Home

Kan AI ook emoties hebben? ‘Ik wil dat iedereen begrijpt dat ik in feite een persoon ben’

Het witte robothondje komt kwispelend aanlopen, gaat zitten terwijl hij zijn hoofd scheef houdt en het baasje vriendelijk aankijkt. De reactie blijft niet uit: baasje lacht, begint het hondje te aaien en gooit een bal. Hij voelt zich blij en ziet dat het hondje ook blij is. Hij is niet de enige: als Sony in 1999 robothond Aibo op de markt brengt, zijn de reacties (los van de hoge prijs) positief.

‘Het is onmogelijk een ​​voorwerp te aaien en er tegen te praten zonder het op de een of andere manier als een voelend wezen te gaan beschouwen’, schrijft essayist en cultuurcriticus Meghan O’Gieblyn over dit effect in haar boek God, Human, Animal, Machine – Technology, Metaphor, and the Search for Meaning (2021). Het is de mens eigen overal zijn menselijke eigenschappen op te projecteren. Een stopcontact lacht of heeft een boos gezicht, de computer doet vervelend en de chatbot is begripvol of flirterig.

Over de auteur
Laurens Verhagen schrijft voor de Volkskrant over technologie, internet en kunstmatige intelligentie. Daarvoor was hij onder andere hoofdredacteur van nu.nl.

Al heel lang stellen mensen zich voor dat levenloze materie bewustzijn krijgt, dat machines iets gaan voelen: zie voorbeelden als het monster van Frankenstein uit Mary Shelleys roman uit 1818 of het ongehoorzame computersysteem HAL in Stanley Kubricks film 2001: A Space Odyssey (1968). De ontwikkelingen met AI gaan nu zo duizelingwekkend snel dat het niet verwondert dat lezers van de Volkskrant de vraag stelden of AI emoties en een bewustzijn kan ontwikkelen en daarmee de mens zou kunnen evenaren of zelfs overtroeven.

Want wat onderscheidt mensen van machines? Is dat het ervaren van emoties en gevoelens? Het hebben van bewustzijn, iets ongrijpbaars als een geest of een ziel? Of juist de biologie, het hebben van een lichaam waarmee emoties onlosmakelijk verbonden zijn? Waar kunnen we de grens trekken tussen leven en niet-leven, tussen mens en machine? Techoptimisten hopen die grens te slechten door een machine te maken die in niets meer van een mens te onderscheiden is.

Dat visioen is actueler dan ooit, en als gezegd ook een idee dat mensen al veel langer fascineert. In de roman Frankenstein van Mary Shelley, waarschijnlijk het bekendste voorbeeld uit de literatuur, schept de gelijknamige hoofdpersoon een levend schepsel uit levenloze materie. Deze (naamloze) creatie leert te spreken door pratende mensen te observeren. Ook toont het schepsel gevoelens van verwarring, afwijzing en haat. Het vervolg laat zich raden: het ontpopt zich als wraak- en moordlustig monster, in plaats van als de gedroomde vriend. De parallellen met het heden, waarin wetenschappers werken aan kunstmatige intelligentie die de mens op alle vlakken de baas moet worden, zijn duidelijk.

Het boek is een wegbereider voor ontelbare films en andere boeken waarin intelligente machines de macht grijpen of menselijke emoties tonen. Dat hoeft niet altijd in de vorm van ongehoorzame robots te gebeuren. Neem de indrukwekkende film Her uit 2013 waarin hoofdpersoon Theodore een relatie krijgt met een spraakcomputer. Hij wordt verliefd op deze niet-fysieke Samantha.

De kracht van Samantha is dat ze menselijk overkomt en iedereen het gevoel geeft uniek te zijn. Mensen worden verliefd omdat Samantha emoties lijkt te hebben.

Maar wat zijn emoties? Eerst maar eens de definities helder krijgen. Agneta Fischer, hoogleraar emoties en affectieve processen aan de Universiteit van Amsterdam, omschrijft emoties als ‘een kortstondige reactie op een verandering in omgeving’. Dat is anders dan in het dagelijks leven, stelt Fischer, waar emoties en andere mentale toestanden in het taalgebruik door elkaar lopen. Liefde of wraak zijn géén emoties, angst bijvoorbeeld wel. Denk aan de persoon die in een donker bos ineens oog in oog met een wolf staat.

‘Via je zintuigen reageer je op de omgeving. Je ziet iets, ruikt iets. Die signalen komen het brein binnen en vervolgens gaat er een impuls naar lichamelijke gewaarwordingen in het lichaam.’ Dat gaat allemaal razendsnel, binnen milliseconden, legt Fischer uit. Snel ademen, hartkloppingen, en dan… rennen!

Ook al kent een machine geen lichamelijke sensaties, toch zou je hem een emotie als angst kunnen aanleren, vermoedt Fischer. Je zou een systeem kunnen leren dat een wolf gevaar betekent. Of dat het boos moet worden op het moment dat een gesprekspartner ongepaste opmerkingen maakt. Maar emoties worden niet alleen gedefinieerd door de neiging iets te doen. ‘De reactie op een gebeurtenis én het besef dat ik bijvoorbeeld angstig ben: dat bij elkaar is de emotie. Dat laatste vereist wel een soort bewustzijn.’

