Home

Een vliegende velduil is zo mooi dat je adem stokt als er eentje op je af komt vliegen

Een meisje van 6, hoog gras en vier mannen die op linie door gevarieerd hooiland in het Zuidlaardermeergebied liepen. Toen er nog forse aantallen grutto’s alarmeerden, er nog zo nu en dan kemphanen zaten en de aantallen watersnippen voor Nederlandse begrippen himmelhoch waren. Nu zitten er zompige soorten als de witwangstern, roerdomp en spettert er geregeld een otter langs. Destijds een fraai en gevarieerd cultuurlandschap, waar de kers op de taart rondvloog, de ultieme uil.

Over de auteur

Ben Koks is liefhebber van veldleeuweriken en akkervogelonderzoeker. In juli is hij opiniemaker op zondag voor de Volkskrant, die elke maand iemand uitnodigt een serie columns te publiceren op volkskrant.nl/opinie.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Het meisje van 6 dat toen met haar blonde krullen door het hoge gras struinde en zich niets aantrok van die mannen met verrekijkers en bezwete gezichten heet Sanne, mijn dochter. Ze moest plassen en liep naar een uithoek van het perceel met kriebelend gras, waarna al gauw een schreeuw uit die hoek klonk: ‘Papa, ik heb hier een nest met vier uilen!’

Eén van de velduiltjes kon al wat vliegen en vloog zo’n 15 meter op mij af, en zo kon ik niet veel later onze eerste velduil samen van een ring voorzien. Belangrijker nog, we konden via het Groninger Landschap laten weten dat het verstandig was om het gras later te maaien. Mogelijk de eerste velduilen in Nederland die op zo’n manier het luchtruim konden kiezen.

Velduilen eten niet alleen muizen, het is maar dat u het weet. Ook jonge grutto’s en veldleeuweriken, en in Senegal vond ik eens velduilen die vleermuizen als snack wisten te waarderen. Er is niets zo leuk als het zoeken naar velduilen in onmogelijke gebieden en dan struinend op een groepje te stuiten. Mijn dochter was daar erg goed in, subliem goed zelfs.

Ik had de mazzel dat Sanne graag mee wilde de natuur in. Een dagje spijbelen en dan mee naar de kwelders van Schiermonnikoog of een lang weekend in het gammele huisje van Staatsbosbeheer op Vlieland. In de winter gingen we dan speciaal op pad en liepen kriskras door duin en kwelder. We vonden ze bijna altijd, en zo verzamelden we duizenden braakballen. Onverteerde proppen met daarin een schat aan informatie over dat wat velduilen nodig hebben om te overleven.

Die braakballen liet ze aan mij over, vond ze niet boeiend, maar het trucje van een groepje uilen vinden achter een pluk gras vond ze geweldig. De vele keren dat we samen zwierven op plekken waar je geen hond tegenkwam zitten in je ziel verweven. Zelfs in de pubertijd – toen ze haar vaders hobby maar als zonderling en als iets voor watjes wegzette – ging ze graag mee en haar intuïtie bracht haar vaak naar die plekjes waar de vogels zaten. Rationaliteit verloor het vaak van gevoel, best mooi om daar bij stil te staan.

Mijn dochter leeft niet meer, kort nadat ze 32 was geworden stierf ze. Na 26 augustus 2017 heb ik nog heel erg vaak velduilen gevonden en gezien, zonder haar. Mijn wereld stortte in en het verdriet zal nooit meer verdwijnen. Hoewel vele herinneringen zoet en rijk zijn, en ook de vele momenten die je dan in het veld bent zijn niet per definitie droef en hopeloos. Dat leer je pas later, dat leer je pas als je de afgrond van je bestaan in zicht hebt.

Eigenlijk gaat het om ‘Vogels en de Liefde’, de liefde voor je kind, de energie en de altijd smeulende liefde van de mensen om je heen. De mensen die wél het lef hadden met de radeloosheid, de woede en het verdriet om te gaan. Mijn beste vrienden. En mijn allerbeste maatje, die er altijd is geweest toen alles afbrokkelde. Grenzeloze liefde als medicijn.

Een vliegende velduil is zo mooi dat je adem stokt als er eentje in een sereen landschap op je af komt vliegen, net als de jubelende veldleeuwerik waarover ik eerder schreef in deze serie. En Sanne is er nog altijd bij. We voeren de mooiste gesprekken en zweven op de vleugels van haar uilen of wandelen voor de zoveelste keer langs Groningse zeedijken. De dijken waar ik haar heb leren autorijden toen ze 15 was. De dijken waar de lucht zilt proeft en de geluiden van het Wad klinken. De dijken waar ik nu maar al te graag met mijn lief mag zwerven, in weer en wind.

Koester het goede in het leven.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Source: Volkskrant

Previous

Next