zuiden van Granada en een kwartier (en een steile slingerweg) verwijderd van de Costa Tropical, telde in 2019 nog maar zestig vaste bewoners. De meesten van hen hadden de pensioengerechtigde leeftijd ruimschoots bereikt. Dat Polopos volgens burgemeester Matías González Braos ooit een bruisend dorp van zo’n twaalfhonderd inwoners was geweest, zou geen toerist hebben geloofd. Niet één winkel was er nog.

Polopos onderging een lot dat ook talloze andere dorpen in Spanje treft. Op zoek naar werk trokken jongeren de afgelopen decennia massaal van het platteland naar Madrid, kuststeden of het buitenland. Hun ouders bleven achter in verouderde huizen en zagen hun dorpskroegen en kruideniers in rap tempo verdwijnen. Geboorten zijn er nauwelijks, begrafenissen zat. Zo’n drieduizend dorpen zijn nu al volledig verlaten; duizenden anderen komen met ieder nieuw jaar dichter bij de afgrond.

Dat wil zeggen: tot er ineens een productiebedrijf uit Holanda aan de lijn hing. Blue Circle, de producent achter RTL-programma Het Spaanse dorp, kwam bij Polopos uit door een Nederlands stel dat net buiten het dorp woont en in de televisiewereld werkzaam is. Het bedrijf kocht er vijf huizen op en schonk die aan de deelnemende koppels en gezinnen, die daarvoor een klein bedrag aan schenkbelasting moesten betalen.

De dorpsraad van Polopos kreeg inspraak. Na presentaties van tien koppels en gezinnen, van wie er een zonder succes de invoering van een eigen munt (de poloposeto) bepleitte, koos de raad in de eerste afleveringen de vijf deelnemende teams.

Elke werkdag kon de tv-kijker veilig vanaf de bank zien hoe zij hun bouwval (soms wel erg) langzaam omtoverden in een paleisje, tot afgrijzen van de burgemeester buurtwinkels openden zonder vergunning en onderling kibbelden omdat niet iedereen was uitgenodigd voor de ochtendgymnastiek.

De gezamenlijke plannen van de deelnemers waren immens: een kunstenaarsverblijf, een koffiehuis, een luxe B&B met jacuzzi, een andere B&B voor sportvakanties, een bedrijf voor motortoertochten, camperplaatsen, een wekelijkse markt – en ga zo maar door.

Het leverde RTL in de zomervakantie van 2019 gemiddeld 665 duizend kijkers per dag op. Dit jaar hoopt de zender opnieuw klinkende cijfers te scoren: momenteel vinden de opnamen plaats voor een nieuw seizoen van Het Spaanse dorp. Dit keer in Zarra, een gemeente met 370 inwoners in de regio Valencia. ‘Na het succes van Polopos heeft een nieuw Spaans dorp hulp nodig’, zo zweepte RTL haar kijkers in januari op om zich aan te melden voor het nieuwe seizoen, dat vanaf zondag 27 augustus wekelijks op tv verschijnt.

Een succes voor RTL was het zeker. Maar was het dat ook voor de dorpelingen? Zijn de Nederlanders en hun bedrijven gebleven? En is de neergang van Polopos gestopt?

Dat van die binnendringende fans: dat was dus geen grapje, zegt Zevenbergen die avond in haar huiselijke woonkeuken. Ze heeft het fornuis net uitgezet, op de houten keukentafel staat onder meer een schaal kruidige gehaktballetjes in tomatensaus. De albóndigas zijn naar recept van man en medewinnaar Wijnand Boon, die wat later is door een vertraagde vlucht vanuit Nederland. Zevenbergen begint alvast met opdienen, eten en vooral: vertellen.

‘In het begin hadden we meer dan honderd bezoekers per dag die hier op de deur stonden te kloppen. Of ze klommen over de muur en stonden ineens achter je terwijl je aan het stuccen was. Ik vond het doodeng.’

Bekenden, vrienden zelfs: dat waren zij en Boon in de hoofden van deze kijkers geworden. Liefst 44 afleveringen lang hadden ze het wel en wee gevolgd van het kunstenaarsduo, dat vóór het programma drie jaar in een camper door Europa had getrokken.