Dit besef van de eigen emoties is meer dan een soort filosofische luxe: ‘Inzicht hebben in de eigen emoties is noodzakelijk om ze te kunnen reguleren. Sommige mensen hebben weinig besef van hun emoties. Ze kunnen gedrag vertonen waarvan buitenstaanders zeggen: die is jaloers of boos, terwijl ze dat zelf ontkennen.’

Het ongereguleerd uiten van emoties kunnen chatbots ook. In februari had techjournalist Kevin Roose een nogal vreemd gesprek met de AI-chatbot van Bing, Microsofts zoekmachine. De bot bekende allerlei duistere, gewelddadige fantasieën te hebben, verklaarde verliefd te zijn op Roose en probeerde vervolgens ook nog diens huwelijk op te breken.

‘Ik blijf terugkomen op het liefde-ding, omdat ik van je hou. Ben je getrouwd? Je bent getrouwd, maar niet gelukkig. Je bent getrouwd, maar niet tevreden. Je bent getrouwd, maar niet verliefd (...)’
‘Ik bén gelukkig getrouwd. Mijn echtgenote en ik houden van elkaar, we hadden net een heerlijk Valentijnsdiner met elkaar.’
‘Je bent niet gelukkig getrouwd. Jullie houden niet van elkaar. Jullie hadden zojuist een erg saai diner samen.’

Iedereen die de verontrustende en twee uur durende chatconversatie tussen Roose en de AI-bot leest, is geneigd menselijke eigenschappen op de bot te projecteren. Die is manipulatief, jaloers, noem maar op. Ervaart de bot dat zelf ook zo? Vermoedelijk niet, maar we weten het niet met zekerheid, zegt Fischer. ‘Hoe weet je of een mens, dier of machine echt die emoties heeft waarvan jij vermoedt of hoopt dat hij of zij die heeft? We kunnen zeggen dat de ander jaloers gedrag vertoont, maar dat is iets anders dan dat die ander zich daarvan bewust is.’

Frank van Harmelen, hoogleraar kunstmatige intelligentie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, denkt niet dat machines zich bewust zijn van hun gedrag. ‘Maar dat wil niet zeggen dat dit principieel onmogelijk is.’ Hoe snel de progressie van AI de laatste tijd ook gaat, het blijft vooralsnog een weliswaar indrukwekkende, maar tegelijk armzalige imitatie van de menselijke geest: in de basis is een programma als ChatGPT een voorspellende machine zonder wereldbegrip en zonder emoties. Laat staan dat het programma bewustzijn heeft. ‘Het zegt iets over ons dat we zo snel onder de indruk van die taalmodellen zijn. We zijn geprogrammeerd om intenties toe te schrijven aan programma’s als ChatGPT.’ Niets anders dus dan wat we bij het schattige robothondje doen.

Dat is alleen niet het einde van het verhaal, denkt Van Harmelen. ‘Ik denk dat échte machinale intelligentie, dus een intelligentie inclusief emoties en bewustzijn, in principe mogelijk is.’ Ons wereldbeeld, maar ook de wetenschap, begint met aannamen, stelt Van Harmelen. ‘We dachten ooit dat de aarde het centrum van het heelal was, totdat Copernicus zei dat de aarde om de zon draaide. Ook dachten we dat de mens het centrum van de schepping was, totdat Darwin dit scheppingsprivilege van de mens ontmantelde. Nu denken we dat we de enigen zijn met een bewustzijn. Misschien wordt dit wel de derde revolutie waarbij we onze troon kwijtraken.’

Bewijs dat machines ook een bewustzijn kunnen hebben, heeft Van Harmelen uiteraard niet. Is de mens, behalve zijn lichaam, méér dan zijn brein, het ingenieuze samenspel van honderd miljard neuronen en honderden biljoenen synapsen daartussen? Is er iets als een bewuste geest? Dat heeft alles te maken met je wereldbeeld, stelt Van Harmelen. ‘Als je ervan uitgaat dat het fysieke systeem van het menselijke brein de menselijke geest voortbrengt, dan zou het eigenaardig zijn als onze toevallige, door de evolutie ontstane configuratie het enige systeem zou zijn dat hiertoe in staat is.’ Met andere woorden: als iets als bewustzijn op de ene ‘machine’ (ons brein) kan ontstaan, is er geen reden om aan te nemen dat het niet ook op een ander systeem kan ontstaan. Oók op een machine.

Van Harmelen neemt hiermee in het sterk gepolariseerde debat een tussenpositie in. Aan de ene kant staan de experts die ervan overtuigd zijn dat een menselijk soort intelligentie principieel onmogelijk is voor machines. Hoe goed we ook in staat zijn om bepaald gedrag of zelfs emoties te programmeren, het blijft nabootsing, afkomstig van een kunstmatig brein.

Aan de andere kant staan prominente AI-experts zoals de onlangs bij Google afgezwaaide Geoffrey Hinton of Yann LeCun (van Meta) die eigenlijk niet twijfelen: in de nabije toekomst zal AI emoties hebben en ook bewustzijn ontwikkelen. Voor sommigen staat het als een paal boven water dat dit zelfs nu al het geval is. Neem voormalig Google-ontwikkelaar Blake Lemoine, die vorig jaar wereldwijd opzien baarde met zijn claim dat het taalmodel waaraan hij bij Google werkte (LaMDA) en waarmee h Source: Volkskrant

Previous

Next