Wat: Boscafé ’t Hijgend Hert
Waar: Harles 23, Vijlen. Op 260 m boven NAP midden in het hoogstgelegen bos van Nederland.
Hoe: Een dik half uur wandelen vanuit ‘bergdorpje’ Vijlen, of met de auto naar de parkeerplaats. Het kan in het weekend behoorlijk druk worden.
Wie: De Brabantse familie Van der Vleuten verhuisde twintig jaar geleden vanuit Brabant naar het Limburgse Heuvelland.
Eten: Stevige bergkost; broodjes, videeke (vol-au-vent) met frites, salades, huttenstoof, goede vlaai.
boscafe.nl
‘Welkom in het enige bergdorpje van Nederland!’ Zo begroet Vijlen, gelegen tussen Gulpen en Vaals, z’n binnenrijdende bezoekers. Nogal hoogmoedig, zou je kunnen zeggen: het heet hier immers het Limburgs Heuvelland en niet de Limburgse Himalaya. Voor eenieder die niet in een belachelijk plat laagland is opgegroeid stelt het er qua hoogteverschil dan ook weinig voor: stukje omhoog, stukje omlaag, likkie uitzicht over Landgraaf – zelfs de Vaalserberg met z’n drielandenpunt is uiteindelijk weinig meer dan een uit de kluiten gewassen bult. Maar toch: een mens kan opeens verlangen naar iets hógers, voor de verandering. Even niet die eeuwige flatline-horizon, maar hop in de kuiten en met ferme stappen de paden op, pieken, rondkijken en dan hard naar beneden hollen. Is er iets fijner dan bezweet op een fiets ergens boven aankomen en dan lóslaten? En nu we het zo van hieraf zien: dat uitzicht is toch wel fraai hoor, over de Gulpener gerst, de koetjes en de wijngaarden.
Het Vijlenerbos (‘hoogste bos van Nederland’) strekt zich zo’n 8 kilometer uit van Epen tot over dat drielandenpunt. En daar middenin, als een beslist bergstube-achtige situatie op het Limburgse equivalent van Heidi’s alpenwei, ligt Boscafé ’t Hijgend Hert. Zweterige fietsers komen er, vaak met de batterij in de hand, op zoek naar spijs, drank en een stopcontact. ‘Die trapondersteuning is wel echt een must’, hijgt een man die zijn bril op zijn voorhoofd heeft geplakt. ‘Het is toch best een heel end omhoog, al met al’.
Het betreffen verschillende gebouwtjes met terrassen rondom waar je genoeglijk kunt aanschuiven voor koffie met vlaai, of een stevige lunch met een Limburgs of Belgisch biertje. Ze doen duidelijk hun uiterste best om al het verticaal enthousiasme en jodelahiti-gevoel dát door een Nederlands landschap kan worden opgewekt ook zo uitputtend mogelijk aan te wakkeren. Er zijn fijne zitjes langs de helling waar je lekker in de verte kunt staren, of naar de vele luidruchtige pauwen en sullige shetlandpony’s die de weide bewonen. Er hangt zelfs een twintigtal sleetjes aan de muur, wat ons, hoewel het 30 graden is, eraan herinnert dat de sneeuw hier in de winter het langst blijft liggen. ‘Hoogste ijsbaan van Nederland!’ en ‘Enige snowboardhelling van Nederland!’ prijkt er op de borden.
Eigenaresse Isabel van der Vleuten grinnikt: ‘Tja, das typisch ons pap. Hij is er altijd heel goed in geweest reuring rond deze plek te creëren, en hoe gaat dat beter dan door vooral vaak te zeggen dat het ‘de hoogste dit’ of ‘de enige dat’ is? Hij nodigde altijd Piets Weerbericht uit als het sneeuwde – dat heeft ook voor enorm veel aanloop gezorgd.’ Isabel nam de leiding van de zaak vorig jaar over van haar ouders. Moeder Anja en vader Hank kwamen 22 jaar geleden in het Vijlenerbos terecht toen ze op zoek waren naar een vakantiewoning. Ze troffen een vervallen pand met een drankvergunning aan, en besloten hun leven om te gooien in, aldus hun dochter, ‘een klassiek Ik vertrekje’. Met drie kinderen van 5, 4 en een half jaar oud verhuisden ze van een mooi huis in Brabant naar een varkensstal zonder riolering en elektriciteit. ‘Mijn moeder was verpleegkundige en mijn vader zat in de sales’, vertelt Isabel. ‘Er kwam hier echt helemaal niemand, en dat was maar goed ook, want ze hadden geen enkele horeca-ervaring. Het heeft jaren gekost om de boel op gang te brengen.’
Maar toen het eenmaal liep, ging het hard: op een beetje behoorlijke zomerdag trekt ’t Hijgend Hert nu zo’n tweeduizend bezoekers. Mensen maken veelal eerst een lange wandeling of fietstocht en strijken dan neer onder de moerbei, bij de speeltuin of aan de alpenwei. Er zijn ook, in samenwerking met andere lokale horeca, speciale ‘wandelroutes voor bourgondiërs’ met volop kroegjes onderweg.
Maar je zou ook zomaar kunnen blijven hangen op de fijne zitjes langs de helling, blik op oneindig – of nou ja: op Landgraaf. ‘Het is natuurlijk geen Oostenrijk,’ zegt Isabel, ‘maar zeg nou zelf: het voelt toch écht als een andere wereld?’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden