Home

Belgen zijn daar goed in, dingen klein houden. In Nederland moet alles altijd voor iedereen zijn

Echt overal had ik aan gedacht: zonnebrand, een regenjas, blarenpleisters, twee strips paracetamol, Deet, een waterfles, pindarepen... Ik was de padvinder geworden die ik nooit had willen zijn, de enige dingen die leken te ontbreken aan mijn bepakking waren een kompas en een Zwitsers zakmes. Maar vreemd genoeg had ik tijdens al die koortsachtige voorbereidingen mijn telefoon uit het oog verloren. Toen ik arriveerde bij de kiss-and-ride waar we hadden afgesproken, kwam ik erachter dat ik het ding niet had meegenomen. Meteen raakte ik in paniek, wat als ik de auto niet kon vinden, of als er meerdere oppikpunten bestonden rond het station. Dan kon ik dus niet bellen. Vroeger was dat normaal, dan mislukten afspraken gewoon af en toe, maar dat kwam gelukkig niet meer voor. Nu ook niet, want ik zag de aanjager van het uitje al voor haar auto staan.

‘Ik ben mijn telefoon vergeten’, zei ik tegen haar. ‘Denk je dat ik het daar volhoud zonder?’

Zij kwam daar al jaren, met haar partner en een gezelschap.

‘Het is niet groot’, antwoordde ze. ‘Slechts twee voetbalvelden, toch denk ik dat het beter is om je telefoon te gaan halen.’

Zomercolumnist Cindy Hoetmer is schrijver van autobiografische non-fictie. Haar vierde boek Goed, naar omstandigheden verscheen in 2022.

Het festival was in België, maar het was slechts twee uur rijden, althans dat zou het zijn geweest als Nederland niet één grote file was. Daar aangekomen bleek het festivalterrein letterlijk te bestaan uit voetbalvelden, de doelen stonden er nog. Verder een tent, een groot buitenpodium, een klein buitenpodium en een heleboel frituurkraampjes. Heet en stoffig was het er. Het gezelschap waar ik me bij had aangesloten was groot genoeg om steeds iemand te hebben om tegen te praten, dus er was weinig aanleiding om contact te hebben met de lokale bevolking. Ik ben ook niet goed in het verstaan van dialecten.

Een man met lang haar, een ontblote borst en een verbeten blik vroeg me iets onverstaanbaars. Hij herhaalde dezelfde zin drie keer, het klonk een beetje agressief. Ik legde uit dat ik hem echt niet verstond. ‘Hij vraagt of u een maagtablet voor hem heeft’, vertaalde zijn vriendin uiteindelijk.

Op de tweede dag begon ik me zorgen te maken over mijn gezondheid, ik eet meestal veel groente en fruit maar nu was het louter patat, bier en pindarepen. Het zou niet lang meer duren voordat mijn tong zwart zou kleuren en mijn tanden uitvielen.

Bij een broodjesstal bestelde ik een broodje kaas, ze hadden ook broodjes smos maar dat klonk griezelig. Later zou ik leren dat smos groente betekent, kennis die mijn leven had kunnen redden.

Dit festival bestond al veertig jaar, en de mensen uit de omgeving werkten er vrijwillig. Het was wel gegroeid sinds het begin, maar ze waakten ervoor dat het te groot zou worden. Zo programmeerden ze niet al te bekende bands, vertelde een van de organisatoren aan iemand van het gezelschap, die het mij weer vertelde.

Belgen zijn daar goed in, dingen klein houden. Terwijl in Nederland alles altijd voor iedereen moet zijn. Op Lowlands lopen 65 duizend mensen rond. Niets is hier ooit voor de liefhebber, alles moet massaal. We hebben een onuitroeibare expansiedrang en de Nederlander lijkt doorlopend last te hebben van angst iets te missen. Zo’n Amsterdamse Canal Parade, bijvoorbeeld, is niet alleen leuk voor lhbtiq+’ers, nee, daar moeten we allemáál heen. Met een roze verenboa en een lekker glas bubbels.

‘Er komen veel Nederlanders naar dit festival‘’, vertelde de chauffeur van de pendelbus op neutrale toon, toen hij het gezelschap en mij terugreed naar het hotel. ‘Ik hoop voor jullie dat we niet allemaal komen’, antwoordde ik. Maar het was waarschijnlijk al te laat, want ik had het uiteindelijk ook weten te vinden.

Source: Volkskrant

Previous

Next