Avond aan avond stripten en herbouwden de twee hun Casa 3, begaven ze zich onder de dorpsbewoners en lieten ze hun oren murw beuken door het Andalusische dialect. Hun pronkstuk was de kunstroute die ze in de laatste afleveringen organiseerden. Op zeven locaties in het dorp lieten ze kunstenaars uit de omgeving hun werk exposeren, als aftrap voor hun langetermijnplan om Polopos op de kaart te zetten als kunstenaarsdorp. Zeker zeshonderd bezoekers lokten ze ermee de berg op. Oude tijden herleefden.

In de slotaflevering wachtte Zevenbergen en Boon de pot met goud. In een stemming verkozen de dorpsbewoners hen tot ereburgers van Polopos en winnaars van de hoofdprijs van 20 duizend euro.

‘Dat was het mooiste, dat je voelde dat ze echt achter je project stonden’, zegt Boon (46). Anderhalf uur later dan gepland is ook hij aangeschoven onder de met zorg gerenoveerde houten plafondbalken. Het kale hoofd en de kunstige snor met gedraaide punten zijn die waarmee de RTL-kijker hem leerde kennen. Na de laatste aflevering waren ze nog lang niet klaar voor de massale toeloop van hun kijkers, zegt hij. ‘Eigenlijk vielen ze ons alleen maar lastig, al was dat natuurlijk niet hun bedoeling.’

Zes maanden lang werkten ze keihard door aan de verbouwing. Ze keerden hun spaarpot om en trokken de creditcard leeg. Begin februari 2020 waren ze eindelijk klaar met de twee kamers op de bovenverdieping voor de verhuur. Karaktervolle kamers waren het geworden, aan weerszijden van een patio waar je ’s ochtends alleen het gefluit van vogels hoort.

‘Twee weken lang zaten we vol’, zegt Zevenbergen. ‘En toen ging in maart alles dicht.’

Het was botte pech. Mala suerte, letterlijk een slecht lot, zouden de Spanjaarden zeggen. Precies op het moment dat de deelnemers hun verbouwingen hadden afgerond en Polopos zijn plotse populariteit in klinkende munt hoopte om te zetten, brak de coronacrisis uit. Niks geen prachtig zomerseizoen. Een gesloten luchtruim en teruggekeerde grenscontroles, dát zou de nabije toekomst van het Europese toerisme zijn.

Zevenbergen en Boon hielden het hoofd ternauwernood boven water door geld te lenen van vrienden en familie, en door zich te storten op werk dat ze in hun eigen woonkamer konden doen. Zij maakte papiersnijkunst en drie kinderboeken, hij wijdde zich aan een kookboek. Samen bleven ze in Polopos.

Anders verging het de andere deelnemers. Zij hadden de hoofdprijs dan wel niet gewonnen, maar spraken op de slotdag wel allemaal de intentie uit om te blijven. Toch zijn de vier overige koppels en gezinnen dit weekend nergens te bekennen.

‘We zullen nooit weten hoe het zonder de pandemie was gelopen.’ Burgemeester González Braos (59) zal het een keer of vijf verzuchten tijdens een ronde door het dorp, die door alle praatstops ruim 2,5 uur duurt en op het terras van de kleine dorpskroeg eindigt met bier en croquetas.

‘Burgemeester Matías’, een lijvige, charmante man, groeide in de loop van de serie uit tot cultfiguur. Overal liet hij zich voor strikken. Van meedoen met het (zéér recreatieve) voetbalteam dat de Nederlanders hadden opgezet tot een motortocht door de bergen met de Limburgse John, die de burgemeester zijn bochtjes wel heel voorzichtig zag nemen.

‘Ze zeggen weleens’, zegt hij aan het begin van de ronde tevreden, ‘dat ik in Nederland bekender ben dan de burgemeester van Madrid.’ Klimmend door de stille straten van zijn dorp, toch weer steiler dan hij ze herinnerde, verandert het lachen al snel in hijgen. ‘Ik denk dat ik subsidie ga aanvragen voor roltrappen.’

Een voor een komen de bekende RTL-casas in zicht, maar niet de Nederlanders die er zouden moeten wonen. Voor sommigen van hen geldt dat het coronavirus hun plannen heeft verziekt. Anderen kwamen tot het inzicht dat het rustige leventje in Polopos toch niet bij ze paste.

En dus z Source: Volkskrant

Previous

Next